nieuws

Wie moet de ‘coordinator veiligheid’ aanwijzen?

bouwbreed Premium

Wie is verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden tijdens de uitvoering? Wie dient de veiligheidscoordinator aan te wijzen? Als er geen veiligheidscoordinator voor de uitvoeringsfase is aangewezen, is de opdrachtgever dan verantwoordelijk voor de gevolgen, of de aannemer?

Die vragen hielden de deelnemers aan een studiemiddag over arbeidsomstandigheden en het Bouwprocesbesluit hevig bezig. De bijeenkomst werd gehouden door de Betonvereniging, in congrescentrum De Eenhoorn te Amersfoort.

Mr. M.A. de Munck van de Stichting Arbouw gaf als antwoord: “Als een opdrachtgever zich niet aan het Bouwprocesbesluit houdt en de uitvoerende fase is begonnen en de uitvoerende partij heeft geaccepteerd dat de opdrachtgever geen coordinator heeft aangewezen, dan wordt het zeer lastig om de verantwoordelijkheid naar de opdrachtgever te schuiven.” Niet iedereen was het hiermee eens, maar omdat De Munck de enige jurist in de zaal was, werd er veel waarde aan zijn oordeel gehecht. Anders was het met de overgang tussen de arbo-coordinatie tijdens de ontwerpfase en tijdens de uitvoeringsfase. Volgens De Munck is er een duidelijke scheiding tussen deze twee fasen die echter wel “naadloos op elkaar passen”. Volgens sprekers uit het panel en de zaal is het juist de bedoeling van het Bouwprocesbesluit, om ontwerp en uitvoering beter op elkaar aan te laten sluiten. Volgens hen moet er geen cesuur tussen de fasen aangebracht worden.

Er bleek geen overeenstemming te zijn over de vraag, wie nu eigenlijk de veiligheidscoordinator voor de uitvoering aan moet wijzen, de opdrachtgever of de aannemer.

Een feit is, dat er aan de veiligheid gewerkt moet worden. In de wandelgang werden de gevolgen van onveilige situaties besproken. Daar was bijvoorbeeld te horen, hoe een werknemer door een sparing in een dak was gevallen. De isolatie was over het gehele dakvlak uitgelegd, ook over de sparing. De werknemer was daar niet van op de hoogte en er waren geen speciale veiligheidsmaatregelen getroffen. De werknemer is zwaar gewond en zal waarschijnlijk binnenkort overlijden. Het was niet het enige verslag van de gevolgen van een onveilige situatie.

Prof.ir. G.J. Maas, hoogleraar aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Eindhoven, benadrukte dat de studiemiddag niet als een vrijblijvende zaak beschouwd moest worden. “Onze plannen veroorzaken de rugpijn en de ongevallen op het werk. U en ik zijn de mensen die bij de familie komen om te vertellen dat de werknemer niet meer thuis komt.”

Denken en doen

Maas wees op “de ontzettend hoge uitval van werknemers in de Nederlandse bouwnijverheid, 25% zit thuis omdat zij ergens last van hebben”. Volgens hem is het probleem “dat produkt en proces te veel uit elkaar getrokken zijn. Het ontwerpen (denken) en uitvoeren (doen) moet meer bij elkaar gebracht worden. Het doel van het Bouwprocesbesluit is naar mijn mening, dat de ontwerpers zich verantwoordelijk gaan voelen voor de arbeidsomstandigheden van de uitvoerders. Bij de meeste werken raakt de bouw niet aan het primaire bedrijfsproces van de opdrachtgever. Die blijft daardoor op een afstand, is minder betrokken bij het bouwproces.” De oplossing zou zijn, dat niet alleen het produkt, maar ook de produktie ‘ontworpen’ moet worden. “Waar ‘ontwerpen’ staat moet ook ‘werkvoorbereiden’ gelezen worden”, aldus Maas.

De oplossing op lange termijn ziet de hoogleraar in aandacht voor de maatbeheersing, zowel in de fabriek als op het werk. Een goede logistiek, robotisering en duurzaamheid zijn drie factoren, die sterk afhankelijk zijn van de maatvoering. Ze leveren alle drie een bijdrage aan de verbetering van de veiligheid.

Betonstortploeg

Tijdens de studiemiddag werden vier voorbeelden behandeld van aandacht voor de arbeidsomstandigheden bij de voorbereiding en op het werk. Ing. J. de Jong van Mebin BV legde uit, hoe de ontwikkeling van nieuwe mortels het werk van de betonstortploeg kan verlichten. Ing. G. van Roekel van Holland Railconsult gaf een toelichting bij het veiligheidsbeleid van de Nederlandse Spoorwegen. Daarbij is de bouw van directe invloed op het primaire bedrijfsproces. De eerste randvoorwaarde is, dat de treinenloop zo weinig mogelijk verstoord mag worden. Als afgeleide wordt veel aandacht besteed aan de omstandigheden, waaronder het werk uitgevoerd wordt.

Ir. P. Schouwenburg, voorzitter van de directie van Redland Dakprodukten, ging uitgebreid in op de verbeteringen van de arbeidsomstandigheden voor de dakdekker. Hij liet zien hoe de chauffeur de pannen op het dak kan afleveren, met een kraan op de vrachtwagen. Ir. H.A.J. Flapper van NBM Amstelland Utiliteitsbouw tenslotte presenteerde de arbo-software, die momenteel ontwikkeld wordt voor gebruik door de bedrijven van NBM Amstelland. In de praktijk zal een databank gevuld worden met maatregelen, die bij bepaalde risico’s horen.

Reageer op dit artikel