nieuws

Zeker als gemeente zelf vervuiling veroorzaakte Bij bodemverontreiniging te hoge ozb niet betalen

bouwbreed

Wanneer de overheid zelf schuldig is aan verontreiniging van de grond op bedrijfsterreinen en vervolgens in het opleggen van onroerende zaak belasting daarmee geen rekening wordt gehouden, moeten bedrijven weigeren die aanslag te voldoen. Maar ook wanneer anderen veroorzaker zijn van de vervuiling en de ozb-aanslag zeer hoog is, is er alle reden te weigeren die te betalen.

Dat betoogde de Maastrichtse advocaat mr. H.H.B. Lamers tijdens een bijeenkomst over bodemsanering op BouwMECC 95. Hij constateerde voorts dat Nederland met wetgeving bepaald niet voorop loopt.

Onroerende zaak belasting (ozb) wordt door gemeenten geheven op grond van een eigen verordening. In de praktijk komt het echter nogal eens voor dat gemeenten aan bedrijven percelen grond verkopen, die na verloop van jaren verontreinigd blijken te zijn door toedoen van de gemeenten zelf.

Beatrixhaven

Mr. Lamers omschreef in zijn inleiding een dergelijk geval. Hoewel hij de gemeente als zodanig niet noemde, was duidelijk dat het ging om Maastricht. Deze gemeente heeft in het verleden het industrieterrein Beatrixhaven opgehoogd met verontreinigd materiaal. Desondanks krijgen bedrijven in dat gebied van die zelfde gemeente een fikse ozb-aanslag in de bus.

Volgens Lamers kan dat niet door de beugel. Hij gaf aan dat de ozb geheven wordt naar rato van de waarde van de onroerende zaak of naar de oppervlakte ervan. De meeste gemeenten in Nederland hebben als maatstaf gekozen voor de waarde.

“Bepalend is dan de economische waarde van de onroerende zaak. Als economische waarde wordt doorgaans de onderhandse verkoopwaarde genomen. Daarbij is het niet nodig dat de onroerende zaak daadwerkelijk wordt verkocht. Vraag is slechts wat de onroerende zaak in het normale maatschappelijke verkeer van koop en verkoop waard is”, zei hij.

Volgens hem dient bij de economische waardering van de onroerende zaak onder meer ook rekening te worden gehouden met “de waardedrukkende invloed van bijvoorbeeld erfdienstbaarheden, bezwarende gemeentelijke bestemmingsplannen en ook bodemverontreiniging. Het is daarbij niet van belang wie de verontreiniging heeft veroorzaakt. Dit betekent dat de eigenaar/gebruiker bezwaar kan maken tegen zijn ozb-aanslag, indien daarbij geen rekening is gehouden met de in het terrein aanwezige verontreinigingssituatie. Wij adviseren dan niet te betalen”.

Preventief handelen

In dat verband drong ir. H.A.A.M. Webers van Witteveen en Bos Raadgevende Ingenieurs er op aan om bij de aankoop van een bedrijfslocatie zeer omzichtig te handelen. Hij wees er op dat er voldoende mogelijkheden zijn preventief te werk te gaan.

Zo kan informatie worden ingewonnen bij het Kadaster en bij de gemeente. Bovendien kan bij een voorgenomen grondaankoop een doelmatig bodemonderzoek als voorwaarde worden gehanteerd.

Voorts hebben bedrijven zelf in de hand om vervuiling van schone grond tegen te gaan. “Bodembescherming voorkomt sanering”, constateerde Webers. Hij adviseerde bedrijven eveneens te stoppen met bodembedreigende activiteiten.

Mocht uiteindelijk toch sanering onontkoombaar zijn dan dienen bedrijven een zo effectief mogelijke aanpak tegen zo laag mogelijke kosten uit te voeren. Dat kan volgens hem door “beperking van graafwerkzaamheden, hergebruik van grond, een sluitende grondbalans en integratie van sanering in het bouwplan”.

Geen voortrekkersrol

Lamers weerlegde de veelgehoorde stelling dat Nederland internationaal voorop zou lopen met regelgeving (Wet Bodembescherming).

Lagere overheden ke in Engeland saneringen afdwingen door middel van een “notice” (bevel): “Die mogelijkheid is gebaseerd op een wet uit 1936”. De maatregelen richten zich dan tegen de persoon die verantwoordelijk is voor de verontreiniging. Ook kan de overheid eventueel gemaakte saneringskosten verhalen op de veroorzaker. Is die niet aansprakelijk te stellen, dan is de eigenaar de klos.

In voormalig Oost-Duitsland is direct na de val van de muur een speciale regeling voor bodemsanering vastgesteld. In de rest van Duitsland is er op deelstaatsniveau sprake van wettelijke regelingen: “De veroorzaker is verantwoordelijk voor de sanering alsmede degene die voor de toestand van het terrein verantwoordelijk is, te weten de eigenaar.”

In Vlaanderen is een wet in voorbereiding volgens welke verdachte terreinen worden geregistreerd en waar bij grondtransacties een bodemonderzoek verplicht is. “Op grond van de resultaten van het bodemonderzoek geeft de overheid een bodemattest uit, dat aan de nieuwe eigenaar bekend wordt gemaakt. Die is dan mede-verantwoordelijk”, aldus Lamers.

En landen als de Verenigde Staten en Denemarken kennen volgens hem “nu reeds wettelijke regelingen die verder gaan dan de Nederlandse regeling”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels