nieuws

Tekort op hst-trajecten opgelopen tot f. 1,6 mld

bouwbreed Premium

Europees commissaris Neil Kinnock (transport) heeft de lidstaten van de Europese Unie de mantel uitgeveegd omdat ze hun aangegane verplichtingen ten aanzien van de Transatlantische netwerken (TEN – s) onvoldoende nakomen. Kinnock heeft de vijftien EU-landen dringend verzocht om meer geld uit te trekken voor de TEN – s anders bestaat het gevaar dat ze nimmer echt van de grond komen.

Van de veertien prioritaire poen die in uitvoering zijn is er bij twee sprake van grote financile problemen. Het betreft de hoge-snelheidstrein (hst) Parijs-Brussel-Keulen-Amsterdam-Londen en de hst tussen Parijs, Straatsburg en Duitsland (de hst-Oost). Het totale tekort becijferde Kinnock op f. 1580,8 miljoen. Op de hst-verbinding Parijs-Brussel-Keulen-Amsterdam-Londen bestaat er voor de periode 1995-1999 een tekort van 200 miljoen Ecu ( f. 416 miljoen) op het Belgische traject. Het tekort op het Nederlandse hst-baanvak is volgens Kinnock 120 miljoen Ecu ( f. 249,6 miljoen) en op het Britse hst-traject is een extra bedrag van 240 miljoen Ecu ( f. 499,2 miljoen). De hst-oost (Parijs-Straatsburg-Duitsland) heeft al te kampen met een tekort van 200 miljoen Ecu ( f. 416 miljoen ).

Kinnock publiceerde deze week een voortgangsrapport over de transport-, energie- en telecommunicatienetwerken voor de topconferentie van de EU-regeringsleiders en het Franse staatshoofd Jacques Chirac op 15 en 16 december in de Spaanse hoofdstad Madrid. Onderzoek Hij wil dat de Europese leiders in Madrid meer geld voor de TEN – s beschikbaar stellen omdat recent onderzoek volgens hem aantoont dat de socio-economische voordelen van de Transeuropese netwerken groter zijn dan aanvankelijk werd verondersteld. Deze voordelen zijn behalve grote tijdwinst nog minder verkeerscongestie (dus minder geldverslindende files) en minder belasting van het milieu. Kinnock maakte melding van de resultaten van een zojuist afgesloten studie die hij liet verrichten door dr. Rana Roy, top-econoom van het Europese Centrum voor Infrastructuurstudies (ECIS).

Deze studie toont aan dat de lidstaten van de Europese Unie de internationale socio-economische voordelen van de Transeuropese netwerken voor maar liefst de helft onderschatten. Onderschatting De studieresultaten van de top-econoom van het ECIS worden op dit ogenblik getoetst aan de overige poen in het kader van de TEN – s. De eerste resultaten tonen volgens Kinnock dezelfde onderschatting van de voordelen aan door de lidstaten van de Unie. – De EU-regeringen laten niet na om het grote belang van de Transeuropese netwerken voor de concurrentie, voor het scheppen van werk en voor het efficint functioneren van de eenheidsmarkt te onderstrepen. Maar hoe goed hun bedoelingen ook mogen zijn, de regeringen hebben nagelaten deze verklaringen daadwerkelijk te steunen. –

Volgens dr. Roy van het ECIS realiseren de EU-landen zich te weinig dat de som van het geheel (van de TEN’s) groter is dan de som van de afzonderlijke delen (de poen die op het nationale grondgebied worden uitgevoerd). Nationale regeringen zijn volgens Roy meer geneigd om de socio-economische voordelen van een po te beoordelen op basis van wat ze voor de eigen onderdanen opleveren. – Dat is voor hen het criterium voor het selecteren en financieren bij de ontwikkeling van de infrastructuur. De voordelen voor de onderdanen van andere landen worden niet meegeteld – , aldus Roy.

Volgens Kinnock moet deze houding van de lidstaten dringend veranderen. Er moet meer geld op tafel komen voor de TEN – s zoals de Europese regeringsleiders trouwens een jaar geleden al hebben erkend, aldus Kinnock. Priv-sector Bij deze financiering wil Kinnock ook de priv-sector betrekken. Volgens hem is dat tot nu toe niet of te weinig gebeurd. De rol van de priv-sector is volgens Kinnock voor de realisatie van de Transeuropese netwerken – cruciaal – . Het EU-budget is immer onvoldoende groot. Kinnock denkt daarbij aan publieke en private partnerships. De Europese Unie heeft sedert 1993 al meer dan f. 10,4 miljard in de TEN’s gestoken (inclusief het geld dat beschikbaar werd gesteld via de structuur- en cohesiefondsen); f. 13,3 miljard werd geleend bij de Europese Investeringsbank (EIB) en het Europese Investeringsfonds zorgde voor f. 332,8 miljoen. Sinds de start met de TEN’s werden 2000 km spoorwegen en 2500 km autowegen aan de bestaande spoor- en wegencapaciteit toegevoegd of verbeterd.

Reageer op dit artikel