nieuws

Ontwerplevensduur van bruggen moet omlaag

bouwbreed

De optimale levensduur van spoorwegbruggen ligt eerder in de buurt van de 40 dan van de 100 jaar als wordt uitgegaan van beheer op basis van ‘life cycle costs’. Onderzoek naar het verband tussen de verwachte levensduur en investeringskosten vergt nog het nodige onderzoek.

Dit stelde F.H. Rolf van de Nederlandse Spoorwegen in Ede in zijn voordracht op het internationale Congres ‘Maintenance of Railway Bridges and Civil Structures’. Rolf was een van de sprekers op het driedaagse congres voor spoorwegingenieurs dat tot en met vandaag in Ede wordt gehouden.

Het congres is georganiseerd door het European Rail Research Institute. Dit instituut is gevestigd in Utrecht en draagt zorg voor het coordineren van technisch onderzoek op het gebied van ondermeer telecommunicatie, rollend materieel, milieu en infrastructuur.

Bij beschouwingen over kosten wordt bij de Europese spoorwegbedrijven veelal een levensduur gehanteerd van 80 tot 100 jaar. Zowel kostenposten op financieel gebied zoals afschrijving en rente als kosten voor technische zaken zoals reparatie en onderhoud zijn veelal gebaseerd op dergelijke levensduren. Voor Nederland geldt dat 50% van de bruggen een grotere levensduur heeft dan 85 jaar. De waarden vertonen grote spreiding. Een maat daarvoor is de standaardafwijking van 27 jaar.

Flexibiliteit

Het is vanuit oogpunt van beheer op basis van ‘life cycle costs’ de vraag of bij investeringen in infrastructurele voorzieningen een levensduur van 80 tot 100 jaar moet worden gehanteerd. Gezien de snel veranderende aanspraken die de maatschappij op infrastructuur doet is flexibiliteit een noodzaak. Daarbij past eerder een levensduur van zo’n 40 jaar denkt Rolf.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels