nieuws

Begrip ‘aanneming’ en ‘onderaanneming’ uit wet geschrapt Nieuwe vestigingseisen voor (bouw)ondernemers

bouwbreed

De gewijzigde vestigingswetgeving wordt per 1 januari aanstaande van kracht. Er zullen vanaf die datum minder eisen gelden voor het starten van een bedrijf. Daarnaast zullen gevestigde ondernemers hun bedrijf doorgaans gemakkelijker ke uitbreiden. Voor het bouwbedrijf gelden voortaan eisen van zogenoemde algemene ondernemersvaardigheden en van bedrijfstechniek.

De huidige wetgeving werkt verstarrend en belemmert de economische dynamiek, vindt het kabinet, dat daarom heeft besloten de vestigingseisen voor ondernemers minder ingewikkeld en minder gedetailleerd te maken. De overheid moet zich zo weinig mogelijk met de vestiging van bedrijven bemoeien, vindt het kabinet. Daarnaast moet worden voorkomen dat gevestigde ondernemers de markt afschermen tegen nieuwkomers.

Een ander doel is de kwaliteit van het ondernemerschap te bevorderen. Dat heeft geleid tot een nieuwe vestigingswetgeving, waarbij het aantal vergunningen wordt teruggebracht van 88 tot 8.

Het nieuwe systeem gaat uit van het zogenoemde basisbedrijf. Daaronder vallen diverse bedrijfsuitoefeningen, waaronder ambachten als schilderen, dakbedekken, tegelzetten, voegen, betonstaalvlechten, bestraten en stukadoren.

Wie een basisbedrijf begint, moet voldoen aan de eisen van Algemene ondernemersvaardigheden (AOV). De AOV-opleiding duurt in totaal doorgaans 120 lesuren. Daarin wordt aandacht geschonken aan onder meer financiele administratie, personeel en organisatie, marketing en het opstellen van een ondernemingsplan.

Bedrijfstechniek

Voor degenen die een bouwbedrijf willen starten, gelden zwaardere eisen dan alleen die van AOV. Zij moeten namelijk ook voldoen aan op de branche afgestemde eisen van bedrijfstechniek. Op grond van de nieuwe vestigingsregels wordt per 1 januari aanstaande het volgende onder het bouwbedrijf verstaan:

ù het uitvoeren en doen uitvoeren van bouwwerken van bouwkundige aard op het gebied van de burgerlijke- en utiliteitsbouw;

ù het uitvoeren en doen uitvoeren van grond-, water- of wegenbouwkundige werken op het gebied van de grond-, water- en wegenbouw (daaronder niet begrepen het uitvoeren van bagger-, zuig- en perswerken);

ù het slopen van datgene wat bij de voorgaande punten tot stand is gebracht;

ù het uitvoeren van metselwerk;

ù het uitvoeren van timmerwerk.

Al deze werkzaamheden zijn ondergebracht in het ‘bouwcluster’, waarvoor eisen van bedrijfstechniek gelden. De opleiding Bedrijfstechniek duurt voor het bouwbedrijf 180 lesuren en omvat onder andere calculatie, planning, logistiek en wettelijke regelingen zoals op het gebied van milieu en veiligheid van werknemers.

Vakkennis

De nieuwe vestigingswetgeving stelt voor het bouwbedrijf geen verdere eisen op het gebied van vakbekwaamheid. De wet gaat ervan uit dat de ondernemer zelf de benodigde vakkennis vergaart en de kwaliteit van zijn produkten bewaakt. Niet alleen de klant vraagt daarom, ook de bank stelt op dat punt voorwaarden bij het verstrekken van leningen.

Erkenning door de branche is eveneens een reden voor de ondernemer om zijn vakbekwaamheid op een goed niveau te brengen en te houden. Bovendien is het mogelijk dat binnen het bouwcluster erkenningsregelingen tot gevolg hebben dat bepaalde werkzaamheden uitsluitend aan erkende bedrijven zijn voorbehouden.

Uitbreiding

De huidige vestigingswetgeving betekent voor veel ondernemers die hun werkterrein willen uitbreiden een belemmering. Een vergunning is immers beperkt tot een bedrijfsuitoefening. Om het bedrijf met nieuwe activiteiten uit te breiden, moet de ondernemer meestal weer naar school. Doorgaans is immers een extra diploma nodig. Volgens de nieuwe regels zal dat in de meeste gevallen niet langer het geval zijn.

Zo mag iemand met een slopersbedrijf alle bedrijven runnen die tot het bouwcluster behoren, dus ook bijvoorbeeld een timmer- of metselbedrijf. Een bouwondernemer mag bovendien – omdat hij immers ook over een een AOV-diploma beschikt – in allerlei andere branches activiteiten ondernemen.

In de nieuwe vestigingswetgeving zijn de begrippen `aanneming’ en `onderaanneming’ geschrapt. Dat heeft tot gevolg dat bijvoorbeeld de voeger en de betonstaalvlechter voortaan ten alle tijde hun eigen klussen ke aannemen. Op grond van de huidige wetgeving kon dat niet.

Gelet op de doelstellingen van de nieuwe vestigingswetgeving is het niet meer te verdedigen dat een ondernemer in de bouw alleen in onderaanneming mag werken en niet zijn eigen werk mag aannemen.

Overgangsregeling

Er is een speciale overgangsregeling in het leven geroepen voor het timmer- en metselaarsbedrijf. Dit, omdat aan deze bedrijven niet alleen eisen van AOV, maar ook van bedrijfstechniek worden gesteld. De bedrijfsmatige bouwkundige activiteiten van deze ondernemingen zijn per 1 januari namelijk bij het bouwcluster ingedeeld.

Het principe van de overgangsregeling komt erop neer dat een vergunning of ontheffing die voor 1-1-1996 is afgegeven voor het timmer- en metselaarsbedrijf, daarna geldt als vergunning of ontheffing voor het bouwbedrijf.

Het is bovendien tot 1-1-1999 mogelijk om ontheffing voor het bouwbedrijf aan te vragen als men in het bezit is van:

ù een met ingang van 1-1-1996 aangewezen bewijsstuk AOV, en

ù een diploma vakbekwaamheid voor het metselaarsbedrijf of het timmerbedrijf, behaald in de periode van 1-1-1991 tot 1-1-1997.

Het blijft ook na 1-1-1999 mogelijk om ontheffing voor het bouwbedrijf aan te vragen als men in het bezit is van:

ù een met ingang van 1-1-1996 aangewezen bewijsstuk AOV, en

ù een diploma vakbekwaamheid voor het metselaarsbedrijf of het timmerbedrijf, behaald voor 1-1-1997, en

ù ten minste twee jaar ervaring heeft op het niveau van bedrijfsleider.

Diplomalijsten

Het ministerie van Economische Zaken heeft lijsten samengesteld van huidige diploma’s die straks gelden als AOV- en bedrijfstechniekdiploma. Deze lijsten hebben nu nog een voorlopige status en zullen eind dit jaar definitief worden vastgesteld.

De Kamer van Koophandel kan hierover meer informatie geven. Deze instantie verstrekt tevens de vestigingsvergunning.

*) Ton Groenendijk schreef bovenstaand artikel in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels