nieuws

Na-oorlogse wijken verschillend aangepakt

bouwbreed Premium

Over de verbetering van de na-oorlogse woonwijken bestaat geen eenstemmigheid. Gaat het in Utrecht en Groningen rigoureus met sloop en nieuwbouw, Den Haag doet het behoedzaam en kleinschalig.

Het verschil in aanpak kwam gisteren aan het licht tijdens het VROM/NWR-congres ‘Een stad om in te wonen’ in Rotterdam.

Volgens directeur Th. van Dam van de Stichting Sociale Woningbouw Utrecht is de “onbalans” in de verarmende na-oorlogse wijken alleen op te lossen door tegelijk de onbalans in de wijken met dure DKP-huurwoningen en in de komende Vinex-wijken aan te pakken. In de DKP-wijken moeten de corporaties voor een deel de woningen verkopen. Deze woningen uit begin jaren tachtig, die door de dynamische kostprijsberekening (DKP) nu huren van rond de f. 1000 hebben, dienen als verloren te worden beschouwd voor de primaire doelgroep van de corporaties, aldus Van Dam. Ze hebben een ongunstige prijs/kwaliteitsverhouding, waardoor leegstand dreigt, maar zijn wel interessant als bezit voor de vaak koopkrachtige huurders. Met de opbrengst daarvan ke meer betaalbare huurwoningen in de Vinex-locaties worden gerealiseerd. In de na-oorlogse wijken tenslotte moet worden geinvesteerd in verbetering van de woningen en woonomgeving.

Directeur P.K. Hillenga van De Huismeesters in Groningen schetste hoe in een na-oorlogse wijk al honderd woningen zijn gesloopt en tachtig samengevoegd. De vernieuwing geschiedt op basis van een “wijkvolkshuisvestingsplan”. En ook in Groningen wordt geprobeerd de huurders in DKP-wijken voor de wijk te behouden door de woningen te koop aan te bieden.

Een heel ander beeld schilderde de Haagse wethouder P. Noordanus. Die stad heeft niet zo’n groot DKP-probleem en tussen de problemen van de na-oorlogse wijken en de Vinex-locaties bestond bestond naar zijn mening “geen een op een relatie”. De doorstroming naar Vinex-locaties zal vooral invloed hebben op de bestaande goedkopere koopappartementen, aldus Noordanus. De herpositionering van de na-oorlogse wijken is niet een kwestie van het aantrekken van extra koopkracht door middel van “gouden randjes” nieuwbouw, maar vooral een kwestie van het vasthouden in de wijk van de bestaande koopkracht door beheersmaatregelen en aanpassing van het voorzieningenniveau.

Of de Vinex-locaties betaalbare huurwoningen oplevert moet nog maar blijken, aldus Noordanus; de na-oorlogse wijken ke daarin wel voorzien. In deze ruim opgezette, groene wijken zit ook veel stedebouwkundige kwaliteit waarvan Noordanus zich afvroeg of de Vinex-locaties wel beter zouden worden. Daarom moest met sloop en nieuwbouw behoedzaam worden omgegaan.

Reageer op dit artikel