nieuws

Relatie werkgever-allochtoon moeizaam

bouwbreed

“Om een allochtoon in dienst te nemen, moet een bedrijf zorgen voor een speciale gebedsruimte, anders gaat hij vijf maal per dag op de steiger staan bidden.” Dat is een van de vooroordelen die werkgevers in de bouw blijken te hebben over allochtonen. In aantal zijn allochtonen dan ook nog stevig ondervertegenwoordigd ten opzichte van andere branches. Zelf blijken ze echter ook vooroordelen tegen de bouw te hebben.

Dat blijkt uit een onderzoek dat KPMG-Bureau voor Economische Argumentatie en SAOB hebben uitgevoerd in opdracht van organisaties van werkgevers en werknemers in de bouw.

In de bouw is nog geen 2% van de werknemers allochtoon. Van de totale beroepsbevolking is 4,5% van allochtone afkomst.

Het feit dat werkgevers in de bouw niet zo snel geneigd zijn allochtonen in dienst te nemen heeft verschillende redenen. Zo blijkt er regelmatig sprake te zijn van (vaak onbedoelde) discriminatie.

Ook kent de bouw nauwelijks een traditie met allochtone werknemers. De informele weg vormt het voornaamste toegangskanaal tot de sector. Werkgevers en bouwploegen zoeken veelal via netwerken naar personeel.

Tot slot blijkt ook het vakjargon, dat voor allochtonen moeilijk eigen te maken is, een reden voor werkgevers om eerder in zee te gaan met autochtonen.

Drempel

Ook voor allochtonen zelf bestaan drempels om in de bouw te werken. Andere technische beroepen blijken meer aantrekkingskracht (vanwege het imago) uit te oefenen.

Daarnaast zijn ze minder goed op de hoogte van de leermogelijkheden in de bouw dan van andere sectoren en wordt hen ook nauwelijks aangeraden om in deze sector te gaan werken. Tot slot blijkt de typische bouwvakcultuur een extra drempel te vormen.

Calculerende sector

De bouwnijverheid is een calculerende sector. Risico’s waarover geen directe winstverwachting bestaat, worden niet snel genomen. Dit principe verzwakt in feite de positie van allochtonen in de sector. Veel bedrijven zien op het gebied van produktie en voorzieningen problemen met allochtone werknemers. Zo zijn tijdens de interviews die de onderzoekers afnamen beweringen over allochtonen geuit die in een individueel geval waar ke zijn, maar niet voor de gehele groep gelden. Verkeerde beelden leven overigens sterker in streken waar minder allochtonen wonen of werken.

De onderzoekers noemen een aantal argumenten waarom het nodig is deze situatie te veranderen. Zo worden het personeelstekort en de restricties genoemd die werkgevers zichzelf, in kwalitatieve zin, opleggen wanneer ze geen allochtonen aannemen. Immers, wanneer werkgevers allochtonen als potentiele werknemers uitsluiten, werken ze een tekort aan vakbekwaam personeel in de hand. Daarnaast sluiten ze bij selectie een groot deel van het goed gekwalificeerde personeel bij voorbaat uit.

Om een en ander in de toekomst te verbeteren is een integrale aanpak nodig, zo stellen de onderzoekers.

Alle partijen (de diverse geledingen in het bedrijf en de allochtonen zelf) dienen hun, wettelijk vastgelegde, verantwoordelijkheid te nemen ten aanzien van de verbetering van de arbeidsmarktpositie van allochtonen.

Discriminatie

De top van het bouwbedrijf heeft een primaire verantwoordelijkheid in het verbeteren van die positie door grenzen te stellen aan discriminatie en uitsluiting.

Het middenniveau (PZ) moet initiatieven nemen waardoor het personeelsbeleid beter is toegesneden op het realiseren van duurzame arbeidsrelaties met allochtonen.

Tot slot moet het op de werkvloer gebeuren. Juist hier wordt het verschil gemaakt tussen geaccepteerd worden door de ploeg of een buitenstaander blijven. Het gaat hier om het samenspel tussen de uitvoerder en de autochtone en allochtone collega’s.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels