nieuws

Voorzitter Freek van der Meulen van Hout- en Bouwbond CNV: ‘Bouwwerkgevers en politiek hollen bedrijfstak uit’

bouwbreed

Van der Meulen verwijt politiek en bouwwerkgevers niet verder te kijken dan hun neus lang is. Ze denken en handelen op korte in plaats van lange termijn. Sterk vereenvoudigen van de Arbowet, afschaffen van de Ziektewet en opheffen van het uitzendverbod zijn volgens hem maatregelen die op langere termijn de bouw ernstig schade zullen berokkenen.

“Er wordt op die manier hard gewerkt aan het uithollen van de bedrijfstak. We begeven ons in een negatieve spiraal. Sfeer en cultuur in de bouw zullen drastisch veranderen”, zegt hij gedecideerd. Alle pogingen om het imago van de bedrijfstak op te krikken, zijn wat hem betreft door die maatregelen in feite weggegooid geld.

Volgens hem dreigt de arbeidssituatie in de bouw min of meer te verloederen. En dat is bepaald geen aangenaam vooruitzicht. Ook niet voor de opdrachtgevers. Want de kwaliteit van het door hen begeerde produkt zal daar zonder meer onder lijden.

Hartstikke fout

“Als we niet snel wat doen aan de kwaliteit van de arbeid in de bouw, dan loopt het hartstikke fout. Werknemers en onderaannemers worden door het moordende bouwtempo uitgeknepen. Steeds meer mensen komen in de bouw onder druk te staan. Er is weinig arbeidsvreugde meer over. Vooral in nieuwbouwpoen is de situatie vreselijk. De werknemers klagen steen en been. Er is geen lol meer te beleven aan het werk. Ook bij het onderhoudswerk beginnen deze signalen te klinken. Daar gaat het de zelfde kant op”, constateert hij.

In dat licht moet daarom het initiatief om te komen tot een nieuw aanbestedingsmodel worden beschouwd. “Daarmee bewerkstellig je eindelijk dat arbo- en milieuzorg onderdeel gaan uitmaken van de concurrentie en dat die zaken bij aanbesteding niet langer een sluitpost zijn. Ik maak mij toch sterk dat opdrachtgevers ook liever een kwaliteitsprodukt krijgen”, betoogt Van der Meulen.

Dubbelhartig

De werkgevers in de bouw verwijt hij in dat verband dubbelhartigheid. “Als je met aannemers over die zaken praat, zijn ze het vaak roerend met je eens. Zij vinden ook dat het imago van de bouw verbeterd moet worden, dat we positiever moeten zijn over de bedrijfstak. Maar als het aankomt op een vertaling naar de praktijk, kijken ze opeens heel anders tegen de dingen aan. Bij werkgevers gaapt een enorme kloof tussen denken en uitvoeren”, zegt hij.

Van der Meulen staaft die boude bewering met een frappant voorbeeld. Enkele weken geleden hield Jan van Dijk, bestuurslid van het NVOB en tevens werkgeversvoorzitter van de stichting Arbouw, in Cobouw een hartstochtelijk pleidooi om het toezicht op de naleving van de arbo-regels te verscherpen door de (paritaire) cao-commissie ex-artikel 8 nieuw leven in te blazen. Op die manier zou volgens Van Dijk een handreiking ke worden gedaan aan de werknemers, die zich furieus verzetten tegen de sterke vereenvoudiging van de arbo-wetgeving.

Voorstel afgewezen

Van der Meulen viel zowat van zijn stoel toen hij dat las. “Bij de onderhandelingen voor de bouw-cao 1993/1994 hebben wij nota bene daartoe concreet een voorstel ingediend, maar daarvan waren de werkgevers helemaal niet geporteerd. Ze veegden het in een klap van tafel”, briest hij bijkans.

Om zijn worden kracht bij te zetten, haalt hij uit zijn archief het door zijn bond ingediende cao-voorstel tevoorschijn. Het bevestigt zijn woorden. “Als Van Dijk meent wat ie zegt, waarom hebben de werkgevers ons voorstel dan toen geblokkeerd? Laat Van Dijk in de voorstellen van de werkgevers voor de komende cao-onderhandelingen zijn woorden maar eens waarmaken. Wij vinden al jaren dat die commissie meer draagvlak, meer status zou moeten hebben”, roept hij uitdagend.

Ook ten aanzien van de A-bladen spreken werkgevers volgens Van der Meulen met dubbele tong: “Van Dijk zegt groot belang te hechten aan het ontwikkelen van A-bladen. Hij beweert zelfs dat zonder het tripartite convenant tussen overheid en sociale partners, de bouw al veel verder zou zijn geweest met het ontwikkelen van A-bladen. Dat is klinkklare nonsens. Zonder convenant waren we helemaal niet opgeschoten met het verbeteren van de arbeidsomstandigheden in de bouw. In het cao-overleg was daarvoor nauwelijks een draagvlak met werkgevers te vinden. Aan dat onderwerp wilden ze nooit woorden vuil maken. Voor hen was arbo-zorg altijd een ondergeschikt punt in het cao-overleg. Daarin speelden voor de werkgevers uitsluitend het loon, de vut en de arbeidstijdverkorting.”

Positief oordeel

Het pleidooi van Van Dijk voor het snel ontwikkelen van A-bladen, onder meer ter opvulling van het gat dat ontstaat door het verdwijnen van de P-bladen, beoordeelt de voorzitter van de CNV-bouwbond overigens wel positief.

Maar hij blijft twijfelen aan de oprechtheid van de werkgevers ten aanzien van arbo-zorg:

“Het is een goede zaak om voor de bouw wetenschappelijk onderbouwde A-bladen te maken en die ook voortdurend aan te passen. Maar dan geen vrijheid blijheid, zoals Van Dijk wil. Dat kan niet. Willen die bladen effect sorteren, dan moet je ze in de cao verplicht stellen. Van Dijk wil dat niet. Maar wat hebben we nou aan A-bladen, waaraan niemand verder gebonden is? Dan blijft het wederom bij praten over arbeidsomstandigheden en wordt aan de zorg daarvoor geen uitvoering gegeven en blijft arbozorg wederom zorgen voor oneerlijke concurrentie.”

Hij vindt dat heel slecht voor het beeld dat buitenstaanders hebben van de bouw. “Arbozorg heeft te maken met het fatsoen van de bedrijfstak. Als je dat op zijn beloop laat, doe je het imago van de bouw geen goed. Misschien is het niet willen vertalen van regels naar de cao ook wel een van de oorzaken van het mislukken van de koepelcampagne”, veronderstelt hij.

Op zich heeft Van der Meulen er geen moeite mee dat de arbo-regelgeving wordt doorgelicht en verouderde bepalingen worden geschrapt dan wel aangepast:

“Tegen een dergelijke sanering heb ik geen bezwaar. Maar we moeten nu niet zoals de werkgevers doen voorkomen, dat die regelgeving er eigenlijk helemaal niet had moeten zijn. Die regelgeving was indertijd hard nodig, omdat er op gebied van veiligheid en gezondheid met de pet naar gegooid werd. Dat is ook nu nog het geval. En dus blijven strenge wettelijke regels gewenst”.

Uitzendkrachten

Zeker nu de bouw in de toekomst gebruik mag gaan maken van uitzendkrachten. Een regelrechte gruwel, zo niet nachtmerrie voor Van der Meulen. Hij is mordicus tegen opheffen van het uitzendverbod. Volgens hem bevat de bouw-cao voldoende bepalingen om flexibilisering van arbeid mogelijk te maken. Maar meer nog zou hij zien dat in de bouw het door de schilders gehanteerde werkspreidingsmodel werd ingevoerd.

“Ik kan uitzendarbeid in de bouw niet tegenhouden”, constateert hij met pijn. Maar hij wijst er met klem op, dat de verantwoordelijkheid voor de problemen die uitzenden in de bedrijfstak onherroepelijk zal geven, geheel en al ligt bij de politiek en de bouwwerkgevers.

“Uitzenden zal een tweedeling tussen werknemers teweegbrengen. De ene groep wordt betaald volgens de veel goedkopere uitzend-cao, de andere groep conform de bouw-cao. Dat zal zonder meer tweespalt geven. Onze leden zijn hartstikke tegen uitzenden. Ze zien met angst en beven die tweedeling op hen afkomen. Ik sluit niet uit dat dit zal leiden tot grote sociale onrust op de bouwplaatsen. Want onze leden vrezen aantasting van zekerheden en dat zullen ze nooit pikken”, voorspelt Van der Meulen.

Die onrust zullen werkgevers aan zichzelf te wijten hebben: “Uitzendkrachten verdringen namelijk vaste mensen uit de bouw. Dat zal de verhoudingen echt vreselijk verstoren en is ook heel slecht voor het imago van de bedrijfstak. Mensen die nu in de bouw werken en werkloos raken, ke straks alleen nog maar via het uitzendtraject in de bouw terugkeren. Ze krijgen dan niet alleen anders, maar ook minder betaald. Het gevolg is ook uitholling van pensioenen, vut en andere sociale regelingen. Veiligheid en gezondheid op de bouwplaats komen nog meer in gevaar dan nu al het geval is. Want iedereen kan via het uitzendbureau straks in de bouw aan de slag. Of ze nu opgeleid zijn of niet.”

Bedrijfstakinstituten

Van der Meulen houdt zijn hart vast als het gaat om de toekomst van de bouw. De herorientatie van de werkgevers op het functioneren van bedrijfstakinstellingen bevestigt die zorg.

“Die herbezinning verbaast mij niets. Het heeft allemaal te maken met de wig-problematiek. Werkgevers willen het verschil tussen bruto en netto loon terugdringen. Een van de opties is niet langer geld storten in bedrijfstakfondsen. Als bedrijven zelf bijvoorbeeld de vakopleiding gaan doen, worden vakopleidingsinstituten in hun optiek overbodig. Dat scheelt in afdrachten”, zegt hij.

Op zich heeft hij er niets op tegen om kritisch te kijken naar bedrijfstakeigen regelingen en instituten: “Maar het is evident dat SVB, Arbouw, BouwVakWerk, SBR, EIB etc. er moeten zijn. Misschien dat sommige instituten geprivatiseerd zouden ke worden. Onderzoeksinstituten bijvoorbeeld, zouden wellicht hun omzet geheel of voor een groot deel op de markt ke halen. Maar het mag de bedrijfstak best wel wat waard zijn instellingen en instituten die ten nutte van de bouw zijn in stand te houden. Een kritische analyse om buitenproportionele geldbesteding te voorkomen kan ik billijken. Je mag verwachten dat met bedrijfstakgelden zuinig wordt omgegaan. Maar tegelijk moeten werkgevers eens ophouden te blijven zeuren over het al dan niet laten voortbestaan van instituten en instellingen. Als ze die nuttig en nodig achten voor de bedrijfstak, moeten ze daar ook voor gaan staan.”

Een zooitje

Dat politiek en werkgevers zo langzamerhand uitsluitend nog koud en zakelijk denken en praten zit hem geweldig dwars, omdat het hele in het verleden met bloed, zweet en tranen opgebouwde stelsel van sociale zekerheid dreigt te worden afgebroken.

Van der Meulen heeft daar heel duidelijke opvattingen over: “In de wereld gaat het slechts nog over twee dingen: deregulering en flexibilisering. Geloof me, daar wordt het in die zelfde wereld een zooitje van…”

Afgelopen voorjaar. Van der Meulen geeft in een gezamenlijke persconferentie met werkgevers tekst en uitleg over de nieuw afgesloten bouw-cao. Nu zegt hij dat in dat cao-overleg de werkgevers geen woorden wensen vuil te maken aan de arbozorg.

Om een nieuwe cao af te dwingen werd dit jaar gestaakt. Van der Meulen trok van bouwplaats naar bouwplaats. Hij vreest dat opheffen van het uitzendverbod opnieuw aanleiding zal geven tot grote onrust in de bouw

Van der Meulen: “Ik maak mij grote zorgen over de kwaliteit van de arbeid in de bouw”.

Het dreigt in sociaal opzicht volstrekt de verkeerde kant op te gaan met de maatschappij in het algemeen en de bouw in het bijzonder. Dat vindt voorzitter F. van der Meulen van de Hout- en Bouwbond CNV. Politiek en werkgevers zijn er volgens hem debet aan aan, dat het toch al niet beste imago van de bedrijfstak verder verslechtert. Hij somt moeiteloos voorbeelden op om die stelling te onderbouwen. Met de kwaliteit van de arbeid is het nog steeds droevig gesteld. De prijs blijft heilig, met als gevolg een moordend bouwtempo dat zich uit in stress. Arbozorg wordt uitgehold door deregulering. Het toezicht op de naleving van de arbo-regels rammelt. Milieuzorg wint moeizaam terrein, waardoor werknemers geconfronteerd blijven worden met voor hun gezondheid slechte produkten en materialen. Afschaffing van de Ziektewet resulteert op de arbeidsmarkt onherroepelijk in een keiharde selectie. En flexibilisering (lees: opheffen van uitzendverbod) zal grote sociale onrust op bouwplaatsen teweegbrengen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels