nieuws

TU-Delft- en Bosvariant nader onderzocht Ministerie vindt eigen hsl-trace het beste

bouwbreed Premium

Een bundeling van de hoge snelheidslijn met de autosnelwegen A4 en A13 of met het bestaande spoor tussen Amsterdam en Rotterdam leveren geen noemenswaardige winst op ten opzichte van het voorkeurstrace van het Kabinet. Dat stelt het pobureau hsl van Verkeer en Waterstaat in twee aanvullende milieu-effectrapportages.

De aanvullende rapportages zijn gemaakt op verzoek van de Tweede Kamer en de Commissie mer. Beide vonden dat de bestaande mer voor de hsl richting Parijs te weinig trace-varianten te zien gaf. Daarom werd minister Jorritsma verzocht alsnog de zogenaamde Bosvariant (bundeling met autosnelwegen, ingebracht door de heer Bos) en de ‘TU-variant’ (bundeling met bestaand spoor dat werd ontwikkeld door de TU Delft) te onderzoeken. Zelf ziet Jorritsma graag de A1-variant, die dwars door het Groene Hart loopt, aangelegd worden. Minister De Boer heeft onlangs laten weten de Bos-variant graag nader onderzocht te willen zien, omdat deze het Groene hart ontziet.

De effecten op het landschap van de Bosvariant zijn volgens de onderzoekers groter dan die van de A1. Daarnaast doorsnijdt hij de Vinex-locaties Leidschenveen, Ypenburg, Delfgauw-Emerald en Noordrand l bij Rotterdam. Ook trace A1 doorsnijdt Vinex-locaties (Noordrand l en Zoetermeer-Oost).

Meer reistijd

Maar, zo stellen de onderzoekers, in de uitvoeringsconvenanten voor deze woningbouwlocaties is echter al rekening gehouden met de mogelijke aanleg van deze variant. Verder wordt er op gewezen dat de Bosvariant ongeveer f. 1 miljard duurder is, terwijl de reiziger in de praktijk twee minuten meer reistijd kwijt zal zijn.

De TU-variant komt er zo mogelijk nog slechter vanaf. Deze variant, waar met name de gemeente Den Haag zijn zinnen op heeft gezet, omdat het de mogelijkheid biedt voor een Haagse halte bij Hollands Spoor, is zo’n f. 1,5 miljard duurder dan de variant die de voorkeur van het Kabinet heeft. De onderzoekers vinden dit trace niet realistisch. De TU gaat namelijk uit van een trace dat voor het grootste deel tweesporig blijft, behalve op de plaatsen (stations en dergelijke) waar zich knelpunten zullen voordoen. Volgens de het pobureau gaat de TU hier uit van aannames die niet kloppen met de NS-richtlijnen ten aanzien van dienstregelingen en railtechnische normen.

Onafhankelijk bureau

De aanvullende mer’s zullen nu ter inzage worden gelegd en daarna opnieuw worden getoetst door de Commissie mer. Het Platform hsl heeft echter al laten weten het niet eens te zijn met de wijze van onderzoek. Het vindt dat met name de TU-variant door een onafhankelijk onderzoeksbureau nader bekeken zou moeten worden. Maar ook de Bosvariant vindt het platform de moeite van het (objectief) bekijken waard.

De gemeente Den Haag, de opdrachtgever voor het opstellen van de TU-variant, zal het mer-rapport van het pobureau op zijn beurt ter controle aanbieden aan de TU Delft. Over twee weken zal de TU met haar bevindingen komen. Tot die tijd wil de gemeente geen reactie geven.

Breda

Voor het trace ten zuiden van Rotterdam presenteerde de gemeente Breda gisteren een onderzoek. Hieruit blijkt dat de Prinsenbeek-Breda-variant voor dit trace slechts een half jaar vertraging betekent, in plaats van de twee jaar die het ministerie van Verkeer en Waterstaat hiervoor rekent.

De gemeentes hebben deze variant in september van dit jaar gepresenteerd, omdat zij tegen het voorkeurstrace van het Kabinet zijn: een hsl langs de A16. Momenteel laten de gemeenten ook nog onderzoek doen naar de financiele consequentie van het door hen voorgestelde trace. Dit zal in januari verschijnen.

Reageer op dit artikel