nieuws

Hoogleraren

bouwbreed Premium

In wat de grootste zaal van de volkshuisvestingsveste (+ milieu en ruimtelijke ordening) aan de Haagse Rijnstraat mag worden genoemd waren ze in grote getale bijeen. Professoren uit het ganse land, deelnemers aan de VROM-hooglerarenbijeenkomst die een traditie probeert te worden en waarvoor de hooggeleerde (voornamelijk) heren voor de derde maal in successie met vreugde naar de Residentie waren afgereisd.

De jaarlijkse opdrachtenstroom om enig beleidsterrein duchtig te bestuderen, te onderzoeken en rap een dikke pil als rapportage uit te brengen moet worden gekoesterd en ruim f. 200 miljoen per jaar aan onderzoeksopdrachten is niet niks.

Vandaar dan ook dat uit stad en land menigeen in de zaal zat om onder leiding van secretaris-generaal Roel den Dunnen van VROM – in zijn vrije tijd enkele middagen per maand buitengewoon hoogleraar in Amsterdam – van gedachten te wisselen. Zoals mocht worden verwacht van de oud-wethouder voor Rotterdamse havenzaken had hij in een vraaggesprek voor deze feestelijke (halve) dag wat pesterig gemeld dat wetenschappers en beleidsmensen elkaars werk te weinig lezen. De onderzoekers lezen elkaars boeken en onderzoeksverslagen, maar ze kennen niet de mensen die bij VROM de wetsteksten schrijven. De ambtenaren weten niet waar de onderzoekers mee bezig zijn.

In de kleine arena die Nederland heet ligt het nimby-gedrag (not in my backyard) erg voor de hand. Als Bergen op Zoom moeite heeft met het trace van de Hoge Snelheids lijn komt er na twee jaar studeren een rapport van 350 pagina’s dat bij de rijksoverheid in de la komt te liggen en dan wordt het hier dunnetjes overgedaan. Andersom gebeurt ook…..

Martin van Rijn – nu nog directeur financien, strategie en control bij het directoraat-generaal van de volkshuisvesting en met Peter Veld een van de twee kandidaten om de plotseling opgestapte Guus Hoelen als plaatsvervangend DG volkshuisvesting op te volgen – had uiteraard een geheel andere invalshoek. Hij noemt zijn VROM-tak van dienst een grote ruimtegebruiker en niet zo maar een klant. De volkshuisvesting is sterk betrokken bij de vraag naar de inrichting van de stad. Hij ervaart volkshuisvesting bij uitstek als het punt waar abstracte concepties van de ruimtelijke ordening concreet worden gemaakt in wonen, het idee een plek in de ruimte te hebben.

Hij wierp een heel klein knuppeltje in het wetenschappelijke hoenderhof met de stelling dat de wens van mensen hoe ze willen wonen medebepalend is voor hoe ver je kunt gaan met je ruimtelijke ordeningsbeleid.

Bekend is dat minister Margaretha de Boer helegaar niks ziet in de bouw van huisje-boompje-tuintje-beestje omdat daarmee de toch al slinkende groene ruimten in ons land en in de randstad in het bijzonder ernstig worden bedreigd. Lekkere blokken flats van zo vier a vijf hoog vindt ze de oplossing. Haar staatssecretaris Dick Tommel vindt dat allemaal wel best, maar voelt er bitter weinig voor – nu de stadsvernieuwing als bouwkundig item aan glans heeft verloren – te blijven zitten met woningen waar geen sterveling in wil wonen.

Bleef de voorspelling van prof. Roel in ’t Veld – ooit acht dagen staatssecretaris en dus politicus – met zijn opmerking dat de Volkshuisvesting het milieuprobleem van de toekomst is. Volgens Martin van Rijn een slechte stelling, die hij bestreed met zijn geloof dat mensen zich niet eindeloos om de steden willen laten samenpakken. Locatiebeleid is niet alleen zaligmakend, ook het aanbrengen van zoveel mogelijk kwaliteit, menging en integratie in de vestigingen die er zijn.

En zo waren de tientallen hoogleraren deze week bijeen onder het motto

Reageer op dit artikel