nieuws

Op BouwMECC wordt Duitse en Belgische interesse gepeild SFB wil verletbestrijding naar buitenland uitbreiden

bouwbreed Premium

Het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB) overweegt zich met de verletbestrijding op buitenlandse markten te begeven. Die ontwikkeling vloeit voort uit het veranderingsproces, dat momenteel gaande is binnen het SFB, waarbij commercialisering een belangrijke rol speelt.

Uitgangspunt bij dit proces is dat de werkmaatschappijen binnen de SFB-holding de eigen broek moeten ophouden. Ten aanzien van de verletbestrijding speelt in dat verband met name de positie van het Risicofonds een cruciale rol.

Op de euregionale vakbeurs BouwMECC 95 sondeert het Bureau Verletbestrijding momenteel in hoeverre er mogelijkheden zijn om activiteiten te gaan ontplooien op vooral de Duitse bouwmarkt.

Met Duitstalige informatiebulletins in de stand en Duitstalige brochures voor architecten, opdrachtgevers, onderaannemers en lokale overheden probeert het bureau aannemers van over de oostgrens te interesseren voor dienstverlening.

Ook het Nederlands-talige deel van de Belgische markt wordt bekeken. Maar daarvoor kan worden volstaan met de gebruikelijke Nederlandse brochures.

Lonken erkend

Hans Hak, hoofd advisering, voorlichting en controle vorstverlet van de SFB-werkmaatschappij CAO-Regelingen, erkent dat hij lonkt naar de Duitse markt.

“Ik heb begrepen dat er in Duitsland niet echt goede regelingen op het gebied van verlet zijn. En als we dan toch straks in het kader van het veranderingsproces binnen het SFB de eigen broek moeten ophouden, is het mijn verantwoordelijkheid te denken aan de werkgelegenheid van de mensen op mijn afdeling”, zo licht hij toe.

“Niemand kan in de toekomst kijken. Ik weet niet of het Risicofonds blijft bestaan. Mocht dat uiteindelijk verdwijnen dan moet ik mijn toekomstplan getrokken hebben. Misschien dat het SFB beslist dat ook wij commercieel mogen of moeten gaan werken, eigen inkomsten mogen of moeten genereren”, vertelt hij.

Zelf acht hij in dat geval uitbreiding van het werkgebied over de landsgrenzen heen een reele optie. “Ik vind een grensstrook van 50 kilometer dan interessant, zowel naar het oosten als naar het zuiden”, licht hij toe. Ook sluit hij niet uit dat de Engelse markt zal worden bewerkt.

Klimatologisch

“Als je toekomstgericht werken en Europees denken wil, denk ik dat wij als bureau verletbestrijding interessant ke zijn voor buitenlandse markten. Ik kijk dan met name naar met Nederland klimatologisch vergelijkbare gebieden”, verklaart hij.

Maar het is niet ondenkbaar dat de dienstverlening uiteindelijk nog verder zal gaan: “Laatst werd ik gebeld door een aannemer die in Kazakstan wilde gaan werken. Die vroeg ons om doorwerkadvies. Ik vind dat aannemers, die zich op buitenlandse markten willen gaan begeven, er altijd verstandig aan doen ons te raadplegen. Wij ke hen een adequaat doorwerkconcept leveren.”

“En de beurs in Maastricht is dan bij uitstek een goede gelegenheid uit te testen in hoeverre die markten mogelijkheden bieden”, aldus Hak.

Tegen betaling

Indien het bureau overgaat tot dienstverlening op de Duitse en Belgische (en wellicht Engelse) markt, zal dat gebeuren tegen betaling.

Hak sluit niet uit dat ook Nederlandse aannemers in een situatie terecht zouden ke komen, waarin betaald moet worden voor dienstverlening ten aanzien van verletbestrijding.

“Die dienstverlening is voor hen nu nog gratis. De kosten worden betaald uit het Risicofonds. Maar als dat onverhoopt ooit verdwijnt, zal voor onze diensten betaald moeten worden”, zegt hij.

Op BouwMECC besteedt het bureau ook uitgebreid aandacht aan het nieuwe winterthema, dat in samenwerking met de schildersbranche is ontwikkeld: “Een vochtige bende geeft emmers ellende”. Doel van die actie is verlet als gevolg van vocht (regen, hoog grondwater, condens etc.) te bestrijden. Volgens Hak kan preventie op dat gebied “gigantisch veel opleveren, niet alleen in geld maar ook in kwaliteit van het werk”.

Reageer op dit artikel