nieuws

Er komt enig schot in duurzaam bosbeheer

bouwbreed Premium

Er lijkt enigszins schot te komen in de erkenning van de noodzaak om tot een duurzaam bosbeheer en het daaruit voortkomende hout te komen. Daartoe dient een certificaat tot stand te komen, waardoor dit wordt gegarandeerd.

Het vervelende is echter, dat elke belangengroep anders tegen certificering van hout aankijkt, aldus Stichting Bos en Hout (SBH) te Wageningen. Voor de een is certificering brood op de plank en voor de ander staat een duurzame samenleving voorop. Waar het echter om draait is, dat certificering moet garanderen, dat het ingekochte hout uit een duurzaam beheerd bos komt. Met andere woorden uit een bos waarvan voldoende aanwas is gegarandeerd.

Velen zien het kappen van bossen als een aantasting van de natuur op zichzelf en een verspilling van natuurlijke hulpbronnen, waaronder het winnen van geneeskrachtige grondstoffen. Te weinig zien in dat een beheerste kap met daaraan gekoppeld een beleid van voldoende aanwas, de bosvoorraad eerder baat dan schaadt. De Noord-Amerikaanse houtproduktie en bosbeleid evenals die van Scandinavie en Duitsland zijn daar goede voorbeelden van. De zaak van de noodzaak van duurzaam bosbeheer is begonnen met de uitspraken van de Club van Rome in 1987 waarbij de VN-commissie onder voorzitterschap van mevrouw Brundland premier van Noorwegen, grenzen aan de industriele groei stelde. Daarna gingen in een snel tempo ITTO, de International Tropical Timber Organisation in 1990 en de UNCED-conferentie in 1992 in Rio de Janeiro met het onderwerp aan de haal. Daarna volgden nog een groot aantal conferenties. Een belangrijke gebeurtenis was ook de bijeenkomst dit voorjaar van de Commission on Sustainable Development (CSD), een uitvloeisel van de UNCED-bijeenkomst. Deze CSD besloot tot de oprichting van een ‘Intergouvernementeel panel inzake bossen’, met als doel het internationaal overleg over duurzaam bosbeheer te bevorderen. Dit forum zal in 1997 met een eindrapport uitkomen.

Certificering

Op het gebied van certificering van duurzaam bosbeheer zijn twee belangrijke organisaties actief. Het betreft de International Organisation for Standardisation (ISO) en de Forest Stewardship Counsel (FSC). In de FSC zijn niet overheidsorganisaties uit verschillende landen verenigd. Hoewel de FSC niet zelf certificeert ke de certificeerders wel de criteria van deze organisatie hanteren.

Het FSC is met de opstelling van voorwaarden al in een eindfase beland. Een belangrijk nadeel is echter dat overheden de FSC niet als certificerende instelling erkennen. De organisatie heeft wel de langste ervaring. ISO is een mondiale organisatie die zich inmiddels al jaren bezighoudt met het standaardiseren van produktieprocessen. De ISO is volgens de SBH een volledig onafhankelijk orgaan waarvan internationale standaardisatie-instituten lid zijn.

Obstakels

In Nederland worden die belangen door het NNI(Nederlands Normalisatie-Instituut) behartigd. Het ISO-9000-certificaat is daar een uitvloeisel van. Een produkt voorzien van een dergelijk certificaat geeft de afnemer de zekerheid dat het produktieproces volgens vastgestelde methoden verloopt. ISO is nu bezig het ISO 14000 certificaat te introduceren om onder andere het bosbeleid te certificeren.

Een van de betrekkelijk kleine nadelen van ISO is, dat het zich volgens de SBH nog, voor wat betreft de certificering van bosbeheer, in een ontwikkelingsfase bevindt. De bedoeling was om volgend jaar al gereed te zijn met de certificering van het bosbeheer. Er zijn echter nog obstakels die uit de weg moeten worden geruimd, zodat certificering ‘nog even’ op zich laat wachten.

Reageer op dit artikel