nieuws

Franse woningcorporaties hekelen plannen van overheid

bouwbreed Premium

De Franse minister van Woningbouw Pierre Andre Perissol is deze maand op het 56e congres van de woningbouwverenigingen uitgefloten, toen hij aankondigde dat de staat de woningbouwverenigingen extra wil belasten voor 600 miljoen francs en nog eens 400 miljoen francs wil innen door het verhogen van de huren.

De 1500 congresgangers lieten de minister nauwelijks uitpraten en schreeuwden dat hij moest aftreden. Perissol wil een nieuwe definitie van de sociale functie van dit soort woningen, de zogeheten HLM’s. Toen de minister aankondigde dat een dergelijke definitie gepaard gaat met een belastingheffing, was het huis te klein. De anders zo gedistingeerde administrateuren van deze sector van de woningbouw gingen door het rode lint en betreurden het geen boeren te zijn: “Anders hadden we met mest gesmeten.”

Belofte

Perissol bevindt zich in de benarde positie een campagnebelofte van president Chirac te moeten waarmaken. Chirac beloofde voorrang te geven aan de huisvesting voor armen en behoeftigen. Een van de door Chirac voorgestelde oplossingen is de inmiddels ingetreden renteloze lening voor mensen die tussen de 8000 en 15.000 francs bruto verdienen. Een echtpaar met twee kinderen zou – 40.000 ke lenen tegen een nul-rente ter aanvulling van een normale hypotheek; hierin is het risico van werkloosheid of scheiding opgenomen.

Van deze mogelijkheid, zo is berekend, zullen beduidend minder mensen gebruik ke maken als de voorspelde 120.000 voor 1996. De leningen zijn interessant voor echtparen en gezinnen die over meer dan 20.000 francs bruto per maand beschikken.

Een tweede maatregel om sociale woningen vrij te maken, betreft een huurverhoging van 30 procent voor HLM-bewoners die 40 procent boven het voor dit soort woningen vastgestelde inkomen verdienen. 250.000 HLM-bewoners van de 3,5 miljoen zouden 2 a 3000 francs per maand meer moeten gaan betalen.

De regering wil met de opbrengst van deze huurverhogingen (400 miljoen francs) echter geen nieuwe sociale woningen bouwen, maar het geld in de overheidskas storten om het begrotingstekort te delgen. Op alle geinde huren en de door de HLM-verenigingen gedane investeringen wil de regering nog eens 600 miljoen innen. Uiteraard zijn de HLM-verenigingen het hier niet mee eens. Door een schrijnend tekort aan middelen lijdt een groot deel van de sociale woningen reeds onder achterstallig onderhoud.

Algemeen HLM-voorzitter Roger Quilliot, voormalig minister van woningbouw in de eerste socialistische regering (1981-1984) gaat akkoord met de huur verhogingen maar wil hier geen cent van afstaan. “Als deze belasting wordt doorgevoerd staat een derde van onze verenigingen in 1996 in de rode cijfers.” De minister vroeg het congres de sociale woningbouw zijn initiele doelstelling terug te geven. Meer behoeftigen zouden in aanmerking moeten komen voor een dergelijke woning en niet systematisch worden afgewezen. Hierop volgde een nieuw fluitconcert. “Waarom zijn wij verantwoordelijk voor de opvang van behoeftigen” aldus een van HLM-voorzitters. “Sociale gevallen moet je niet concentreren in wijken, maar verspreiden over het hele land.”

Openheid van zaken

Tenslotte drong de minister aan op een duidelijker beleid bij de bouw van sociale woningen en het afsluiten van contracten met lokale aannemers. Voorzitters van HLM-verenigingen zijn de afgelopen betrapt op corruptie ten gunste van politieke partijen en meerdere van hen zuchten in de gevangenis.

In een charte onderschreef het HLM-congres de noodzaak van openheid van zaken en een interne controle op de toewijzing van woningen. Voortaan worden er dus geen contracten meer afgesloten met alleen bevriende aannemers en zal er geen discriminatie meer zijn in de toewijzing van sociale woningen. Voorts stelde Chirac een groots woningbouwprogramma voor, om het schrijnende probleem der daklozen op te lossen. Chirac is president en moet zijn ambitieuse beloften waar maken. Kijken we naar hetgeen Chirac als burgemeester van Parijs op het terrein van de woningbouw in de Franse hoofdstad heeft gedaan, dan mogen we hopen dat hij het als president beter doet.

Natuurlijk is Parijs in de afgelopen 17 jaar verfraaid en lekker opgekalefaterd. De straten zijn schoon, de openbare gebouwen en straten worden geregeld gerestaureerd en de stadsparken worden uitbundig onderhouden. Daar betalen drie miljoen Parijzenaars dan ook een forse woonbelasting voor.

Speculatie

De keerzijde van de medaille is dat Parijs vandaag meer een werkstad is dan een leefstad. Als burgemeester heeft Chirac vooral de bouw van kantoorpanden en de verkoop van percelen aangemoedigd. In de gemeenteraadsverkiezingen van 1977, 1983 en 1989 beloofde Chirac dat er duizenden sociale woningen zouden worden gebouwd. Eenmaal burgemeester gaf Chirac keer op keer de speculatie op onroerend goed de vrije hand. De reden hiervan is dat de gemeente van de verkoop van elke vierkante meter onroerend goed, een percentage opstrijkt.

Parijs is een schatrijke gemeente geworden, waar koopprijzen en huren in enkele jaren omhoog zijn geschoten. Hele wijken met goedkope na-oorlogse woningen gingen over in handen van makelaars.

Er werd voortdurend afgebroken en op enkele vierkante meters verrezen lelijke moderne flatwoningen met een gemiddelde koopprijs van – 7000 per vierkante meter. Tussen 1977 en 1983 werden in Parijs maar 10.000 sociale woningen gebouwd. Het aantal liep terug tot 3317 woningen gebouwd in 1989. Erger, het gemeentelijke beheer, probeerde 10.000 van deze woningen in de vrije sector onder te brengen. De komst van de socialistische regering van premier Rocard in 1988 maakte aan deze praktijken een einde.

Sociale smeltkroes

Een tweede aspect van Chiracs sociale woning beleid was de renovatie van de volksbuurten. Inwoners van deze specifieke wijken werden uit hun goedkope woningen gezet. Na de renovatie kon deze bevolking niet terugkeren omdat de huren te hoog waren voor hun beurs en omdat de gemeente de nieuwkomers zorgvuldig uitzocht. Er was geen sprake meer van de kleurrijke sociale smeltkroes, die deze wijken hun speciale charme verlenen. In Parijs zijn de arbeiders vervangen door jong kader.

Chiracs actie was bovendien bewust gericht op de oudere generatie (met geld) in plaats van de jongeren en vooral de midden standers in plaats van de modale inkomens. Een verhoging van de woonbelasting van 35% in drie jaar tijd, heeft ook voor een grote uittocht gezorgd van jonge gezinnen en klein verdieners. De grove speculatie op het onroerend goed van de jaren tachtig, heeft daarbij veel firma’s naar de voorsteden gedreven.

Nu de crisis is ingetreden telt Parijs twee miljoen vierkante meters lege kantoorruimte. 50.000 Parijzenaars leven van de door de Socialisten ingevoerde minimum steun van – 700 per maand en van hen zijn de meesten dakloos.

Tijdens zijn verkiezingscampagne wierp Chirac zich op als voorstander van de vordering van leegstaande panden. Het leverde weinig op. De organisatie Recht op een woning (D.A.L.) kraakt vandaag steeds meer leegstaande panden. Als Chirac inzake de woningbouw hetzelfde voor Frankrijk wil doen als hij voor Parijs deed, hoeven we ons niet te verheugen.

Reageer op dit artikel