nieuws

Bouw moet investeren in behoud voorsprong

bouwbreed Premium

De Nederlandse bouw doet het over het geheel genomen goed. De bedrijfstak neemt daarmee een voorsprong op de internationale concurrentie. De bouwondernemers moeten echter voldoende investeren in het behoud van die voorsprong willen ze hun concurrentiepositie ke behouden. Dat vereist onder meer samenwerking inzake innovatie. Wil de bouw ‘bijblijven’ dan zal de bedrijfstak meer dan tot nog toe gebruikelijk moeten deelnemen aan de Europese programma’s.

Plaatsvervangend directeur chemie, bouw en bedrijfsvoering mr. E. de Vries van het ministerie van Economische Zaken legde op een bijeenkomst van EG Liaison in Delft uit dat niet iedereen het nut van samenwerking inziet. Nogal wat ondernemers zien het als een bedreiging die uiteindelijk de eigen positie ondergraaft. Samenwerking in Europese programma’s gebeurt evenwel vaak met deelnemers die geen directe concurrenten zijn. De EU schrijft namelijk ‘verticale’ samenwerking voor. Als gevolg daarvan overlappen de activiteiten zich niet maar raken elkaar alleen. Deelnemende bedrijven ke daardoor hun technologische kennis vergroten en nieuwe afzetmarkten betreden. Dat alles versterkt weer de concurrentiepositie. Met dat in gedachten wil EZ dat in de komende drie jaar minimaal 500 bedrijven meedoen aan het vierde Europese kaderprogramma.

Internationalisatie

Volgens De Vries neemt de internationalisatie in de bouw mede door de Europese eenwording toe. Voorts zal de concurrentie met sterk geindustrialiseerde bouwprocessen uit bijvoorbeeld Japan en Korea op termijn toenemen. Maatschappelijke ontwikkelingen als toenemend ruimtegebrek, vergrijzing, milieubederf en de beperking van bedrijven tot de hoofdactiviteit laten de markt steeds hogere eisen stellen aan de bouw. De processen krijgen daardoor een hoogwaardiger maar ook complexer karakter. Vooralsnog besteedt de Nederlandse bouw weinig particulier geld aan onderzoek en ontwikkeling en loopt zodoende het risico naast opdrachten voor hoogwaardiger produktie te grijpen. Daarbij valt de arbeidsproduktiviteit per werkende per jaar vergeleken met omliggende landen nogal tegen.

Samenwerking

Dat alles neemt niet weg dat de Nederlandse bouw in bepaalde sectoren een aantoonbare voorsprong heeft. Die te behouden en te voldoen aan de hogere eisen van de markt bij een betere verhouding tussen prijs en kwaliteit maakt samenwerking inzake innovatie noodzakelijk. Een bedrijf slaat daarmee volgens de ervaring van A. Damen van het gelijknamige adviesbureau uit Rotterdam en Arnhem niet de gemakkelijkste weg in. Het aantreden van meerdere partijen voor een po introduceert tegelijkertijd verschillende meningen die de voortgang van het onderzoek niet altijd ten goede komen. Dat vereist in elk geval een afdoende selectie van de deelnemers en de organisaties die zij vertegenwoordigen. Modulaire opbouw van een po verdient de voorkeur. Die opzet maakt het mogelijk partijen te wisselen wanneer de situatie dat vraagt. Niet onbelangrijk is de uit en te na besproken en vervolgens vastgelegde financiele bijdrage van alle partijen voor de kosten van voorbereiding en beheer.

Energienota

Zodra de voorwaarden geen problemen meer ke veroorzaken staat volgens J. Ezendam van de stichting Volkshuisvesting Winterswijk weinig meer het welslagen in de weg. Zijn organisatie deed in 1993 met tien corporaties uit zes buitenlanden mee aan het Thermie-programma. Het po voorzag in onderzoek naar energiezuinige woningontwerpen. Dat is temeer nodig omdat de energienota een nogal fors beslag legt op het besteedbare inkomen van de huurders. Centraal in het ontwerp staat de gebruiker. Om die in voldoende mate tegemoet te komen moet de nadruk liggen op duurzaam, aanpasbaar en flexibel bouwen. Dat lukt alleen wanneer er genoeg aandacht voor innovaties komt en de vormgeving van de buitenkant niet de overhand krijgt op de technische aspecten. De meerkosten voor de te treffen maatregelen verhoogden de stichtingskosten tot f. 165.000. De maandelijkse huur voor deze woningen bedraagt f. 728. De corporatie dekt het tekort af met de opbrengst uit de verkoop van bestaande woningen die niet meer voor de verhuur in aanmerking komen. Per woning beloopt de boekwinst f. 50.000 tot f. 60.000.

Reageer op dit artikel