nieuws

‘Scholingsdagen stimulans voor werkgelegenheid’

bouwbreed

De bouwnijverheid neemt een voorhoede positie in waar het gaat om het scholen van personeel en het inzetten van langdurig werklozen. Tijdens scholingsdagen voor vast personeel wordt hun plaats ingenomen voor werklozen en dit heeft geleid tot extra werkgelegenheid. Er is geen sprake van dat cao-akkoorden niet ke worden nageleefd.

Dit zegt Jacintha Rensen, secretaris van het Scholingsfonds voor het Bouwbedrijf (SFB) naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant van afgelopen vrijdag. In het gewraakte bericht is er sprake van dat in de scholingsfondsen van diverse bedrijfstakken miljoenen guldens zijn gestort die ongebruikt blijven. Oorzaak hiervan zou zijn dat plannen om personeel te scholen en werklozen aan te trekken alleen op papier haalbaar zijn.

Het SFB zou onlangs nog f. 180 miljoen in de kas hebben gehad, maar een deel hiervan zou zijn overgeheveld naar het vut-fonds omdat het anders ongebruikt zou blijven. Ook Gijs Rijsdijk van de Bouwbond FNV is het niet eens met de strekking van het artikel. Een goede vut-regeling is een van de mogelijkheden om arbeidsplaatsen voor langdurig werklozen te creeren, aldus Rijsdijk. “We ke trots zijn op wat de bouw heeft gepresteerd op dit gebied.”

Rinnooy Kan, de voorzitter van de werkgeversvereniging VNO/ NCW, zegt daarentegen dat het in het algemeen bijzonder lastig is om langdurig werklozen weer aan de slag te krijgen.

“Ik ben er op diverse plaatsen zelf bij betrokken geweest dat plannen werden opgetuigd, maar de respons van de werklozen is vaak bijzonder teleurstellend”, aldus de werkgeversvoorman. Hij zegt dat het moeilijk is om plannen voor extra werkgelegenheid precies toe te snijden op hetgeen de langdurig werklozen willen.

Rensen meent dat de bouw er juist goed in slaagt om werklozen te benaderen. Sinds 1988 vergoedde het SFB 500.000 scholingsdagen, waardoor honderden arbeidsplaatsen werden gecreeerd. Daarnaast slaagde de stichting Bouw-Vak-Werk er in om 2000 langdurig werklozen aan een leer-arbeidsplaats te helpen.

Cao-akkoorden

In de bouw beschikt het scholingsfonds momenteel over een reserve van ongeveer f. 30 miljoen. In andere bedrijfstakken, bijvoorbeeld de levensmiddelengroothandel en de vleeswarenindustrie, gaat het om bedragen van rond de f. 5 miljoen.

De fondsen worden gevoed doordat de werkgevers een bepaald percentage van de loonsom apart zetten. Dergelijke afspraken zijn meestal onderdeel van een cao-akkoord met de bedoeling het zittende personeel extra te laten scholen en langdurig werklozen nieuwe kansen te geven.

Rinnooy Kan meent dat er op tal van plaatsen tot nu toe weinig terecht is gekomen van een vruchtbare besteding van al dit geld. Hij vindt dat werkgevers en werknemers moeten proberen tot andere ideeen te komen bij het interesseren van langdurig werklozen. Het gaat om een hoop geld en het is zonde dat zomaar ongebruikt te laten liggen, aldus de voorzitter van VNO/NCW.

Het kabinet bespreekt maandag maatregelen die genomen moeten worden om de werkloosheid onder laag opgeleiden tegen te gaan. Hiertoe moeten lage loonschalen worden opgenomen in de cao’s van verschillende sectoren en moeten afspraken worden gemaakt over onder meer scholing, deeltijdwerk en andere vormen van korter werken.

Lage opleiding

Doordat de laagste loonschalen in de meeste gevallen boven het minimumloon liggen (in de bouw is de laagste loonschaal 128,2 % van het minimum), nemen werkgevers liever geschoold personeel in dienst. Het kabinet wil dit veranderen om zo meer kansen te bieden aan ongeschoold personeel.

Ongeveer 25 % van de werklozen heeft een lage opleiding. In de bouw is het percentage aanzienlijk minder, namelijk 2%. Voor een belangrijk deel bestaat deze groep uit mensen met een buitenlandse achtergrond. Zij komen erg moeilijk aan de slag. Volgens Rensen wordt wel degelijk ook aan deze groep gedacht. Zo trekt het scholingsfonds onder meer geld uit voor poen om allochtonen in te zetten in de bouw.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels