nieuws

Stedebouwkundige wil orde scheppen in het debat Prof.: ‘Maak nieuwe centra rond Groene Hart’

bouwbreed

Na dertig jaar ontstedelijking is het hoog tijd de Randstad te versterken. Het beleid moet worden gericht op een meer dan trendmatige groei. Rond het Groene Hart is nog plaats genoeg voor nieuwe centra, vindt prof. D.H. Frieling.

Met oefeningen hoe Nederland er in de toekomst uit zou ke zien heeft prof. D.H. Frieling ervaring. Hij was in 1987 voorzitter van de manifestatie Nederland Nu Als Ontwerp, waarbij verschillende scenario’s werden beproefd. Eerder was hij bij de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders betrokken bij de totstandkoming van nieuw land. In Delft bekleedt hij nu de leerstoel stedebouwkundig ontwerpen, en in Amsterdam is hij adviseur van B en W voor ruimtelijke strategie. De toekomst van het Groene Hart heeft zijn aandacht in een informele studiegroep die “het metropolitane debat” heet. Niet met de ambitie een bepaald plan te propageren, maar om orde te scheppen in het debat “dat nu al een totale verwarring over schaalniveaus te zien geeft”.

Enthousiast

Denkt Frieling dat een rigoureuze verandering nodig is ten opzichte van het huidige Vinex-beleid? Frieling: “Over Vinex ben ik redelijk enthousiast. Het idee om de steden te versterken is inhoudelijk goed. En procesmatig is het goed dat alle departementen en regio’s afspraken voor de langere termijn hebben gemaakt, al ging dat met wat geduw en getrek. Minpunt is dat de relatie met het landschap onderbelicht blijft. Op traditionele wijze worden de centrale steden uitgebreid en het groen is de rest – dat zien we later wel. Ook met het plannen van voorzieningen is slordig omgegaan.”

“Vinex is teveel beperkt gebleven tot akkoorden over locaties en produktie. Principiele discussies over verschillen in visie en over de langere termijn zijn gemeden”, verklaart Frieling. “Dat leidt tot versplintering en een Randstad die voller lijkt dan die is.”

De wisselwerking tussen stad en land acht Frieling de karakteristiek van Holland. Na de Vinex-operatie moet daarom in de plannen voor Groene Hart en Randstad het landschap centraal komen te staan. Daar ziet hij al aanzetten toe, zoals de aanleg van het Bentwoud.

Dat de glastuinbouwers ter plekke daartegen protesteren, vindt Frieling niet ter zake. Het bos is er niet voor hen maar voor de Rotterdammers. Daartoe is het Groene Hart al die tijd ook opengehouden, voor de recreatie van de stedelingen.

Nieuwe centra

Frielings aandacht gaat vervolgens uit naar de rol die de stadscentra spelen. De Randstad is in zijn ogen een groot metropolitaan milieu geworden. De bestaande centra daarin moet je benutten, maar je moet je er niet aan vastklampen. Er zullen naar Frielings overtuiging nieuwe “configuraties” met grootschalige poen bijkomen.

Frieling schetst als voorbeeld de ontwikkeling van Amsterdam Zuid-Oost. Eerst een woonwijk; daar kwam later het winkelcentrum Amsterdamse Poort bij en een kantorenwijk; en nu groeit dit stadsdeel met een groot stadion en knooppunt van infrastructuur uit tot een nieuw centrum van activiteiten. Er komen in de Randstad nog een paar van die grote projecten, zoals megabioscopen en HSL-stations. Die ke op eenzelfde wijze aanzetten zijn tot nieuwe centra.

Frieling: “Er is getouwtrek waar de nieuwe HSL-lijn en de stations moeten komen, in Rotterdam of Den Haag. Kijk je naar de zuidflank van de Randstad dan zijn er drie opties. Het minste perspectief biedt het om Den Haag en Rotterdam allebei als zelfstandige centra te blijven ontwikkelen. De tweede optie is om van Rotterdam het echte centrum te maken en de groei van Den Haag af te remmen, om er een Bonn-achtige regeringsstad van te maken. Dan heb je ook geen nieuwe kustlocatie nodig. Een derde optie zou ke zijn om het HSL-station op een nieuwe plaats te situeren, bij Zoetermeer of het Clausplein. Daar zou ik voorstander van zijn. De HSL is echt een geschenk uit de hemel voor het maken van een nieuwe configuratie van functies. In combinatie met Leidschenveen zou je een La Defense-achtig nieuw centrum ke maken. Niet als bedreiging, om de plaats van de oude centra in te nemen, ook niet als het nieuwe centrum van de metropool, maar als toevoeging, als brug tussen de twee oude centra.”

Frieling denkt dat, gezien de mogelijke groei van de Randstad, er nog plaats is voor drie of vier nieuwe centra. Welke vorm en plaats die centra moeten krijgen laat hij daarbij in het midden.

Randstad-autoriteit

In het boekje “Het metropolitane concept” dat Frieling deze zomer bij de gemeente Amsterdam heeft uitgegeven betoogt hij dat de afgelopen dertig jaar een beleid van “ontstedelijking” is gevoerd. De positie van de grote steden is stelselmatig verzwakt. De groei van de bevolking en werkgelegenheid is in Noord- en Zuid-Holland achtergebleven bij het landelijk gemiddelde. Daarom moeten beleidsmakers als duidelijk doel stellen dat de Randstad meer dan trendmatig moet groeien.

Frieling: “De huidige verzwakking is een slechte zaak. Het is ook verkeerd om de te bouwen woningaantallen te verbrokkelen over een toevallig aantal steden dat wil bouwen. De Randstad moet je als een geheel benaderen; het lot daarvan moet je niet overlaten aan Pijnacker, Nootdorp of dat soort dorpen waarin toevallig de bouwlocaties liggen.”

Die nadruk op de Randstad als geheel moet volgens Frieling bestuurlijke consequenties hebben. “Er is een Randstad-autoriteit nodig. Niet een complete nieuwe bestuurslaag, maar zoiets als een waterschap. Een specifieke doelcorporatie voor een omlijnd gebied en een omlijnde periode, met budget en zeggenschap alleen over wat voor de Randstad als geheel van belang is. Om te beginnen kun je zo’n orgaan opdracht geven om binnen drie jaar met een plan voor de Randstad te komen. Lukt dat niet, dan ontbind je het. Lukt het wel, dan laat je het plan door datzelfde orgaan uitvoeren.”

Die nieuwe Randstad-autoriteit moet zich bezighouden met de “nerven van het blad”: de infrastructuur, het groen en de grote publiekstrekkers. Het “bladmoes” (wonen en werken) kan door de lokale overheid worden uitgewerkt.

Betekent dit dat het Groene Hart wordt verstedelijkt?

Frieling: “Dat denk ik niet. De woningdichtheid zal toenemen. Er komen gemengde woonmilieus met meer etagebouw tot onder de boomgrens (drie tot vier lagen) dan we nu denken. In de huidige Randstad is op die manier tussen de steden nog heel veel ruimte om te bouwen; dat raakt niet het Groene Hart als zodanig. Neem als voorbeeld de omgeving van Sassenheim, Hillegom en Lisse. Verdergaande verstedelijking zou de kwaliteit van deze streek ke verhogen, het gebrek aan profilering verhelpen. Dat doe je niet door van tijd tot tijd een contingent van 20.000 woningen toe te kennen, maar bijvoorbeeld in een keer 125.000 stuks voor een langere termijn. Dan kun je ook andere voorzieningen zoals een schouwburg plannen.”

“De opnamecapaciteit kan nog vergroot worden door meer groen aan te planten. Vergelijk het met het Gooi: dat is een ‘illusielandschap’ waarin het groen de bebouwing aan het oog onttrekt. We moeten daar nuchter in zijn: de ruimte en de uitzichten die een mens ervaart in het Groene Hart zijn veel kleiner dan het Groene Hart zelf. Je kijkt nooit verder dan drie kilometer. Met lopen of fietsen is de actieradius vijftien kilometer. Dus moet je groene linten aanleggen. Tussen dat hoogwaardige groen is nog veel ruimte voor verdichting.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels