nieuws

Stedebouwkundige Tummers wil eerst open ruimte ontwerpen, dan pas bebouwing ‘Maak een Groene Metropool’

bouwbreed Premium

De Vinex-locaties zijn de laatste grote buitenwijken in de moeilijkste ring rond de steden. Maar daarna zal de groei niet voor altijd stoppen. Daarom moeten we tussen enkele steden in de Randstad agglomeraties vormen. Met forse parkgebieden op de schaal van een volgroeide Randstad. Die ke in de agglomeratie structuur geven aan milieus van ontspannen laagbouw. Flinke lappen, zoals de zuidflank tussen Den Haag, Rotterdam en Zoetermeer, en tussen Haarlem en Leiden. Zo ke wij met een boeiende afwisseling van stad en landschap de Groene Metropool vormgeven.

Dit is in het kort de opvatting over Randstad en Groene Hart die stedebouwkundige Leo Tummers heeft ontwikkeld, als docent aan de TU Delft en in zijn eigen praktijk als stedebouwkundig ontwerper. Zijn ideeen zijn sinds begin jaren zeventig gegroeid, van een structuurplan voor Zeist, via het plan voor uitbreidingswijk de Haagse Beemden in Breda, tot een studie voor een parkstad tussen Den Haag en Rotterdam. In 1990 vatte hij zijn ideeen samen voor de Rijks Planologische Dienst in een studie over de uitgroei van de Randstad tot een Groene Metropool.

Het lijdt voor hem geen twijfel: de Randstad moet een “parksysteem” krijgen, in samenhang ontworpen open gebieden van groen en water, in directe verbinding met het Groene Hart. Alleen dan is het Hart relevant en kan het de open ruimte tussen de bebouwing voeden. Anders blijft het slechts een entiteit op papier. Of dat lukt is de vraag, want er is “planning power” voor nodig.

Vinex ouderwets

Tummers beoordeelt het Vinex-beleid als een laatste oprisping van het compactheidsdenken. Jarenlang is dat op de grote steden uitgeprobeerd en nu wordt het losgelaten op de allermoeilijkste ring om die steden. De bewoners worden geacht hun hypotheek te stoppen in weer zulke ouderwetse, zeer grote, geisoleerde bouwlocaties en zo min mogelijk extra mobiliteit te veroorzaken. Terwijl hun familie in Gelderland en Brabant riant woont en zo lang dat nog kan met de auto naar het werk in de Randstad gaat.

Tummers concludeert: “Marktgerichte stedebouw kan niet in hoge dichtheid en zonder rekening te houden met de auto op locaties die daar verder weinig tegenover stellen.”

Bovendien is er al zoveel compact gebouwd in de bestaande steden dat het al moeite genoeg zal kosten dat op peil te houden.

Geen Los Angeles

Dat betekent in Tummers optiek niet: het Groene Hart maar laten vollopen met laagbouw a la Los Angeles. De Randstad ontbeert de magnetische kracht van LA, dus krijg je alleen de nadelen, want ook in LA begint het verkeer nu vast te lopen.

Tummers haalt zijn inspiratie uit de geschiedenis van steden als Londen en Boston. Het groen van de grote buitens was daar eerder dan de bebouwing; de stad groeide eromheen. Daaraan ontleent Tummers zijn idee voor “ontworpen agglomeraties”: eerst het groen, dan gaandeweg de bebouwing die zijn betekenis ontleent aan de structuur van het groen. Het groen verdient zichzelf terug, want de randen zullen eerste klas locaties zijn voor woningen en belangrijke instellingen als hotels, musea, en kantoren.

De schaal van het groen is die van bijvoorbeeld het Bentwoud, Midden Delfland of de landgoederen tussen Leiden en Den Haag. Groot genoeg om er – zo vanuit huis – een paar uur te wandelen, paard te rijden of te golfen. Het Groene Hart als grote open ruimte met een ongelede compacte bebouwing eromheen werkt volgens Tummers contra-produktief. Die open ruimte heeft geen structurerende kracht meer, is niet betrokken op de ver afgelegen woonwijken.

De schaal van de nieuwe Randstadagglomeratie moet vorm krijgen als die van het Gooi, Almere of buitenlandse voorbeelden als de Villes Nouvelles bij Parijs en Milton Keynes in Midden-Engeland. Voorbeelden met een eigen allure van een planmatige aanpak die inspeelt op laagbouw en nieuwe bedrijvigheid, met goede verbindingen, aldus Tummers. Al hebben, geeft hij toe, sommige nog kinderziektes waardoor de publieke opinie op deze nieuwe agglomeraties neerkijkt en “gaat spijbelen in plaats van optimaliseren”.

Groene metropool

Tummers prijst het ministerie van Landbouw omdat dat op strategische plaatsen tussen Den Haag, Rotterdam en Zoetermeer grote groene poen heeft gerealiseerd als aanzet tot de “Randstadgroenstructuur”. Midden Delfland, Leede, Biesland en Bentwoud vormen nu al een groen raamwerk voor de zuidflank van de Randstad. “Het was ideaal geweest als VROM daar met bouwplaatsen op had aangesloten. De Hofpleintrein ligt in deze agglomeratie al klaar als bonus, voor railvervoer vanaf eerste bewoning.”

In zo’n parkstad is tussen tram of bus en trein nog een nieuw niveau openbaar vervoer nodig, de sneltram of metro. De metro van Rotterdam loopt al naar Spijkenisse, waarom dan niet richting Den Haag, dat net zover is? Zoals de RER in Parijs de Villes Nouvelles verbindt.

Het is volgens Tummers maar de vraag of dergelijke agglomeraties in een Groene Metropool meer mobiliteit opleveren dan verdeling van de groei over compacte steden verspreid over het hele land. “De middengroepen kiezen toch voor wonen in het groen, maar dan buiten de Randstad. Vervolgens staan ze in de file bij Vianen en Amersfoort. In een Groene Metropool zal de mobiliteit veel meer kris-kras zijn, naar subcentra die, zoals in elke wereldstad, op hoogstens twintig of dertig kilometer afstand liggen.”

Bestuur en cultuur

Of het lukt hangt af van de bestuurskracht. Daaraan ontbreekt het nog, oordeelt Tummers. “Dat kun je zien aan het feit dat er geen ‘new town’-poen zijn op de schaal van de Randstad; het is allemaal nog lokaal.”

Als tweede remmende factor ziet Tummers het cultuurpessimisme. De neiging om in modellen a la Los Angeles of de “tapijtmetropool” eraan toe te geven dat planning toch niet mogelijk en alles maar op zijn beloop te laten. Hij noemt het decadent dat intellectuelen flirten met deze weigering om te sturen. Anderzijds is ook de weerzin tegen ‘aantasting’ van het groen een uiting van cultuurpessimisme; alsof wij het er alleen maar slechter op maken. Tummers: “Terwijl in verschillende studies is aangetoond dat de diversiteit aan dieren en planten in groene stedelijke milieus groter is dan op het platteland!”

Stedebouwkundige Leo Tummers: “De diversiteit aan dieren en planten is in groene stedelijke milieus groter dan op het platteland.”

Van Mulken

Reageer op dit artikel