nieuws

Gemeente bepleit nieuw kanaal ten noorden van stad Aanpassen van Maasroute ingrijpend voor Maastricht

bouwbreed

Aanpassing van de Maas om grote schepen een veilige en vlotte vaart te bieden en eventueel vierlaags containervaart mogelijk te maken, heeft voor Maastricht ingrijpende consequenties met zeer hoge kosten. Om die te voorkomen, moet Rijkswaterstaat volgens de gemeente alternatieve oplossingen bekijken, die via Belgisch grondgebied lopen. Een ervan is het graven van het Cabergkanaal ten noorden van Maastricht als verbinding tussen Albertkanaal en Julianakanaal.

Dit standpunt nemen B en W in in een reactie op de door RWS ter visie gelegde Startnotitie Tracewet/mer Zandmaas/Maasroute. In het kader van het Deltaplan Grote Rivieren moet de wateroverlast in de Zandmaas (gedeelte Maas tussen stuw Linne en Hedel) worden beperkt.

Dat wordt bereikt door middel van zomerbedverlaging in combinatie met zand- en grindwinning en beperkte natuurontwikkeling. Omdat RWS eerder al plannen had ontwikkeld voor verbetering van de scheepvaart in de gehele Maasroute, werd besloten beide plannen gecombineerd aan te pakken.

De uit te voeren ingrepen zijn echter van zo grote omvang, dat sprake is van het verleggen van de hoofdvaarweg. Dit betekent dat de Tracewet moet worden gevolgd. Ook moeten de milieueffecten worden vastgelegd. Die procedure moet uiterlijk 1 januari 1997 zijn afgerond. RWS laat zich daarin ondersteunen door een combinatie van de adviesbureaus IWACO en CSO en het Waterloopkundig Laboratorium.

Twee alternatieven

Aanpassen van de Maasroute kan worden verkregen door het opzetten van het waterpeil (bij lage afvoeren), verlagen van de bodem, renovatie, verlenging of nieuwbouw van sluizen, verbreden van de vaarweg en verhogen van bruggen.

In de startnotitie worden twee opties beschreven: streefalternatief en terugvalalternatief. Het eerste richt zich op schepen tot maximaal 190 meter lengte, 11,4 meter breedte en diepgang tussen 3 en 4 meter, alsmede onderzoek naar vierlaags-containervaart ten zuiden van Born. Het andere plan richt zich op schepen van maximaal 110 meter lengte, zelfde breedte en diepgang en studie naar vierlaags-containervaart.

Het streefalternatief betekent volgens B en W “ingrijpende gevolgen voor de passage in Maastricht”. Zo moet het sluiscomplex Limmel worden aangepast. Te denken valt dan aan verlenging en/of verdiepen van bestaande kolken, uitbreiden van het complex met een nieuwe kolk etc. Voorts moet het Julianakanaal, met name ten zuiden van Born, worden verbreed (met 10 tot 20 meter) en verdiept.

Volgens B en W ke daardoor “de maatregelen die getroffen worden of zijn in het kader van de Deltawet en Grensmaas negatief beinvloed worden”. Verhoging van de capaciteit van het stuwpand Borgharen/Itteren kan “grote gevolgen hebben voor de zuidelijker gelegen jachthavens. Zo zou de geplande ontwikkeling van ligplaatsen in de Pietersplas worden doorkruist.”

Bij RWS wordt erop aangedrongen “ook te onderzoeken op welke wijze bij de verlegging van dijken, de nieuwe dijken voorzien zijn van een goede ontsluiting, zodat ze beter voor recreatie geschikt worden”.

Meest vergaand

Maar de meest vergaande gevolgen heeft het aanpassen van de Maasroute voor de bruggen (o.a. St. Servaasbrug en Wilhelminabrug) in Maastricht. Die moeten worden verhoogd, hetgeen grote gevolgen heeft voor de aansluitende wegen en bebouwing in het het stedelijk gebied.

Tevens ke er “consequenties zijn voor reeds geplande maar nog niet uitgevoerde bruggen (zoals de Ceramiquebrug) alsmede voor momenteel niet in gebruik zijnde bruggen (zoals de spoorbrug). Een ander betekent ingrijpende effecten op de kwaliteit van de Maasoevers.” Voorts ke zich nadelige effecten voordoen op overstorten en rioleringen.

Om Maastricht te ontzien dragen B en W twee alternatieve vaarroutes aan, die allebei via Belgisch grondgebied lopen. De eerste is een trace via het Albertkanaal, het kanaal Briegden Neerharen en de Zuid Willemsvaart met een nieuw aan te leggen aansluiting op het Julianakanaal ter hoogte van Elsloo. De andere is een trace waarbij het Albertkanaal via een nieuwe verbinding (het Cabergkanaal aan de noordzijde van Maastricht) verbonden wordt met het Julianakanaal:

“Mocht het Caberg-alternatief niet in de studie worden meegenomen, dan zou dit geplande kanaal definitief uit het gezichtsveld moeten verdwijnen en kan de ruimtelijke reservering daarvoor teniet worden gedaan.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels