nieuws

Nieuw theater in Delft

bouwbreed

Naar ontwerp van de Rotterdamse architect Jan Hoogstad heeft Delft een nieuw theater. Een sobere verschijning in een stadsbeeld dat nog vorm moet krijgen.

De voorgeschiedenis was rumoerig. In de tweede helft van 1991 werd aan vijf architecten (Quist, Girod, Arets, Hertzberger en Hoogstad) gevraagd om binnen enkele weken een theater te ontwerpen voor het Zuidpoortgebied, een kaalslaggebied waarvoor nog nauwelijks een stedebouwkundige plan was opgesteld. Dat ging niet helemaal goed. In een tweede ronde werd daarom gevraagd aan Hertzberger en Hoogstad hun plannen uit te werken voor een net wat andere locatie. Hertzberger weigerde een dag voor de nieuwe inleverdatum, dus ging Delft verder met Hoogstad.

Het beschikbare budget was heel krap. De gemeente wilde f. 14 miljoen investeren; sponsors hebben daar f. 1,4 miljoen aan toegevoegd. De bouw is binnen dat budget gebleven.

Dat bedrag is niet ongeevenaard laag. In 1991 kreeg Rijswijk al een turn-key opgeleverde schouwburg van hetzelfde formaat voor de onwaarschijnlijk lage stichtingskosten van f. 13 miljoen. Een heel respectabel gebouw dat architect Meindert Booy (Bureau Van den Broek en Bakema, Rotterdam) tot stand bracht in goede samenwerking met HBM Planontwikkeling. Niet iedereen waardeert het ‘onomwonden’ materiaalgebruik van staal, steen en glas dat de ruime foyer een koele elegantie verleent, maar de grote en kleine zaal met respectievelijk 650 en 120 plaatsen voldoen uitstekend.

Gebrekkige voorgevel

Hoogstads creatie in Delft heeft een grote zaal met 520 plaatsen en een kleine met 80. Van buiten is het een sober, om niet te zeggen karig gebouw. Slechts aan de kant van de oude stad is de vorm echt joyeus. Het budget is vooral besteed aan het interieur.

In de toekomst wordt het gebouw grotendeels omgeven door nieuwbouw op wat nu nog een parkeerterrein is. Voor de hoofdingang zal een plein met horeca ontstaan. Dan zal het gebouw zich waarschijnlijk redelijk ‘nestelen’ in zijn omgeving. Nu staat het er nog onbeholpen bij.

Die indruk is niet slechts te wijten aan het materiaalgebruik, aan bijvoorbeeld de goedkope aluminium puien. De oorzaak, waarom dit gebouw niet goed ‘aardt’, zit dieper.

Twee vergelijkingen ke dit verduidelijken. Het ministerie van Vrom, hoe geslaagd ook in zijn consequente vorm en materiaalgebruik, staat er even onbeholpen bij. Het casino dat Hoogstad in 1987 in Breda neerzette, staat wel goed. Deze ‘vliegende schotel’, waaraan de vorm van het Delftse theater duidelijk verwant is, staat grotendeels op poten. Een ceremoniele route met trap voert omhoog naar de ingang. Functionaliteit en symboliek gaan hier hand in hand. Als vanzelf is er onderscheid tussen basement, entree en het gebouw als geheel. Bij het gebouw voor Vrom is de begane grond niet essentieel anders dan de rest van het gebouw. Het is een stuk gevel. De armelijke indruk die dit maakt zit ‘m niet in de materiaalkeuze – die is hoogwaardig – maar in de vormgeving en in de functies die her en der achter de begane grondgevel te ontwaren zijn. Voor een deel zijn dat gewone raampjes en kamertjes, die niet geschikt zijn om een heel gebouw te torsen.

De voorgevel van het theater in Delft bestaat uit een rommelige rij ramen en deuren. Niet eens zozeer door het materiaal ervan, maar door vorm en functie roepen die associaties op met een bescheiden noodgebouw, niet met ‘Het Theater van De Stad’. Het staketsel voor een lichtkrant dat is aangebracht boven de voordeur verhelpt daar weinig aan. Daarvoor is het verschil in kleur en formaat tussen staketsel en gevel te groot.

Foyer met zuipschuit

Wat ook niet meehelpt om die eerste schrale indruk te vergeten is het tochthalletje waar je vervolgens binnenkomt. Het feest begint pas in de ruime foyer daarachter. Eyecatcher hier is een enorme bar (“zuipschuit”) van kunstenaar Paul Beckman. Deze bar van licht hout is geplaatst tegen een grote felrode wand die de hele ruimte beheerst. Wat terzijde van deze ruimte gedrukt bevindt zich de grote trap naar het balkon en de bovenste rijen van de grote zaal. Vooral vanaf de trap wordt men de vorm van het hoge gewelfde dak gewaar. Dit zwarte dak en de rode zijwand van de grote zaal geven dramatisch vorm aan de foyer.

Wie de hoogste trap opgaat en verder doorloopt naar het balkon komt in het spannendste deel van het gebouw. Aan de buitenkant is dit deel te herkennen aan de uitwaaierende geveldelen van glazen bouwpanelen. Tussen deze waaierdelen zitten stroken helder glas die doorkijkjes naar buiten geven. Het is door de vorm en de lichtval een dynamische ruimte, nauwelijks breder dan een flinke gang maar oneindig veel levendiger dan wanneer die alleen maar recht toe recht aan zou zijn.

De kleine foyer is door middel van een schuifwand af te scheiden van de grote foyer. Deze ruimte is verbijzonderd door zes vrijstaande kolommen langs de wanden. Een welhaast klassieke, rustige manier om de ruimte te scanderen.

Royale zitplaatsen

De grote zaal is prozaisch van vorm en inrichting. Het is een prettige theaterzaal door de korte, goede zichtlijnen en de compacte vorm. Omdat een middengang ontbreekt en er dus veel tussen de rijen door geschuifeld zal moeten worden is de beenruimte tussen de rijen royaal – 1.20 m in plaats van de gewone 1.00 m. Architect Hoogstad beweert dat de zaal een schelpvorm heeft, dus in twee richtingen gekromd: naar achteren toe en in het midden ook naar beneden toe. Die laatste kromming zal wel waar zijn maar is niet met het blote oog waar te nemen. Het beoogde effect – “het bewerkstelligt samenhang in de reactie van het publiek” – is rijkelijk hypothetisch. Die schelpvorm is overigens al eerder, in een veel groter formaat gerealiseerd in het Muziektheater in Amsterdam. Daar werkt die vorm wel.

De kleine zaal heeft een trapeziumvormige plattegrond. De inrichting van deze zwarte doos is niet meer dan basaal. Dit zaaltje is geschikt voor kamermuziek, terwijl de akoestiek van de grote zaal ‘droger’ is en dus geschikter voor toneel.

Alles bij elkaar zal het prettig vertoeven zijn in dit theater. Als het ’s avonds licht uitstraalt via de hoge naar buiten hellende wanden van glazen bouwpanelen zal het ook een baken worden voor dit zich vernieuwende stadsdeel. Architectonisch gezien en qua detaillering is op deze schepping van Hoogstad wel wat af te dingen, maar dat het gebouw niet goed ‘staat’ bijvoorbeeld, hoeft niet te verhinderen dat het als stadstheater in Delft zijn plek zal vinden.

Ontwerp: Jan Hoogstad, Rotterdam

Aannemer: Van Oosten + De Vette, Delft

Stichtingskosten: f. 14,4 miljoen

Boven de hoofdentree is een staketsel aangebracht voor een lichtkrant. Aan de rechterkant, de kant van de binnenstad, is de uitwaaierende gevel achter het balkon van de grote zaal nog net zichtbaar.

De uitwaaierende gevel waarmee het gebouw zich presenteert voor wie uit de binnenstad komt.

Het interieur achter de uitwaaierende gevel: een bescheiden opgang naar het balkon die allure heeft gekregen.

De ‘zuipschuit’ in de grote foyer.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels