nieuws

Herstructurering oud bedrijfsterrein steunt lokale economie

bouwbreed Premium

Herstructurering van oude bedrijfsterreinen biedt geen kwantitatieve oplossing voor het tekort aan ruimte waarmee ondernemingen kampen. Aanpak van dergelijke locaties is echter wel belangrijk voor specifieke bedrijven en markten die een bijdrage leveren aan de plaatselijke economie. De herstructurering past om die reden goed in het beleid voor de grote steden. In het voorjaar van 1996 verschijnt een onderzoek naar de problemen in deze en naar de mogelijkheden die op te lossen. Aldus plaatsvervangend directeur-generaal drs. R. Bemer van het ministerie van Economische Zaken op een bijeenkomst van het CKC in Rotterdam.

In de visie van Bemer verouderen bedrijfsterreinen onder meer door veranderingen in de onderneming en door wijzigingen in processen, produkten en technologie. Ook de bereikbaarheid, milieu-eisen en veranderingen in de schaalgrootte dragen aan de veroudering bij. Herstructurering komt in de meeste gevallen ook neer op modernisering van de infrastructuur op deze locaties. Een concreet voorbeeld biedt het Programma Herstructurering Bedrijfsterreinen 1995-1998 van de gemeente Amsterdam. Dat omvat 17 terreinen met een gezamenlijk oppervlak van 450 hectare.

Het totale negatieve exploitatiesaldo bedraagt ruim f. 30 miljoen. Bij de reeds gevestigde bedrijven blijft 380 hectare in gebruik zodat minder dan 70 hectare opnieuw is uit te geven. Door de aanpak blijven 22.000 arbeidsplaatsen behouden en komen er mogelijk 9000 nieuwe arbeidsplaatsen bij. Bemer legde uit dat Heidemij Advies in opdracht van EZ een landelijk onderzoek uitvoert naar de problemen en de bijbehorende oplossingen inzake de herstructurering van oude bedrijfsterreinen. De ministeries van VROM en V en W werken er evenals het IPO en de VNG aan mee. De verzamelde gegevens omvatten 825 bedrijfsterreinen in 178 gemeenten met een gezamenlijk bruto-oppervlak van 41.700 hectare. Het onderzoek komt in het voorjaar van 1996 in de openbaarheid. Nu al is duidelijk dat herstructurering niet een van de meest gemakkelijke taken zal zijn.

Temeer niet omdat de de oorzaken van de problemen niet alleen uit de terreinen zelf voortkomen maar ook samenhangen met de omgeving. Verspreid en versnipperd eigendom bemoeilijkt de aanpak nog meer. Mede daardoor vallen er geen standaardoplossingen aan te reiken. De herstructurering vergt de betrokkenheid van de individuele bedrijven en van regionale organisaties van het bedrijfsleven. Medefinanciering Op regionale schaal kan de aanpak leiden tot specialisatie van de bedrijventerreinen wat mogelijk weer het verplaatsen van bedrijven als gevolg heeft. De overheden dienen een deel van de benodigde financin te leveren. Dat geld kan opgaan aan het aanpassen van de openbare ruimte en aan het verbeteren van de situatie voor de individuele bedrijven. Het rijk stelt tot 1999 f. 300 miljoen beschikbaar waarvan f. 100 miljoen naar de vier grote steden gaat.

Bemer noemde deze bijdrage een prikkel voor economische ontwikkeling. Het grootste deel van de middelen moet plaatselijk en regionaal worden opgebracht. Enkele regio’s ke aanspraak maken op Europese gelden. Afhankelijk van de doelstelling van het desbetreffende fonds en de (werkgelegenheids)effecten kan een regio de medefinanciering van een herstructureringspo overwegen. Naast de Europese middelen dienen in elk geval gelijkwaardige regionale bedragen te staan. Woningbouw Herstructurering van oude bedrijfsterreinen verloopt volgens directeur Consultancy en Research ir. R. Stevens van DTZ Zadelhoff niet altijd even soepel. Hij illustreerde die stelling met het geval van het zogeheten Vicon-terrein in Nieuw-Vennep. Verkoop van de opstallen aan een nieuwe gebruiker kwam nauwelijks in aanmerking. Het terrein grensde evenwel aan de woonwijk Welgelegen op een aantrekkelijke locatie.

Ook andere factoren maakten de herbestemming tot woongebied niet onmogelijk. De geluidsbelasting die een nabijgelegen staalpletterij en de aanvliegroute tot Schiphol veroorzaakten lieten deze optie echter vervallen. Een ander voorbeeld biedt de herbestemming van het TNO-terrein in Apeldoorn. Dat zou aanvankelijk opgaan aan kantoren en woningen. Het veranderende beleid trok echter een streep door deze plannen. De locatie is moeilijk te bereiken met het openbare vervoer zodat kantorenbouw niet meer mogelijk is. Daarmee verschoof de aandacht naar het onderbrengen van bedrijven. Die keuze sluit echter weer de bouw van woningen uit. Woningbouw volgt daarentegen wel op het voormalige Willem II-terrein in Valkenswaard. Het aanvankelijke plan de locatie alleen te bebouwen met luxe appartementen maakte echter plaats voor een plan dat naast duurdere ook in goedkopere appartementen voorzag. De wijziging wendt het gevaar van marktverzadiging af en sprak ook de gemeente het meest aan.

Reageer op dit artikel