nieuws

Muzikale humor

bouwbreed

Ter ere van de 300ste geboortedag van de beroemde componist Pietro Antonio Locatelli vond dit jaar het eerste Locatelli-festival plaats. Locatelli (1695-1764), van wie de uitspraak “in Amsterdam wordt de mooiste muziek gemaakt” bekend is, werd in 1695 te Bergamo geboren en woonde van 1729 tot aan zijn dood in Amsterdam op de Prinsengracht 506. Ter ere van deze vioolcomponist werd in 1694 in genoemd pand door de stad Bergamo een gedenkplaat aangebracht waarvan de tekst (vrij vertaald) luidt: ‘Pietro Antonio Locatelli, de grote componist en violist, woonde en stierf in dit huis’.

Eens nodigde Bernard Shaw de grote Churchill uit tot het bijwonen van de eerste opvoering van een pas gereed gekomen toneelstuk van zijn hand. In zijn uitnodiging schreef Shaw o.a.: “Ik sluit hierbij de biljetten voor twee fauteuilplaatsen in. Mocht u soms nog een vriend hebben, dan kunt u die dus ook meenemen.” Waarop Churchill omgaand antwoordde: “Ik zal uw stuk inderdaad met een van mijn vrienden gaan zien. Maar pas bij de tweede voorstelling, tenminste als er inderdaad een tweede voorstelling mocht blijken plaats te hebben.”

Brahms (1833-1897) deed zijn vriend Billroth, een beroemde geneesheer wiens grootste liefhebberij het was de viool te bespelen, af en toe het genoegen samen met hem te musiceren. Op het einde van een sonate zei Billroth opeens heel enthousiast tot Brahms: “Beste Brahms, gij hebt met zoveel vuur gespeeld, dat ik mijn viool nauwelijks gehoord heb.” Brahms gaf lachend ten antwoord: “Bof jij even!”.

Toen de Hongaarse componist Liszt (1811-1886) nog niet beroemd was, gaf hij eens een pianoconcert in een kleine stad. De zaal was niet alleen zeer slecht bezet, maar het weinige publiek gaf bovendien geen blijk van bijval. Daarom staakte de kunstenaar het concert maar nodigde zijn toehoorders uit tot een souper in het nabijzijnde restaurant. En dat werd toen een alleruitbundigst fuifje… hetgeen Liszt duizend kronen kostte.

Twee dagen later gaf hij een tweede concert. Nu was de zaal lang van te voren geheel uitverkocht. Liszt speelde en het publiek applaudisseerde zo hard het kon. Tevergeefs echter, want deze keer rende Liszt onmiddellijk na het concert naar zijn hotelkamer en telde zijn geld: drieduizend kronen!

Op een keer, dat Richard Wagner (1813-1883) de Franse vertaler van zijn opera Tannhauser met nog een andere vriend bij zich ten eten had gevraagd, onthaalde de componist zijn gasten bij wijze van aperitief op een klaviervoordracht van fragmenten uit zijn opera’s. Om vijf uur waren de gasten gekomen en toen de klok zes sloeg – het uur waarop de maaltijd zou beginnen – meldde Wagners keukenprinses zich met de vraag of er kon worden opgediend. Wagner deed alsof hij niets hoorde en bleef rustig op de piano trommelen.

Een half uur later, toen beide gasten elkaar reeds bezorgde blikken begonnen toe te werpen, verscheen de keukenprinses opnieuw ten tonele om ditmaal op gedecideerde toon te verklaren: “Heren, er is opgediend”. “Wat opgediend?”, brulde Wagner, “ik zal jou ook eens eventjes opdienen!” En hij smeet haar een lijvige operapartituur naar het hoofd, alvorens weer met pianospelen door te gaan alsof er niets gebeurd was.

Tegen negenen zetten de heren zich eindelijk aan tafel, maar het werd een haastige maaltijd, tijdens welke Wagner zijn disgenoten tot steeds groter spoed aanzette. Waarna de componist zich weer aan het klavier begaf en voortging zijn genodigden voor te spelen tot aan het krieken van een nieuwe morgen!…

Engelands beroemde dirigent Sir Thomas Beecham wenste onlangs in zijn orkest de post van een cellist opnieuw te bezetten. Onder de gegadigden bevond zich ook een dame, van wie alle kenners beweerden, dat zij een zeer groot kunstenares was. Maar Sir Thomas Beecham weigerde zelfs haar aan te horen. “Vrouwen hebben in mijn orkest niets te zoeken.” “Dat is echter een zeer verouderd standpunt”, kreeg hij ten antwoord. “Neen, absoluut niet. Is de vrouw aantrekkelijk, dan worden mijn musici afgeleid en kijken nog slechts naar haar. Is zij lelijk, dan raken zij uit hun humeur! Zowel het ene als het andere werkt zeer storend.”

De vermaarde musicus Johann Strauss (1804-1849) kreeg eens bezoek van een jeugdig violist, die erg prat ging op zijn technische vaardigheid. Uit effectbejag speelde deze jongeman alle noten op een manier, die de toehoorder moest suggereren dat hij een ware duivelskunstenaar was. Strauss luisterde geduldig en sprak toen: “Mijnheer, u bent werkelijk een wonder. Het is opvallend hoe u de gemakkelijkste passages met de meeste moeite speelt.”

Onder de diverse schuldeisers, die geld van de beroemde operacomponist Rossini (1792-1868) kregen toen deze nog aan het begin van zijn carriere stond, bevond zich ook een viskoper. Toen deze man alle hoop had opgegeven, om ooit zijn geld nog terug te zien, stelde hij de maestro voor, bij wijze van betaling een door de visboer bijeengerijmd versje op muziek te zetten. Rossini nam dit voorstel inderdaad aan, maar… nam later het door hem op muziek gezette visboerengedicht in zijn geheel in zijn inmiddels vermaard geworden opera ‘La Gazza Ladra’ de diefachtige ekster, op…

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels