nieuws

Nijpels verbaasd over opstelling grote steden WNF mist visie ‘grote vier’ op toekomst Groene Hart

bouwbreed

Onbegrijpelijk, vindt voorzitter Ed Nijpels van het Wereld Natuur Fonds. Onbegrijpelijk dat de vier grote steden in de Randstad nog steeds geen visie hebben ontwikkeld op het Groene Hart. “Wat mij heeft verbaasd, is dat de grote vier zich tot nog toe afzijdig hebben gehouden van de discussies hierover, terwijl juist zij gebaat zijn bij de totstandkoming van een ‘Groene metropool’. Ik zou ze hier dan ook graag willen oproepen wakker te worden en nu eens met een visie te komen. Dat is nodig, want duidelijk is dat het met de natuur in de Randstad op dit moment droevig is gesteld.”

Een vooruitziende blik kan het Wereld Natuur Fonds (WNF) niet worden ontzegd. Nog voordat de discussie over het Groene Hart echt was begonnen, riep deze organisatie samen met de ANWB al op tot de vorming van een actieplan voor het Groene Hart.

De Randstad moet worden omgevormd tot een groene metropool, zo luidde de voorzet van WNF en ANWB. En daarbij dient grootschalige natuurontwikkeling hand in hand te gaan met versterking van de recreatieve functies.

Er is in dit opzicht heel wat winst te behalen, zo blijkt uit het rapport ‘Groen Hart? Groene Metropool!’, dat WNF en ANWB deze zomer lieten verschijnen. Want in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt verliest de Randstad het zelfs van een uitermate verstedelijkt stukje wereld als het Duitse Ruhrgebied. Dat blijkt een meer compacte en contrastrijke stedelijke regio, die ook nog eens rijk is aan zeer omvangrijke en gevarieerde bos-, park- en natuurgebieden met een beschermde status. Waar de Randstad het moet doen met de boswachterij Schoorl met zijn 20 vierkante kilometer landschapspark, kan de inwoner van het Ruhrgebied zich verliezen in het 1743 km2 grote park Nordeifel.

Natuurontwikkeling

Een groot verschil, waar in het kader van de gaande discussie over het Groene Hart vrij eenvoudig verandering in kan worden gebracht, zo meent Nijpels.

“De Groene Hart-gesprekken vormen een perfecte mogelijkheid om de natuur in Nederland weer op een hoger niveau te tillen. Want let wel: in vergelijking met het begin van de jaren zestig is maar liefst 50 procent van het toen aanwezige areaal verdwenen. We halen inmiddels zelfs de internationale norm niet meer die aan ontwikkelingslanden wordt gesteld: niet de vereiste tien maar slechts een schamele vijf procent van het Nederlandse grondgebied is natuurgebied. Door meer te doen aan natuurontwikkeling in het Groene Hart kan in ieder geval die tien procent weer worden gehaald.”

Volgens Nijpels toont onder andere het voorbeeld van het Ruhrgebied aan dat stedelijke ontwikkeling en de zorg voor de natuur geenszins vijanden van elkaar hoeven te zijn. “Die vermeende tegenstelling tussen groen en woningbouw is er niet. Ik ben ervan overtuigd dat de Randstad als woongebied juist aan aantrekkelijkheid kan winnen, als meer aandacht wordt geschonken aan natuurontwikkeling. Het is niet of, of; het is en, en!” Daarmee is ook de noodzaak van betrokkenheid van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht aangetoond. “Wat mij heeft verbaasd, is dat de grote vier zich tot nog toe afzijdig hebben gehouden van de discussies hierover, terwijl juist zij gebaat zijn bij de totstandkoming van een ‘Groene metropool’. Ik zou ze hier dan ook graag willen oproepen wakker te worden en nu eens met een visie te komen.”

Echt groen maken

Wat WNF en ANWB betreft zal veel afhangen van de mate waarin het Groene Hart daadwerkelijk groen kan worden gemaakt. Nijpels: “Als je nu kijkt naar het gebied, zie je vooral weilanden en boerenhoeven, met hier en daar plukjes natuur”, zo signaleert hij. “Dat is niet de grootschalige natuurontwikkeling die ons voor ogen staat. Wat feitelijk moet gebeuren is dat grote delen van het Groene Hart worden teruggegeven aan de natuur, zodat die zijn gang kan gaan.”

Daar is nu alle gelegenheid voor. “Een groot aantal boeren in het Groene Hart verwacht namelijk zijn bedrijf te beeindigen. Die gronden ke worden aangekocht, om vervolgens te worden omgezet in natuurgebied.” Het voordeel van een dergelijke aanpak is dat op termijn duidelijke grenzen worden getrokken. “Want de grenzen van het Groene Hart zijn op dit moment boterzacht”, aldus Nijpels. “De basis ervoor ligt in de Wet op de Ruimtelijke Ordening. En de mechanismen die daarin zijn opgenomen, leiden, eenmaal in handen gesteld van bestuurders, altijd tot een verschuiving van de grenzen. Kijk maar naar de wijze waarop artikel 19 wordt gehanteerd.

Door de grenzen van het Groene Hart te trekken met natuurontwikkeling, ontstaat een fysieke grens, die niet of slechts met moeite te slechten valt. Dat zie je overal waar de natuur een feitelijke barriere vormt voor stedelijke ontwikkeling. Daar worden de grenzen geeerbiedigd.”

Overigens moeten de grenzen ook weer niet zo streng worden getrokken dat de toekomstige natuurgebieden niet meer bezocht mogen worden. “De nu voor recreatie geschikte natuurgebieden in de Randstad worden afgeschermd met prikkeldraad. Dat is niet goed. Wij vinden dat het Groene Hart in de toekomst grotendeels toegankelijk moet worden gemaakt. Het moet een open gebied worden, wat nu feitelijk niet het geval is.”

Andere tijd

Resteert de vraag waarom Nijpels, toen hij minister van VROM was niet de impuls aan het Groene Hart heeft gegeven die hij nu als voorzitter van het WNF noodzakelijk acht.

Pas na enig aandringen (“Ik zit hier als voorzitter van het WNF en niet als oud-minister”) wil hij daarop ingaan. “De Vierde Nota is onder mijn verantwoordelijkheid tot stand gekomen. Toen is gekozen voor de knooppunten, de mainport-ontwikkeling en zijn de contouren van het Groene Hart geschetst. Maar het zwaartepunt in de discussie lag niet bij natuurontwikkeling. Het ging veel meer om de vraag hoe er een brug kon worden geslagen tussen de ruimtelijke ordening en de economie.

Dat is nu anders. Behalve de economie speelt nu ook het milieu en de natuur een belangrijke rol in het RO-beleid. U vraagt wat ik zou doen als ik nu minister van VROM zou zijn? Dan zou ik in ieder geval heel serieus kijken naar de plannen van het WNF en de ANWB. Want Nederland zou wel gek zijn, als zij de kansen die er nu liggen voor de Randstad en het Groene Hart voorbij zou laten gaan.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels