nieuws

Geen woorden maar daden moet woningtaak redden Woningbouw Rotterdam stort als kaartenhuis in elkaar

bouwbreed

Het Rotterdamse woningbouwprogramma is aanzienlijk naar beneden geduikeld. Na het recordjaar 1995 – er werden plannen ingediend voor de bouw van zevenduizend woningen – staan voor volgend jaar slechts veertienhonderd woningen op de nominatie om gebouwd te worden. De Rotterdamse slogan ‘mouwen oprollen’ moet weer uit het vet worden gehaald, anders zal men niet in staat zijn de Vinex-taak te halen en dreigt er een aanzienlijk woningtekort.

Er zijn drie oorzaken aan te wijzen voor de stagnatie van de planontwikkeling. De eerste is dat na zo’n indieningshoeveelheid als in 1994 er vaak terugval is. Daarnaast heeft de brutering zijn sporen nagelaten, en haperde het aan de kant van de gemeente waar de coordinatie beter kan”, zei gisterenavond ir. Rint de Vries, hoofd bureau nieuwbouw van de dienst Stedebouw+Volkshuisvesting (dS+V).

Hij lichtte in het Maasgebouw van Stadion Feijenoord de woningproduktie voor 1996 toe tijdens de bijeenkomst Planpresentatie ’95. “Het resultaat van 1401 woningen tezamen bedraagt ongeveer eenderde van het gemiddelde uit de afgelopen 5 jaar.”

Het hoge aanbod in 1994, die dan in de jaren daarna wordt gerealiseerd, komt door het feit dat alle woningbouwcorporaties onder dwang van de gemeente hun plannen naar voren hadden gehaald. Op deze manier kon men nog volop gebruik maken van de oude BWS-regeling. Voor het segment sociale huur en sociale koop werden daardoor plannen ingediend voor de realisatie van 4462 woningen. Eind dit jaar komt men op een schamel aantal van 749 woningen, waarvan 49 stuks sociale koop.

De Vries: “De verzelfstandiging van de corporaties heeft ertoe geleid dat men zich ging bezinnen op de toekomst. Men heeft dit jaar gebruikt om bijvoorbeeld na te denken over het eigen bezit. Zo is er bij de corporaties veel energie gaan zitten in het opstellen van integrale bedrijfsplannen. Daar komt bij dat voor de nieuwe huurwoningen onder het BWS 1995 geen exploitatie-bijdragen meer worden verstrekt.”

De markt – corporaties, bouwers en poontwikkelaars – zijn deels afwachtend geworden vanwege gebrek aan coordinatie bij de gemeente Rotterdam. De twee betrokken diensten, dS+V en Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR), zouden beter met elkaar moeten samenwerken en het principe van ‘one stop shopping’ moeten worden ingesteld. De Vries beaamt dat de markt alvorens te ke beginnen langs heel veel loketten moet. “Maar dat is wel een effect van het feit dat wij de markt meer willen laten doen. Om aan de wens van de markt tegemoet te komen zullen wij met ambtelijke teams op het niveau van deelgemeenten gaan werken en bij het OBR is men bezig om tot districtscoordinatie te komen. We zullen uiteindelijk tot een meer geintegreerde aanpak komen.”

Navelstaren

De Vries van dS+V temperde de ongerustheid bij de aanwezigen enigszins door de stellen dat planaanbod iets anders is dan het feitelijk bouwen. “De dip in aanbod is bij de bouwproduktie nauwelijks waar te nemen. Daar verloopt alles over de laatste vijf jaar veel egaler. Maar als het planaanbod zo laag blijft dan zal de bouwproduktie gaan dalen, terwijl het juist fors moet gaan stijgen de komende jaren.”

Duidelijk is dat Rotterdam voor de volgende jaren een dergelijk dip niet accepteert. In het nieuwe ‘Bouw en Investeringsprogramma 1996-2000’ gaat men namelijk uit van de bouw van minimaal 4400 woningen per jaar. Als naar de Vinex-opdracht wordt gekeken en naar de groei van de stadsbevolking dan zouden dat eigenlijk 5100 woningen moeten zijn.

Navelstarende corporaties worden daarom ook begin volgend jaar bezocht door de top van dS+V om te komen tot afspraken. De zweep moet weer over de makers van de plannen, is te horen bij dS+V. Daarnaast hoopt men dat beleggers minder afwachtend zullen zijn en weer volop in de markt zullen stappen.

Er is toch een soort noodscenario van stal gehaald. De betrokken wethouder Herman Meijer heeft tegen zijn diensten gezegd dat de uitleggebieden maar even terzijde moeten worden gelegd en dat men zich moet gaan concentreren op binnenstedelijke activiteiten. Hij is tot deze stap gekomen omdat pas volgende week woensdag het laatste Vinex-akkoord, met een vertraging van een jaar, wordt getekend tussen de tien bouwgemeenten is de Stadsregio Rotterdam.

De Vries: “We hebben redelijk wat capaciteit in de binnenstad, maar het zijn ingewikkelde klussen. Het is iets anders dan de bouw van een lekkere dikke pluk rondom de stad. Maar we moeten binnenstedelijk bouwen om aan dat aantal van 4400 woningen per jaar te komen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels