nieuws

In Limburg meer geld voor herstel van kerkgebouwen

bouwbreed

Met ingang van 1996 al wil de provincie Limburg jaarlijks vijf ton uittrekken voor het subsidieren van herstelwerkzaamheden aan kerkgebouwen. Met dit budget wordt het volgens gedeputeerde staten mogelijk gemaakt, dat voortaan elk jaar totaal f. 6 miljoen wordt geinvesteerd in uitvoering van poen. Dat levert de bouw 42 manjaren werk op aan directe werkgelegenheid.

Dit blijkt uit een nieuw voorstel van GS aan provinciale staten. Eerder werd een voorstel, om voor 1995 een extra krediet van een kwart miljoen gulden te voteren, aangehouden. De meerderheid van de Limburgse staten bepleitte het voorkomen van een “open eind” regeling. Aangedrongen werd op overleg met het bisdom, teneinde te komen tot “een meer planmatige aanpak” en “afdoen van subsidieverzoeken”.

Naar aanleiding daarvan hebben GS opnieuw met het bisdom overleg gevoerd over de subsidieregeling ‘Buitengewoon herstel niet-monmumentale kerken”.

Uit een overzicht over de periode 1991-1995 bleek toen, dat de uitgaven in het kader van de regeling tot en met 1994 binnen de marge van het ter beschikking staande krediet bleven.

Stuwmeer

Maar ook kwam vast te staan dat de werkelijke behoefte aan buitengewoon herstel toenam en er zich “min of meer een stuwmeer van aanvragen vormde”. Voor 1995 is al voor totaal f. 560.000 aan subsidie toegezegd. En er liggen nu nog voor een bedrag van f. 100.000 poen voor “die thans rijp zijn voor afhandeling middels subsidietoekenning”. Dit impliceert dat het beschikbare krediet in 1995 alsmede de volledige reserve is besteed.

Het bisdom verwacht dat voor het nog lopende jaar voor herstel van niet monumentale kerken totaal f. 850.000 aan subsidies nodig zal zijn. De incidentele ophoging met f. 250.000 achten GS derhalve “gewenst, mede om voor de komende periode druk op het budget uit voorgaande jaren te voorkomen”.

Uit een door het bisdom opgesteld overzicht van het aantal te verwachten herstelpoen blijkt volgens GS tevens de noodzaak om jaarlijks voor – 6 miljoen aan subsidiabele werkzaamheden te plegen. Ze spreken zich daarbij uit om een planmatige aanpak. Om een “open einde” regeling in dat verband te voorkomen, is een “zekere budgettering onontkoombaar”.

Economisch aspect

Op grond van rapporten van onder meer het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) over de economische betekenis van herstelwerk aan monumenten, hebben GS becijferd dat de komende jaren een jaarbudget van een half miljoen gulden nodig is.

Ze beklemtonen dat “voor de herstelwerkzaamheden aan niet monumentale gebouwen net als bij monmumentale gebouwen een bepaalde mate van ambachtelijke kennis en vaardigheid noodzakelijk zijn. De investeringen in niet monumentale kerkgebouwen dragen in belangrijke mate er toe bij, deze kennis en vaardigheden in stand te houden en hebben een versterkende werking richting scholingsopleidingen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels