nieuws

Fusiegesprek mogelijk voor eind dit jaar afgerond Diekstra slaat terug met uitbouw managementgroep

bouwbreed

Het bouwmanagement Starke Diekstra heeft nauwelijks tijd om achteruit te kijken, laat staan om adem te halen. Het turbulente jaar 1995 is nog lang niet afgelopen. De unit management consultancy (MC) wordt verbreed en tevens voert men een zeer serieus fusiegesprek.

Het weinig rustige jaar 1995 is voor de mensen van Starke Diekstra nog niet voorbij. Professor Hans de Jonge, directielid Starke Diekstra Holding, laat doorschemeren dat op dit moment serieus gesproken wordt over een mogelijke fusie, danwel een andere vorm van samenwerking. “Er is vanuit de markt veel belangstelling voor ons bedrijf”, zegt De Jonge. Hij verwacht nog dit jaar met nieuws te komen over de resultaten van de gespreksrondes. Verder wil hij alleen melden dat de partner “niet beschikt over een zelfstandig pomanagement bureau”.

Na het overlijden van Frans Diekstra bezitten de erven een aanzienlijk pakket in de houdstermaatschappij. Naast deze mensen zijn de andere aandeelhouders de participatiemaatschappij Parnib, van de Nationale Investeringsbank, een aantal particulieren en een werknemersstichting.

Hans de Jonge wil weinig woorden vuil maken aan de affaire met KPMG Management Consulting. Hij kijkt liever vooruit naar volgend jaar. Onder dreiging van een kort geding is het eind vorige week tot een overeenkomst gekomen met het accountancy- en adviesbureau. Twee mensen, waaronder unitleider ir. H. Verploegh stappen over naar KPMG. In eerste instantie wilde KPMG het gehele onderdeel MC overnemen, danwel een belang nemen in de holding. Gesprekken over deze overname/participatie liepen in de zomer al vast. De Jonge: “KPMG respecteert nu het concurrentiebeding zoals is overeengekomen. De kou is na de overeenkomst uit de lucht en daar laat ik het bij.”

Niet omgevallen

Na de directie-strubbelingen en het overlijden van Frans Diekstra, allemaal in een tijdsbestek van enkele maanden, dacht een aantal concurrenten, aannemers en opdrachtgevers dat Starke Diekstra zou omvallen of fors in de rode cijfers zou duiken. “Ik moet die partijen teleurstellen. Ondanks dat het een zwaar jaar was, sluiten we met winst af en zijn we niet omgevallen”, zegt De Jonge met enige trots. Het citaat wil hij nog niet onderbouwen met cijfers.

De winst in het boekjaar 1994 werd door het nemen van een buitengewone last van f. 1,073 miljoen gedrukt tot f. 1,3 miljoen. De bruto toegevoegde waarde, een belangrijke beoordelingsgraadmeter voor deze dienstverlenende sector, steeg met 24 procent tot f. 34,829 miljoen. De orderportefeuille bedroeg in mei f. 32,9 miljoen en is inmiddels gegroeid.

Voor de Rotterdammer De Jonge was het alles behalve een gemakkelijk jaar. De deeltijd professor aan de TU Delft startte in de week dat Diekstra overleed en moest daarom samen met collega Andre van der Valk oningewerkt beginnen. Bij dit proces kregen beiden steun van zwaargewicht Rob van den Heuvel. Deze gedelegeerd commissaris, in het dagelijks leven managing partner bij Greenfield Capital Partners en onder andere betrokken bij de stroomlijning van de Schelde Groep, voert voor de aandeelhouders de gesprekken met mogelijke partners, “en zorgt voor rust naar de markt. Want door de hele affaire zijn opdrachtgevers van vooral grote langjarige projecten afwachtend geworden. We hebben juist de kwaliteiten aanboord om dit soort gecompliceerde poen op te lossen.”

Als De Jonge wordt gevraagd vooruit te kijken naar 1996 zegt hij in januari met nieuwe plannen naar buiten komen, waaronder de introductie van twee adviesprodukten voor de vastgoedsector. “De units pomanagement, bouwplaatsmanagement en poconsultancy zullen op de huidige voet verder worden uitgebouwd, terwijl management consultancy fors zal moeten groeien.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels