nieuws

Spoorwegen in Belgie geven miljarden uit aan infrastructuur

bouwbreed Premium

De Belgische spoorwegen investeren tot en met 2005 BF 370 miljard in werken die het bedrijf een betere positie moeten geven op de vervoermarkt. Het geld gaat op aan binnenlandse verbindingen en aan de internationale super sneltrein. Aanpak van de spoorinfrastructuur neemt BF 260 miljard in beslag.

Ir. G. Browaeys van de Belgische spoorwegen legde op een bijeenkomst in Antwerpen uit, dat aanpak van de infrastructuur deels neer komt op onderhoud van het bestaande net en deels op aanleg van nieuwe lijnen. In het eerste geval richt de aandacht zich vooral op werken die een hogere rijnelheid mogelijk maken. Te denken valt aan het opheffen van knelpunten nabij stations. Voorts verdwijnen zo veel mogelijk overwegen. Om de kosten van dergelijke poen te beperken nodigen de Belgische spoorwegen andere partijen uit mee te investeren. De planlijst voorziet zich verder in een toenemende elektrificatie. Momenteel hangt boven 60 procent van het Belgische net een rijdraad. Na afloop van de werken moet het om 75 procent gaan.

Aanleg van nieuwe lijnen gebeurt ondermeer in de agglomeratie Brussel. De uitgebreide capaciteit komt het voorstedelijke vervoer ten goede. Een ander po vormt de aanleg van een nieuwe lijn voor de luchthaven Zaventem. Hier begon inmiddels de bouw van een tunnel onder het vliegveld en van een station. Deze eerste fase kost om en nabij BF 2,5 miljard. De verbetering van de stations verloopt door een te kort aan middelen minder vlot dan verwacht. De werklijst gaat vooralsnog uit van een jaarlijkse investering van BF 1 miljard in de aanpak van de stations. De plannen maken (nog) geen melding van het toelaten van andere dan spoorgebonden activiteiten in de stations.

Goederen

Met de aanleg van nieuwe lijnen voor het personenvervoer komt meer capaciteit vrij voor het goederen transport. Nieuwbouw voorziet in een betere ontsluiting van de havens van Zeebrugge en Antwerpen. Voorts volgt verbetering van de noord-zuidlijn voor het goederenverkeer. Te denken valt ook aan de uitbreiding van de goederenstations in Zeebrugge, Antwerpen en Gent. Tevens moeten er meer mogelijkheden komen voor het gecombineerde vervoer. Dat laatste vereist een aanpassing aan de spoorbanen in het achterland. In het verlengde daarvan ligt de bouw van accommodatie voor logistieke diensten.

Aannemers die voor de Regie der Gebouwen, de Belgische Rijksgebouwendienst, willen werken moeten er volgens dienstinspecteur-generaal ir. J. Nouwynck rekening mee houden dat de dienst een kwaliteitscertificaat verlangt. Vooralsnog adviseert de Nationale Confederatie van de Bouw dat het verwerven van zo’n certificaat een vrijwillig initiatief van de aannemer moet blijven. In afwachting van het besluit van de bevoegde overheid inzake erkenning denkt de Regie echter dat het kwaliteitssysteem tot de selectie criteria kan behoren bij het aanvragen van een offerte. De dienst beheert ruim 2200 gebouwen die met elkaar zo’n 8 miljoen vierkante meter beslaan. Bij bedrijfsgebouwen houdt de Regie zich bezig met de bouw voor de Europese gemeenschappen. Volgend jaar investeert de dienst BF 4 miljard waarvan 1 miljard voor de Europese instellingen. Aan onderhoud gaat in 1996 BF 2 miljard op.

Onderhoud voor leger

Het Belgische leger geeft tussen 1995 en 1997 jaarlijks gemiddeld BF 5,2 miljard uit aan werken, exclusief de renovatie van de Koninklijke Militaire School in Brussel. Kolonel W. van den Branden rekende voor dat in 1996 en 1997 jaarlijks BF 2 miljard op gaat aan onder meer onderhoud. In 1996 en 1997 is respectievelijk BF 500 en BF 900 miljoen gereserveerd voor de aanpak van de KMS. Dit werk kost in totaal BF 1,7 miljard en wordt in 2003 opgeleverd. De diverse legeronderdelen investeren in 1996 samen BF 650 miljoen wat oploopt tot BF 1 miljard in 1997. Voor herstructureringen ligt jaarlijks gemiddeld BF 2 miljard gereed.

Reageer op dit artikel