nieuws

Kan onderwijs verandering in bouwpraktijk bijbenen?

bouwbreed Premium

Door specialisatie heeft de produktiviteit, ook in de bouw, een grote vlucht genomen. Maar de toekomst is aan nieuwe generalisten die nog ongekende dwarsverbanden weten te leggen. Die kwaliteit wordt belangrijker naarmate het volume van de bouwopgave afneemt. De vraag is of het “verstarde” architectuuronderwijs die veranderingen kan bijbenen.

Deze vraag stond centraal tijdens een discussiedag in het Nederlands Architectuurinstituut over de relatie tussen architectuur en onderwijs. Een duidelijk antwoord op de vraag of en hoe het onderwijs moet veranderen leverde de discussie overigens niet op. De nadruk lag vooralsnog op de vraag wat er al dan niet zal veranderen in de praktijk. Medio december en januari 1996 wordt de discussie voortgezet met de nadruk op de professie en het architectenbureau.

Volgens ir. J. Brouwer, die als directeur van AB Onderzoek in Delft de cijfers heeft geleverd voor het Trendrapport van VROM over de ontwikkeling van de bouwproduktie, is deze bedrijfstak in het laatste stadium van specialisatie. De bouw is opgesplitst in tal van deelprocessen die zijn geoptimaliseerd en nu worden “uitgemolken”.

Maar om in te ke spelen op de veranderende patronen van wonen, werken, vrije tijd en consumptie moeten de deelprocessen in de bouw in nieuwe combinaties worden geintegreerd. Bij uitstek een rol voor de stedebouwkundige of architect als nieuwe generalist, aldus Brouwer.

Ook stedebouwkundig onderzoeker ir. Yap H. S. voorziet een structurele vermindering van het bouwvolume. De uitbreidingsproduktie en stadsvernieuwing zullen afnemen, onderhoud, beheer en vooral herstructurering van bestaande stedelijke gebieden zullen toenemen. Van de planner en ontwerper vergt dat nieuwe vaardigheden. Onderscheid kan daarbij nog gemaakt worden tussen locaties in de Randstad, waar bestemmingsplannen de grote vraag naar ruimte moeten bedwingen, en locaties in de periferie (Gelderland, Brabant) en het platteland (Groningen bijvoorbeeld) waar de nieuwe gebruikers verlokt moeten worden of er eenvoudigweg niet zijn.

Onderwijs ‘verstard’

Vertegenwoordigers van de onderwijskant signaleerden deze veranderingen ook, maar het onderwijs erop toesnijden is niet direct aan de orde. Uit de woorden van docent J. van de Brink van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst was op te maken dat op dat op zijn school het denken over deze maatschappelijke veranderingen slechts een marginale plaats inneemt.

De Delftse architect/docent Jasper van Zwol merkte tijdens de discussie in de zaal op dat het onderwijssysteem aan de faculteit Bouwkunde van de TU-Delft – het zogenaamde probleem gestuurde onderwijs – moeilijk is toe te snijden op discussies over de maatschappelijke context. Architect Jurrien Zeinstra noemde het onderwijs in Delft “verstard”, wat onder andere te wijten zou zijn aan onvoldoende doorstroming onder de docenten.

Reageer op dit artikel