nieuws

Filipijnen nemen van westen tekenwerk over

bouwbreed

De moderne informatietechnologie maakt het mogelijk dat goed opgeleide en vakbekwame mensen op de Filipijnen tegen beduidend lagere kosten werk uitvoeren dat in de ontwikkelde landen te duur wordt. In het geval van de bouwnijverheid valt te denken aan het opmaken van bouwtekeningen en het verlenen van advies inzake het ontwerp en de uitvoering van poen.

Mede door de lage loonkosten ontwikkelen de Filipijnen zich ook tot belangrijke exporteurs van materialen en produkten voor de bouw. Aldus S. Santos van het Filipijnse Consulaat-Generaal in Duitsland in een gesprek met deze krant. Een grote afstand scheidt de Filipijnen en Europa maar mede door de lage produktiekosten is de export van bijvoorbeeld bouwmaterialen alleszins lonend”, stelt Santos. “Onder meer Japan neemt intussen grote hoeveelheden materiaal af ondanks het feit dat er ook hier een grote afstand ligt tussen exporteur en importeur. Tot op heden slagen de Filipijnse aanbieders erin een concurrerende prijs voor te rekenen. Ook elders op de Aziatische markt boeken de producenten succes. In het geval van Europa zullen de prijzen als gevolg van de transportkosten iets hoger liggen maar blijven desondanks concurrerend. En dat zal in de komende tijd zeker zo blijven omdat de arbeidskosten in de Filipijnen weliswaar zullen stijgen maar vooralsnog ver onder de westerse tarieven blijven. Het gemiddelde maandinkomen van de Filipijnen bedraagt f. 500 tot f. 700.”

“Het ligt in de bedoeling de gang van zaken niet beperkt te houden tot het noteren en leveren van bestellingen”, zegt Santos. “Veel meer verwachten we van het opzetten van samenwerkingsverbanden met ondernemingen in bijvoorbeeld bedrijven in het oosten van Europa. Daar doet zich een grote bouwmarkt voor terwijl een niet onbelangrijke aantal van deze ondernemingen over goede contacten met het westen beschikt. In het verlengde daarvan ke die Filipijnse materialen verwerken in poen daar. Eerder deden we daarmee ervaringen op met produkten van de metaalverwerkende industrie. Een Westduits bedrijf kreeg een grote opdracht en besteedde de produktie uit aan een bedrijf in het oosten van Duitsland. Dat schakelde op diens beurt een bedrijf uit de Filipijnen in als onderaannemer voor de leverantie. In dit geval bleek de samenwerking succesvol zodat het niet ondenkbaar is dat een dergelijke cooperatie ook in andere sectoren een goed resultaat levert.”

“De overheid van de Filipijnen komt bedrijven die de exportmarkt betreden financieel tegemoet”, legt Santos uit. “Die ke dan belastingvrij de noodzakelijke machines en grondstoffen importeren. De Filipijnen maken verder gebruik van bepaalde financiele organisaties die onder meer de export bevorderen. Ook die ke een belangrijke bijdrage leveren aan de buitenlandse promotie van Filipijnse bouwmaterialen. Die ondersteuning duurt niet eeuwig. Zodra bedrijven samenwerken met een buitenlandse partij of voldoende inkomsten uit de export ontvangen zijn ze voor het vervolg op zichzelf aangewezen.”

Uitvoerbeleid

“De Filipijnen exporteren al langer en dat met succes waarbij de ene keer de (overheids)steun naar het ene produkt uitgaat en de andere keer naar het andere”, memoreert Santos. “De overheid voert al langer dan bijvoorbeeld Zuid-Korea een uitvoerbeleid. Mede daardoor is een uitermate slagvaardige exportsector gegroeid, iets wat ongebruikelijk is voor een zich ontwikkelende economie. In het algemeen laten ontwikkelingslanden de gang van zaken veelal volledig over aan de particuliere sector. De contacten met het buitenland moeten ertoe leiden dat de kwaliteit van de uit te voeren (bouw)produkten verbetert. De deviezen die daarmee worden verdiend gaan weer op aan de verwerving van moderne technische voorzieningen die op hun beurt weer leiden tot een verbeterde kwaliteit.”

“De huidige regering maakt daar veel werk van en schiep inmiddels dusdanig goede omstandigheden dat het aantal buitenlandse investeringen tussen 1990 en 1993 met 380 procent steeg”, rekent Santos voor. “Niet in de laatste plaats omdat deze regering erin is geslaagd het politieke- en economische klimaat enigszins te stabiliseren. De economische groei bedraagt dit jaar naar verwacht 6,5 procent terwijl de toename van de export en de investeringen in twee cijfers voor de komma worden uitgedrukt. Dat alles bezorgt de Filipijnen onder meer in Europa een beter aanzien wat de wederzijdse handel weer ten goede komt. Na de Verenigde Staten is Europa de belangrijkste handelspartner waarbij Duitsland de grootste Europese handelspartner is. De handel met Nederland heeft nog niet zo’n grote omvang bereikt maar naar het zich laat aanzien wordt dat verschil toch geleidelijk aan ingelopen. Om het stijgende aantal bestellingen op tijd af te leveren ondergaat de haven van Manilla een forse uitbreiding. Maar ondanks deze en andere havenwerken blijft het transport in veel gevallen via de haven van Singapore verlopen.”

“Met de toenemende opbrengsten uit de verkoop aan het buitenland ke de Filipijnen de externe hulp bekostigen voor het verminderen van de gevolgen van natuurrampen”, zegt Santos. “Te denken valt bijvoorbeeld aan de technische assistentie die Duitsland verleent bij de aanleg van dijken die de dorpen moeten beschermen tegen modderstromen die tijdens de moesson ontstaan. Deze dorpen zijn zonder meer belangrijke economische centra. De bevolking daar levert met het vervaardigen van onder meer meubilair en volkskunstartikelen een niet onaanzienlijke bijdrage aan de Filipijnse export. Niet altijd zal een dijk voldoende bescherming bieden. In die gevallen blijft alleen het verplaatsen van het desbetreffende dorp uitkomst. Een dergelijke maatregel legt een fors beslag op de openbare middelen maar daar valt niet aan te ontkomen. Om aan deze verplichting te ke voldoen zal de overheid meer inkomsten moeten verwerven en daarmee komt er weer meer nadruk te liggen op het vergroten van de export.”

“Vorig jaar boekten de Filipijnen voor het eerst een overschot op de handelsbalans”, zegt Santos. “Mede daardoor verbeterde de fiscale positie waardoor het land een groter deel van de internationale schuld kon aflossen. Naar verwacht hoeven we over een jaar of twee geen gebruik meer te maken van de regelingen van het IMF. En dat schept weer mogelijkheden de Filipijnen gereed te maken voor de status van ‘nieuwe economische tijger-staat’. Dat is geen grootspraak, ingegeven door het moment. Het land beschikt over een groot aantal goed opgeleide mensen, meer dan welk ander land in zuidoost Azie. Daarbij hebben we een alfabetiseringsgraad van 93 procent en een bevolking die zich over het geheel genomen in het Engels verstaanbaar kan maken.”

Voorsprong

“Het is onder meer het laatste aspect dat de Filipijnen een grote voorsprong op technisch gebied geeft omdat het Engels in die sector de voertaal is,” meent Santos. “Het probleem blijft echter het aanzien van het land dat nog steeds als een ontwikkelingsland te boek staat en daardoor bij velen het beeld van een onontwikkeld land oproept. De regering doet er nu alles aan dat beeld te corrigeren. Een mogelijkheid daartoe biedt de informatietechnologie. In de afgelopen vijf jaar maakte de ontwikkeling van programmatuur een sterke groei door. De combinatie van een hoog kennisniveau en lage loonkosten maakt het voor buitenlandse bedrijven aantrekkelijk programma’s in de Filipijnen te laten ontwikkelen. De contracten die hiervoor inmiddels zijn afgesloten moeten de aanzet geven tot een ‘intelligentie-industrie’. Het succes daarvan zal naar verwacht meer bedrijven uit ontwikkelde landen ertoe brengen dergelijke opdrachten uit te besteden aan de Filipijnen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels