nieuws

Doet een opvolger het beter?

bouwbreed

In verreweg de meeste gevallen neemt een opvolger een bedrijf over vanwege twee zeer verschillende redenen. De ene koper van een bedrijf wil ervan profiteren, daar hij meent dat er goed in verdiend wordt en hij de zorgen van het oprichten en de investeringen kan sparen. De nogal eens familielid of werknemer zijnde nieuwe directeur in het andere geval is het niet helemaal eens met zekere methoden of werkwijzen en denkt het beter te zullen doen.

Vaak steekt hij er geld in om sommige zaken te verbeteren of te vernieuwen. Als regel is hij stukken jonger dan de vorige baas. Wanneer hij dan nogal wat ervaring of in de loop van de tijd gegroeide feeling mist, gaat het langzamerhand of sneller mis. Elke verandering kost geld of verlaagt de opbrengst. In beide gevallen komt er spijt; maar hij zit eraan vast.

Het verstandigste is de eerste paar jaren zo weinig mogelijk te veranderen aan het beleid en de werkwijzen, de verkoop en de prijzen. Pas als na drie, vier jaar duidelijk is geworden dat de nieuwe man of vrouw succes heeft en de zaken aan kan – vooral in de ogen van de afnemers – is vernieuwing wijs.

Hoofdzaak in deze eerste periode is uiterst voorzichtig te zijn met uitgaven en verplichtingen. Ofwel heeft men de overname contant betaald en mist dus rente op dat kapitaal, ofwel men heeft afbetalingsplichten op zich genomen.

Beide eisen geld, dat niet vanzelf binnenkomt en aanvankelijk de winst vermindert. Natuurlijk is het imiteren van de voorganger niet zo leuk, maar het gaat in een bedrijf om andere dingen. Als men wil experimenteren (en daartoe heeft men het volste recht!) dient men een nieuw bedrijf op te richten.

Het is voorts logisch dat duidelijke fouten verbeterd ke en moeten worden, voor zover ze het beleid niet veranderen. Ook is het goed er een financiele reserve op na te houden, voor het geval dat zekere tegenslagen onvermijdelijk zijn. Het spreekwoord zegt wel dat nieuwe bezems schoonvegen, maar in het bedrijfsleven worden opbrengsten soms erg snel verminderd, terwijl het de vraag is of het bedrijf dit kan dragen. De klanten en andere relaties reageren op u als nieuwe baas vaak afwachtend en met wat minder vertrouwen, tot zij aan u gewend zijn en op uw zekerheid rekenen.

Met een nieuwe chef de kat een tijdje uit de boom kijken is normaal te verwachten. Per slot van rekening zijn uw afnemers klanten omdat ze uit hun relatie met u voordeel wensen te halen in hun eigen situatie. Twijfel aan zekere eigenschappen of methoden van de nieuwe relatie is zeker in het kleine bedrijf te verwachten en puur menselijk. De beste manier van handelen om vertrouwen te wekken en te handhaven is het zoveel mogelijk bij het oude te laten tot u en zij aan elkander gewend zijn.

Dit betekent natuurlijk niet dat u over u heen moet laten lopen of zogenaamd, in de naam van voorheen, misbruik toe moet staan. Indien u iets echt niet bevalt, dient u dat te laten merken en de kwestie zo mogelijk uit te praten, met argumenten en zonder verwijten. Dit alles houdt in dat een opvolger de eerste tijd erg voorzichtig en zuinig moet zijn. Ook al bezit hij/zij alle eigenschappen om een bedrijf te leiden en zelfs uit te bouwen, het is in de regel volstrekt uitgesloten dat men werkelijk alle ins en outs van de firma beheerst, zodat de gevolgen van veranderingen of aanpassingen geheel worden overzien.

Ook de baas van een zeer grote onderneming gaat niet vanaf de eerste dag met een hakbijl aan de slag om dode takken te snoeien. Men dient de structuur de kans te geven zich logisch te ontwikkelen en vooral de mensen de gelegenheid aan de nieuwe baas te wennen, zijn ideeen te leren kennen en er vertrouwd mee te raken. Alleen een noodgeval vergt noodmaatregelen; maar dan moet men deze firma niet nemen!

Reageer op dit artikel