nieuws

‘Zelfbouwers’ in Heerenveen bewijzen: Duurzaam bouwen kan klein beginnen

bouwbreed Premium

Niet van bovenaf en in het groot, maar van onderop in het klein. Dat kan een effectieve strategie zijn om duurzaam bouwen in de praktijk te brengen. Een groep ‘zelfbouwers’ in Heerenveen heeft daarvan het bewijs geleverd met de bouw van het wijkje De Kimen. Een overzicht van de problemen, de oplossingen en de lessen.

Wethouder Frans Brouwers geeft de eer aan wie deze toekomt. Een bewonersvereniging “met gevoel voor de toekomst” heeft zijn gemeente op het spoor van duurzaam bouwen gezet. Dat initiatief van onderop om een duurzaam wijkje te bouwen dwong tot een andere besluitvorming. Het traditionele bestemmingsplan voor de uitbreidingswijk Nijehaske moest op het laatste moment worden aangepast. En omdat de gemeente zelf niet over de expertise beschikte, kreeg de bewonersvereniging een onafhankelijk deskundige toegewezen om dat hele planproces te sturen. Zo kon het wijkje De Kimen een proeftuin worden voor een nieuw gemeentelijk beleid. Ook andere participanten, zoals de aannemer, konden op deze beperkte schaal hun eerste ervaring opdoen.

Infrastructuur

De Kimen is de door water omsloten zuidwest punt van Nijehaske. Op het driehoekige terrein stonden zestien traditionele vrijstaande woningen ingetekend. Het zijn er 28 duurzame geworden, deels vrijstaand, grotendeels geschakeld.

Voor de nieuwe verkaveling is adviseur ir. M. Dubbeling van het Asser bureau Bugel Hajema uitgegaan van een zo optimaal mogelijke zonligging voor de woningen en van zo weinig mogelijk verharding. De woningen zijn voorzien van zonneboilers. Voor aanpassing van de riolering was het te laat, al is er wel een grijs water-circuit gekomen met een opslagvat van 1500 liter regenwater per woning (voor onder andere het doorspoelen van de toilet). Een rietfilter wilde het waterschap niet, uit angst dat er toch niet door riet te zuiveren chemicalien in het oppervlaktewater zouden komen.

Dubbeling: “Duurzaam bouwen is zo’n breed terrein dat kiezen moeilijk wordt. Je moet niet doorschieten in een wedstrijdje energiebesparen. Het gaat om het vinden van een goede balans tussen energie-extensivering, integraal ketenbeheer en woonkwaliteit. De inzet was om het niveau van het NMP+ te halen met daarbij wat extra’s en dat is gehaald.”

De infrastructuur is beperkt tot een straatje, in plaats van een rondlopende weg, met slechts enkele parkeerplaatsen met graskeien. De trottoirs zijn van gerecyclede betontegels. De lantaarns voorzien zichzelf via foto-voltaische cellen van de benodigde stroom, die wordt opgeslagen in milieuvriendelijke accu’s onder de grond. Ze zijn gemonteerd op hergebruikte oude telegraafpalen.

De gemeente stelde naast de onafhankelijk adviseur een eigen milieu-ambtenaar aan, J. Streutker. Zijn ervaringen hebben hun neerslag gevonden in een gemeentelijk beleidsplan waaraan de bestemmingsplannen en sloopvergunningen nu worden aangepast.

Terugkijkend merkt Streutker op dat er erg veel tijd in is gaan zitten. Streutker: “Bij kleinere gemeenten dreig je al gauw een manusje van alles te worden. Je kunt echter niet alle regels bijhouden. En er zijn nog steeds elkaar tegensprekende lijsten van wat wel en niet duurzame materialen zijn.” Dat maakte het begeleiden van De Kimen een intensief maar leerzaam proces om overzicht te krijgen.

De doelstellingen voor De Kimen waren vantevoren vastgelegd in een convenant met de bewonersvereniging. Dat bood de vereniging houvast en de gemeente een middel om eisen te stellen. Streutker: “Aan de verkoop van de grond mag je geen milieu-eisen voor het gebruik verbinden; je mag niet privaat recht mengen met publiek recht. Dus staan die eisen in het convenant en het huishoudelijk reglement van de bewonersvereniging en doet de gemeente alleen zaken met leden van die vereniging.” Gelukkig voor hem namen de meeste leden deel aan een gemeenschappelijk po van 23 woningen en waren er slechts 5 particulieren die elk iets aparts bouwen. Want de toetsing van de plannen op isolatie, ventilatie, energiegebruik, detaillering en materiaalgebruik bleek moeilijk. In de praktijk blijkt dat veel niet op tekening staat.

Dat was dus de eerste les uit De Kimen, dat je een dergelijke wijk met zelfbouwers als een po moet ontwikkelen wil je het als gemeente ke bijbenen.

Rol aannemer

Een tweede les was om de aannemer al in het allereerste begin erbij te betrekken. Dat was hier niet het geval.

Gemeente-ambtenaar Streutker: “De bouwer, Kats uit Leeuwarden, later overgenomen door Geveke Bouw, kwam er te laat bij. Hij kreeg problemen met zaken die niet in het bestek en in de technische omschrijving stonden maar wel in het vooroverleg als intentie waren uitgesproken.”

Bij een dergelijk afwijkend po zijn veel detailtekeningen nodig, en dan moet je uitkijken dat de rek er bij de aannemer niet uitgaat, aldus Streutker. Hij geeft enkele simpele voorbeelden waar het mis kan gaan:

Het algemene voorschrift dat tegels niet zouden worden verlijmd, maar in specie aangebracht bleek niet uitvoerbaar bij de gebruikte gibo-wanden. Voorgeschreven waren ppc- in plaats van pvc-leidingen, maar de gemeente legde zelf tot aan de huizen pvc-leidingen aan omdat op PPC geen garantie werd gegeven. Uit routine verscheen de standaard meterkast van spaanplaat afgewerkt met melamine op de bouwplaats, hoewel die van hout had moeten zijn. Soms werd toch PUR-schuim gebruikt in plaats van het wat lastiger steenwol. De gewenste EPDM-folie kwam er niet toen die twee keer zo duur bleek.

De les uit uit dit soort bouwervaringen was dat ook de instructie en motivatie van de onderaannemers van groot belang is.

GIW remt verbetering

De Groninger architect Jakob van Ringen werd door de bewonersgroep geselecteerd wegens het nieuwe woningtype dat hij al in Velthoven en Bilthoven bouwde met beneden slapen en boven wonen. De benedenverdieping is deels ingegraven, waardoor de hoogte (en slagschaduw) van de huizen beperkt is. Verder is het op de slaapverdieping koel en stijgt alle warmte naar de woonverdieping. Architectonisch voordeel is dat de binnenruimte niet in afgesloten compartimenten hoeft te worden opgedeeld, om de warmte beneden vast te houden, maar open kan blijven. De woonverdieping heeft onder de kap extra hoogte en krijgt door een raamstrook in de nok extra licht.

Van Ringen vindt dat duurzaamheid begint bij de stedebouwkundige verkaveling. Van Ringen: “Verdichting is noodzakelijk, zeker in de kleinere plaatsen. Want hun uitbreidingsplannen vormen het grootste ruimtebeslag in Nederland. Woningtypes met slimmere doorsnedes ke leiden tot slimmere stedebouw.” Behalve het elegante type dat hij in diverse varianten realiseerde in De Kimen, heeft hij op de tekentafel nog meer voorbeelden van intelligente schakelingen die duurzaamheid en dichtheid combineren met onverwachte ruimtelijkheid en vrijheid.

Zijn les met duurzaam bouwen is dat er weliswaar voldoende kennis voorhanden is, maar dat het grootste probleem de garanties, zoals het GIW, en de certificaten zijn. Die belemmeren de invoering van verbeteringen. De kosten hoeven duurzaam bouwen niet in de weg te staan, bevestigt een vertegenwoordiger van de bewonersvereniging. De aanvankelijke vrees van stuurlui aan de wal dat de woningen veel duurder zouden worden dan normaal is niet bewaarheid. De meerprijs is onder de tien procent gebleven, onder andere door kortingen van het energiebedrijf Nuon, de notaris en de hypotheekbank.

Al met al heeft het initiatief van enkele bewoners die voor zichzelf wilden bouwen geleid tot verdieping van de kennis van vele participanten, van gemeente tot onderaannemers. Het zijn overigens niet allemaal zelfbouwers geworden die zich in De Kimen hebben gevestigd; een groot deel van de woningen is uiteindelijk gewoon de verkoop in gegaan.

Gewone wijk

Het is een ‘gewone’ wijk geworden, maar dan wel op een hoger niveau, niet alleen wat betreft duurzaamheid, ook wat betreft architectuur. De verscheidenheid aan types en vormgeving is iets te ver doorgevoerd, waardoor het geheel rommeliger aandoet dan nodig. Anderzijds is de verschijning van de huizen karakteristiek: het Friese landschap van weiland en water steekt fleurig af tegen de combinatie van wit metselwerk met de lofotenblauwe houten bovenbouw en knalrode pannen. Afgezien van de opvallende lantarenpalen bewijst De Kimen dat duurzaam bouwen gewoon goede architectuur en stedebouw kan zijn, zonder opvallende ecologische aanstellerij.

Het initiatief van enkele bewoners bewijst dat een kleinschalig initiatief grote gevolgen kan hebben. Conclusie van de bewonersgroep: “Als aspirant-bouwers zich verenigen, kan dat de invoering van duurzaam bouwen versnellen.”

Reageer op dit artikel