nieuws

Uithoorn op Haags niveau

bouwbreed Premium

Het berichtje in deze krant van 23 september, dat de Tweede Kamer van het kabinet vraagt om op korte termijn maatregelen te nemen om het gebruik van milieuvriendelijk geproduceerd hardhout te bevorderen, zal de milieubewuste bestuurders van Uithoorn plezier hebben gedaan. Die gemeente is immers, zij het wat te ongenuanceerd, tegen het gebruik van tropisch hardhout.

Begin dit jaar vertelde ik u in deze rubriek, dat Uithoorn een van zijn inwoners in een kort geding dagvaardde om van de President van de Amsterdamse rechtbank een gerechtelijk bevel te krijgen tot nakoming van een door die inwoner aanvaarde verkoopvoorwaarde.

Bij de verkoop van een perceel bouwgrond nam de gemeente namelijk in de koopakte de bepaling op, dat geen tropisch hardhout gebruikt zou worden bij de bebouwing van dat perceel. Dat kon de gemeente niet in een verordening verbieden en daarom nam Uithoorn zijn toevlucht tot dit middel, dat iedereen die wat te verkopen heeft, kan gebruiken.

Waarom de President het verweer van de man uit Uithoorn, dat de gemeente hier een “onredelijk bezwarend beding” in de koopovereenkomst had opgenomen, verwierp heb ik in mijn artikel van 20 januari van dit jaar verteld. Daarbij wees ik er al op dat de President daarbij een uitspraak van de Hoge Raad negeerde; die had al eens gezegd, dat de bescherming van het tropisch regenwoud geen rechtvaardiging is voor zo’n beding. Uithoorn wilde kennelijk deze zaak niet op de spits drijven, want zij sloot na het voor haar gunstige vonnis van de President een compromis met de man van wie zij eerst wilde dat hij alle tropisch hardhouten delen van zijn woning zou vervangen.

Daarmee was voor Uithoorn de kous nog niet af. Een aantal andere inwoners van deze gemeente had hetzelfde bevel gekregen om het hardhout van hun huizen weg te laten halen. Sommigen voldeden braaf aan die opdracht, maar ene Kuykhoven weigerde dat en liet het ook op een procedure aankomen.

Ook nu volgde weer een kort geding, want in maart 1994 ontdekte een inspecteur van bouw- en woningtoezicht, dat voor de binnen- en buitenkozijnen van het huis van Kuykhoven tropisch hardhout was gebruikt. De aanschrijving van Uithoorn dat deze kozijnen moesten worden vervangen, werd genegeerd en zo wendde het gemeentebestuur zich weer tot de rechter. Dat was wel bijna anderhalf jaar na het eerste kort geding. Als die President toen met zijn uitspraak nog even had gewacht zou hij bij zijn beslissing de circulaire van de toenmalige milieu-minister Alders hebben ke meenemen, iets wat zijn collega in het tweede kort geding wel deed.

Op 9 juli 1993 liet minister Alders weten, dat het begrip ‘technisch voorschrift’, dat in artikel 2 van de Woningwet wordt gebruikt, ruim moet worden uitgelegd. Daaronder valt, zo besliste Alders, ook een voorschrift over de toepassing van bouwmaterialen. Op grond van de Woningwet mogen onze gemeenten in onder andere koopovereenkomsten geen bepalingen opnemen, die technische voorschriften bevatten. Dus zij mogen ook niet het gebruik van bepaalde materialen voorschrijven of verbieden.

Dat had Uithoorn wel gedaan, maar kon dat voor 9 juli 1993 niet weten. Toen zij in maart 1994 Kuykhoven wilde dwingen al zijn hardhout te vervangen had Uithoorn al meer dan een half jaar die circulaire in huis en bij haar dagvaarding van Kuykhoven zelfs al meer dan zestien maanden!

Er waren echter nog een aantal andere bedenkingen tegen de manier waarop deze gemeente het milieubelang wilde dienen. Anders dan zijn collega vond deze President, dat de gemeente aan haar burgers via verkoop van bouwgrond geen verbod kan opleggen om tropisch hardhout te gebruiken. De regering heeft immers al duidelijk gemaakt dat zij ook in de toekomst het gebruik van tropisch hardhout niet wil gaan verbieden.

Dit beleid van Uithoorn zou bovendien leiden tot rechtsongelijkheid van haar inwoners: alleen de kopers van grond in de betreffende nieuwbouwwijk vielen immers via de verkoopvoorwaarde onder dit verbod. Eigenaren van al bestaande huizen, die hun vuren of grenen kozijnen wilden vervangen door hardhout konden dat rustig doen.

Reden genoeg om tot de harde conclusie te komen dat Uithoorn in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur had gehandeld, in het bijzonder met het gelijkheidsbeginsel. Wat dat te betreft had de gemeente nog iets raars gedaan. Kuykhoven had er al op gewezen dat zijn buurman, bij de gemeente nota bene verantwoordelijk voor het tropisch hardhout-beleid, een hardhouten schuifpui in zijn woning had laten zetten.

De President vond, dat Uithoorn niet had ke uitleggen waarom in dat geval zo nodig van het gemeentelijk beleid op dit punt moest worden afgeweken. Hoe knullig de gemeente zich tegen dit presidentiele verwijt verweerde blijkt wel uit haar opmerking, dat het hout van deze schuifpui zo gemakkelijk in het onderhoud was! De reactie van de rechter, dat dit argument voor alle gebruikers van hardhout, inclusief de door de gemeente gedagvaarde Kuykhoven, geldt, had de eisende gemeente ook zelf ke bedenken.

Uithoorn werd zonder pardon het bos ingestuurd, ook omdat deze President anders dan zijn collega vond dat de voorwaarde in de koopakten wel als een onredelijk bezwarend beding moest worden gezien en dus voor vernietiging vatbaar was.

Dat de gemeente na haar succes bij het eerdere kort geding niet blij was met deze afwijzing van haar eis zal wel duidelijk zijn. Zij ging van deze uitspraak dan ook in beroep bij het Hof. Omdat de beslissing op dat hoger beroep waarschijnlijk niet gepubliceerd zal worden, zullen we de volgende week daarop ingaan. Bij die gelegenheid ke we dan meteen eens bezien hoe het staat met de kosten, die de betrokken inwoners van Uithoorn hebben moeten maken als gevolg van dit vreemde beleid van hun gemeentebestuur.

(BR 1995 p. 131)

Reageer op dit artikel