nieuws

Kunst bij rijksgebouwen

bouwbreed Premium

Mocht in 1923 (wijlen) Victor de Stuers – in zijn tijd een ambtelijk functionaris te vergelijken met de huidige Rijksbouwmeester – zijn handjes figuurlijk dichtknijpen toen na veel gezeur – 25.000 op de Rijksbegroting werd geplaatst voor kunsttoepassing bij overheidsgebouwen, sindsdien is er bijzonder veel veranderd. Die 25 mille van toen zouden overigens nu ongeveer vijf ton betekenen, want zo gaat dat met inflatie.

Kort voor de tweede wereldoorlog stelde de Amsterdamse wethouder voor kunstzaken, E. Boekman, een percentageregeling op rijksniveau voor om het resultaat daarvan ten goede te laten komen aan de decoratie van gebouwen. Hij had oog voor het brengen van schoonheid aan “het volk in het leven van elken dag” en tevens voor hulp aan noodlijdende kunstenaars.

De waardering voor ‘Kunst bij rijksgebouwen’ moge blijken uit de vrij regelmatige verschijning in een serie simpele boekjes met dezelfde naam, waarvan het thans verschenen deel 10 een goede indruk geeft.

Omdat de Binnenlandse Veiligheidsdienst – voor beginnende internationaal georienteerde spionnen de National Security Service – slechts zelden de lezers van dit vakblad als gasten mag ontvangen is nadere bestudering van het deeltje 10 een goede zaak. Wie onverhoopt het nieuwe gebouw van de BVD in Leidschendam – ooit jaren en jaren gevestigd aan de Haagse Pres. Kennedylaan, compleet met hoge zendmasten – betreedt, beziet wat beteuterd de entreevloer. De kunstenaar Marinus Boezem heeft kans gezien een magistraal uitspansel op de vloer te leggen met de titel ‘Schijngestalten van de maan’. Een collega kunstenaar (Peter Kattenberg) noemt het een meeslepende ruimtelijke compositie in de vloer waarbij de weerglans in het glas van de beveiligde draaideuren het beeld verdubbelt. De kunstenaar heeft iets moois gedaan, namelijk de toegang tot een ware ontvangst te maken en dat is voor een gebouw waarvan de gebruikers de gastvrijheid niet hoog in het banier hebben een niet geringe prestatie. Om even terug te keren naar de financiele cijfers in het huidige tijdsgewricht: Het kunstbudget voor de ‘schijngestalten van de maan’ was – 120.840 exclusief btw. In totaal is voor ruim – 350.000 aan kunst in het gebouw van de nazaten van 007-Bond aangebracht. Da’s andere koek dan die schriele 25 mille van Victor de Stuers, die overigens na een paar jaar geruisloos uit de begroting werd geschrapt.

Op de Noordoostpolder na is Apeldoorn de omvangrijkste gemeente, bijna 35.000 hectaren groot. Daar ook had ene heer Walther in de jaren zestig een lapje bosgrond van 400 x 200 meter dat hij verkocht aan het rijk, bestemd voor een rustig kantoorcomplex centraal in Nederland. Dat schijnt gelukt te zijn, want de Rijksgebouwendienst – het Bureau Rijksbouwmeester in het bijzonder – vindt dat de heer Walther door deze transactie zijn entree heeft gemaakt in de rijen der onsterfelijken, een eerbetoon dat eerbiedig zwijgen rechtvaardigt. Voor alle duidelijkheid: in het complex van negen gebouwen is onder meer het automatiseringscentrum van de belastingdienst gehuisvest van waar de schier eindeloze reeks blauwe enveloppen het Nederlandse volk bereikt.

Ook in het zogeheten Walthercomplex heeft de kunst op weldadige wijze toegeslagen. Niet minder dan acht kunstenaars mochten tussen 1975 en 1994 hun visies gestalte geven onder wie Karel Appel met een tegeltableau a – 85.000 (excl. btw) in de gebouwen van de architecten P. Zanstra en J.R. van den Oever uit Amsterdam.

Een van de kunstwerken is van Eja Siepman van den Berg en staat onbereikbaar op een inham tussen de gebouwen. Als een bezoekende wandelaar de glans van donker brons ontdekt tussen de bomen, toont het afstandelijk maar schaamteloos zijn gaafheid. Ook de anderen naakten van de kunstenares zijn glad, gaaf en ontdaan van alles dat teveel zou zijn. Wellicht lijken ze op de doorsnee belastingbetaler.

Reageer op dit artikel