nieuws

OTB pleit voor integrale aanpak Grote vier: f. 37 mld nodig voor stadsvernieuwing

bouwbreed Premium

De vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zeggen f. 37 miljard nodig te hebben om in de komende tien jaar de stadsvernieuwingsproblematiek op te lossen. Volgens de grote vier moet ook de verbetering van de na-oorlogse wijken bij de stadsvernieuwingsopgave worden betrokken. Om deze financieringsinspanning te leveren is boven op de al vastgestelde bijdrage minimaal f. 5,5 miljard van het rijk noodzakelijk.

Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht baseren hun beweringen op het rapport van het Onderzoeksinstituut OTB uit Delft. Het instituut onder leiding van volkshuisvestingsdeskundige prof.dr.ir. H. Priemus heeft in opdracht van de grote vier de stadsvernieuwing en de achterstanden in kaart gebracht.

Een van de voornaamste conclusies die uit de rapportage kan worden getrokken is dat het praktisch onmogelijk is om de stadsvernieuwing in de vier grote steden voor het jaar 2005 af te ronden. “Daarvoor zijn, ondanks de inspanningen van gemeenten en particulieren, de achterstanden te groot en de beschikbare middelen ontoereikend.”

De verantwoordelijke wethouders van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht respectievelijk D.B. Stadig, H.M. Meijer, P.G.A. Noordanus en J.H. Zwart hebben het rapport gisteren aan L.Kokhuis, directeur-generaal van het ministerie van VROM en M. Versnel, voorzitter van de Vaste Kamercommissie voor Volkshuisvesting, overhandigd.

De wethouders grepen de bijeenkomst aan de Tweede Kamer te verzoeken om meer evenwicht te brengen tussen de beschikbare middelen en de opgave waarvoor de grote steden zich gesteld zien.

Verzet

In het kader van het Beleid Stadsvernieuwing in Toekomst (Belstato) moet de stadsvernieuwingsoperatie rond het jaar 2005 zijn afgerond. De vier grote steden hebben zich bij de introductie van dit beleid door toenmalig staatssecretaris Heerma hier al tegen afgezet. Als gevolg van dit verzet is in 1997 een ijk-punt ingesteld.

Volgens de vier steden bewijst de OTB-rapportage dat het ijkpunt hard nodig is. Zo wordt er in de rapportage door OTB op gewezen dat inmiddels veel na-oorlogse wijken op de nominatie staan om te verpauperen, terwijl het stadsvernieuwingsbeleid zich tot nog toe op de vooroorlogse buurten richtte.

Alleen fikse investeringen en een flink opgeschroefd vernieuwingstempo ke nog verhinderen dat bewoners die zich dat ke veroorloven naar betere buurten uitwijken.

Bijdrage

Becijferd is dat er een slordige f. 37 miljard nodig is om de stadsvernieuwing tot een goed einde te brengen. Volgens OTB kan dit bedrag op tafel komen wanneer het rijk – 5,5 miljard extra uittrekt. Corporaties, projectontwikkelaars en andere particulieren partijen dragen volgens de gangbare verdeelsleutel f. 26 miljard bij.

Echter met die restrictie dat de overheid zelf f. 11 miljard op tafel legt. Daarvan ke de grote steden overigens al f. 4,5 miljard van het rijk tegemoet zien. De grote vier hebben verder zelf voor de aanpak van de stadsvernieuwing f. 1 miljard op de begroting staan. Resteert dus het gat van f. 5,5 miljard.

Afstemming

De stadsvernieuwing is in de visie van de vier wethouders niet los te zien van uitbreidingsplannen die tot andere noodzakelijke aanpassingen in de bestaande stad leiden, zoals infrastructuur en stedelijke voorzieningen. Zo stellen de onderzoekers van OTB onder andere vast dat de bijdrage in het kader van het grote-stedenbeleid een blijvend karakter zou moeten krijgen.

Verder zou het al een hoop schelen wanneer zowel gemeenten als het Rijk diverse plannen en uitgaven beter op elkaar zouden afstemmen. “Op rijksniveau geldt dat vooral voor de beleidsterreinen stadsvernieuwing, grote-stedenbeleid, de Vierde nota ruimtelijke ordening extra (Vinex) en infrastructuur,” aldus prof. Priemus in een toelichting op het rapport.

Verheugd

De voorzitter van de Vaste Kamercommissie voor Volkshuisvesting, M. Versnel, zei “verheugd” te zijn met de rapportage. Destijds voorstander van het ijkpunt zei Versnel al regelmatig bij wethouders om een voorzet te hebben gevraagd: “Per slot van rekening is het zo 1997.” Namens staatssecretaris Tommel benadrukte Kokhuis dat de raming van de stadsvernieuwingsbehoefte op actualiteit zal worden bekeken. Volgens Kokhuis hoort daar dan ook de na-oorlogse wijken bij.

Reageer op dit artikel