nieuws

Groot Lemmer: van lokale houthandel tot wereldmarktleider ‘In 25 jaar bruggenbouw geen enkele claim gehad’

bouwbreed

Het steeds verder perfectioneren van ontwikkeling en produktie, met onder meer als doel het verder vergroten van de vrije overspanning van houten bruggen, dat blijft het streven van Groot Lemmer. Dit 75-jarig bedrijf doet als wereldmarktleider op het gebied van hardhouten bruggen zeker op dit terrein zijn naam alle eer aan. Maar ook bij de wat simpeler toepassingen van vooral Azobe, zoals damwanden en vlechtmatten, staat het bedrijf z’n mannetje, getuige ook de tienduizenden vierkante meters (zelf ontwikkelde) mat die geleverd zijn ten behoeve van de Deltawerken.

Het oorspronkelijk als houthandel T.C. Groot in Amsterdam begonnen bedrijf is volgens de huidige algemeen directeur J.L. Schoonhoven constant bezig de grenzen te verleggen. Dat begon relatief simpel toen Groot de aannemers aan wie hij materialen voor beschoeiingen en remmingwerken leverde, voorstelde deze op maat te zagen en verder voor te bewerken, zodat ze direct in het werk konden worden gemonteerd. Dit idee sloeg aan en Groot begon zich steeds meer te specialiseren in deze ‘toegevoegde waarde’. Onder meer werden ook de nodige ‘schorten’ voor de bekleding van sluiswanden en sluisdeuren geleverd.

Begin jaren zestig liepen de zaken zo voorspoedig dat de toenmalige directeur Groot moest uitzien naar een andere locatie voor zijn bedrijf. Omdat hij als verwoed zeiler vaak in Lemmer kwam en daar de benodigde ruimte – ook nog eens gelegen aan het water in verband met de aanvoer van de voor de produktie benodigde boomstammen, voorhanden bleek – besloot hij zich daar te vestigen.

In 1978 verkocht Groot het bedrijf aan Fetim/Bekol, dat echter meer was geinteresseerd in de handel dan in de houtbewerking. Tien jaar later volgde er een management-buy-out, en sinds die tijd is het bedrijf weer geheel zelfstandig, onder leiding van de heer Schoonhoven.

Japan

Juist in die tijd stagneerde de ontwikkeling van het bedrijf, met name door de discussie over het gebruik van tropisch hout die leidde tot een boycot bij vooral de lagere overheden in Duitsland en Nederland. Het vereiste dan ook de nodige moed en geloof in eigen ke om in die tijd het bedrijf over te nemen. Schoonhoven en zijn mensen hebben echter gelijk gekregen en sinds een jaar of drie groeit de omzet weer, onder meer ook door een geografische spreiding, die inmiddels reikt tot Japan. Hier zijn nu al zo’n zeven grote bruggen gebouwd, een niet geringe prestatie in een land dat niet bepaald bekend staat om z’n gunstige klimaat voor buitenlandse ondernemers.

Groot heeft naast de hoofdvestiging in Lemmer vestigingen in Engeland, Duitsland Frankrijk en Denemarken. Het bedrijf beschikt verder over een eigen ingenieursbureau.

Bruggen

Zo’n 25 jaar geleden ontstond het idee om ook bruggen te gaan maken. Aanvankelijk ging het daarbij alleen om vrij simpele recht-toe-recht-aan-bruggen van Azobe met massieve liggers en een maximale lengte van 9 meter. Door de brugdelen op jukken te plaatsen kon de totale bruglengte worden vergroot, maar bleef de vrije overspanning nog beperkt. Om grotere vrije overspanningen te ke realiseren zijn samengestelde liggers nodig.

Bij Azobe lukt dat volgens ing. B.D. Hoogma, hoofd verkoop van Groot, niet met lijmen, omdat het hout te nat is. Vandaar dat het bedrijf op zoek is gegaan naar een alternatieve methode. Die is gevonden in de toepassing van stiften en bouten. De balken worden eerst op maat gezaagd en geschaafd en vervolgens op een speciale machine koud op en tegen elkaar gelegd. Daarna wordt de ligger zonodig in de gewenste vorm gebogen en worden met een speciale boor gaten door het geheel geboord waarin stiften worden aangebracht. Dit moet uitermate nauwkeurig gebeuren, omdat iedere speling funest is voor de sterkte van de ligger.

Overigens is de boor, net als alle machines die het bedrijf gebruikt, gezien het speciale karakter van het bewerken van in de waterbouw gebruikt hout door Groot zelf ontwikkeld.

Toen Groot Lemmer met de samengestelde ligger begon, was er dat gebied helemaal nog niets. Eerst zijn er dan ook proefopstellingen gemaakt, aan de hand waarvan een berekeningsmethode is opgesteld. Aardig detail daarbij is dat er in Duitsland inmiddels DIN-normen bestaan die gebaseerd zijn op de proeven bij Groot. Het bedrijf is zelf trouwens ook druk bezig met het opstellen van normen op het gebied van doorbuiging, sterkte en dynamische eigenschappen. “De bruggen zijn goed, in de 25 jaar dat we ze bouwen hebben we nog nooit een claim gehad. Het probleem is alleen een beetje dat alle kennis bij de producent ligt en niet bij de opdrachtgever. En ook worden technici ‘in staal en beton’ opgeleid”, aldus de heer Schoonhoven. Daarbij komt dat er in sommige landen restricties bestaan bij het toepassen van houten bruggen. Zo mogen ze in Japan niet als viaduct over een weg worden gebouwd en in Duitsland aanvankelijk niet over spoorbanen.

Toch lukt het de nodige bruggen af te zetten (inmiddels ruim 2800), onder meer ook omdat een houten brug ‘iets heeft’, en goed concurrerend is met andere materialen, althans bij fiets- en voetgangersbruggen. Bij bruggen voor zwaarder verkeer ligt dat moeilijker voor overspanningen groter dan 9 m.

‘Turn key’

Inmiddels heeft Groot al bruggen ontwikkeld met een vrije overspanning tot 80 m, een maat die overigens nog groter kan. De verwachting is dat een overspanning van 100 m haalbaar is. Tuibruggen zijn er al gemaakt tot 55 m overspanning, vakwerkbruggen gaan tot 40 m.

De bruggen worden in principe ‘turn key’ geleverd, waarbij alle onderdelen worden geprefabriceerd. Het ontwikkelen is dan ook helemaal toegesneden op de transportmogelijkheden. De bruggen worden als bouwpakket vervoerd naar de plaats van bestemming, en door de montageploeg van Groot op de lokaal gemaakte fundering geplaatst.

Naast bruggen maakt Groot ook nog steeds damwanden en andere ‘kleine dingen’, maar ook heel speciale zaken, zoals het bekleden van een sluisdeur in IJmuiden. Deze stalen deur ter grootte van een uit de kluiten gewassen flatgebouw, moest voorzien worden van een houten aanslagrand, met maar een heel geringe tolerantie. Met het hout moesten alle afwijkingen in het staal worden gecompenseerd. Via een computer zijn daarbij de benodigde dikten vastgesteld, waarna de balken zijn geprefabriceerd en in het werk gemonteerd. Boycot werkt averechts’

De discussie over het gebruik van tropisch hardhout is volgens directeur Schoonhoven van Groot Lemmer een goede zaak. “Alleen wordt die discussie wel ongenuanceerd gevoerd. Met een boycot wordt het regenwoud niet gered, eerder is het tegendeel het geval, omdat de bevolking dan geneigd zal zijn het bos plat te branden om iets anders te ke gaan verbouwen. Je kunt dus veel beter de opbrengst in het land zelf verbeteren, gekoppeld aan een strenge wetgeving met betrekking tot het kappen. In veel landen is dat al het geval, maar het kan nog beter. Dat is in belang van zowel de producent, als de lokale bevolking.”

In Kameroen, waar het Azobe vandaan komt, is het volgens Schoonhoven goed geregeld. Hier mogen alleen stammen met een diameter van minstens 70 cm worden gekapt. De aanwas van Azobe is dan ook groter dan de consumptie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels