nieuws

Kennisintensivering laat milieubederf ongemoeid

bouwbreed Premium

Het beleid dat de nota ‘Kennis in beweging’ van de ministers Wijers, Ritzen en Van Aartsen voorstelt is slechts voor een deel gericht op het duurzaam maken van de economie. De bewindslieden gaan ervan uit dat elke vorm van kennisintensivering positief uitpakt voor werkgelegenheid en ecologie. Meer van hetzelfde doet daar echter afbreuk aan, wat onderzoek duidelijk aantoont. De toenemende kennisintensiteit ten spijt zet de aantasting van natuur en milieu door.

Het kabinet trekt in de komende vier jaar volgens de stichting Natuur en Milieu f. 1,5 miljard uit voor het kennisbeleid. Daarvan gaat f. 1,1 miljard op aan het verlagen van de loonkosten voor onderzoek en ontwikkeling bij bedrijven. De overheid laat daarmee de inhoud en de richting van de kennisontwikkeling over aan het bedrijfsleven. Het blijft een vraag of dat uit zichzelf voor duurzaamheid kiest.

De f. 85 miljoen die de genoemde ministers reserveren voor het Programma Economie, Ecologie en Technologie (EET) is volgens de stichting volstrekt onvoldoende. Er doen zich kansrijke mogelijkheden voor om op duurzaamheid gerichte technologie verder te ontwikkelen. Te denken valt hier aan duurzaam bouwen en aan het gebruik van grondstoffen.

Ecologisering

Natuur en Milieu vroeg de Tweede Kamer zich ervoor in te zetten dat het kennisbeleid daadwerkelijk bijdraagt aan een verdere ecologisering van de economie. De organisatie acht het verder noodzakelijk dat niet alleen het bedrijfsleven wordt betrokken bij het programma EET maar ook andere maatschappelijke groeperingen zoals werknemersorganisaties. De eenzijdige orientatie van het programma op het (exporterende) bedrijfsleven dient te vervallen.

Grote zorgen zegt Natuur en Milieu zich voorts te maken over het voorgenomen beleid voor het fundamentele onderzoek in Nederland. Volgens de nota zal de overheidsbijdrage aan publieke kennisinstellingen worden gekoppeld aan de mate waarin deze erin slagen meer financiele deelname van het bedrijfsleven te krijgen. Het lijkt erg onwaarschijnlijk dat bedrijven bereid zullen zijn om in voldoende mate bij te dragen aan fundamenteel onderzoek omdat het zich niet direct commercieel laat toepassen.

Vergeten wordt dat fundamenteel onderzoek de basis legt voor hoogstaand toegepast onderzoek wat weer tot oplossingen kan leiden voor bijvoorbeeld de sanering van (water)bodems en de verdere ontwikkeling van fotovoltaische cellen. Dat alles maakt een substantiele autonome publieke financiering van publieke kennisinstellingen noodzakelijk.

Reageer op dit artikel