nieuws

Corporaties hoeven niet op begrip van D66 te rekenen

bouwbreed

D66 heeft geen begrip voor de opstelling van de corporaties aan de vooravond van het Kamerdebat over de juni-brief van Tommel. Met name de bewering dat het rijk zijn greep op de sociale sector te zeer aan het verstevigen is, steekt. Het Kamerlid Hans Jeekel: “Er is geen sprake van een nieuwe reguleringsgolf. Uit het Bruteringsdebat is een beperkt aantal wijzigingen, verbeteringen en aanscherpingen naar voren gekomen. Ik kan niet begrijpen dat de corporaties dit als een omslag beschouwen.”

Jeekel (40 jaar, getrouwd, een kind) is het nieuwste Kamerlid van D66. Op 30 augustus betrad hij de vergaderzaal, waar hij de zetel innam van de vertrekkende Louise Groenman.

Tot die tijd was Jeekel werkzaam als bij het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, war hij zich voornamelijk met milieu en natuurbeheer bezig hield. Bij D66 is Jeekel geen onbekende. Sinds 1980 is hij actief in de partijpolitiek, als voorzitter van de werkgroep Ruimtelijke Ordening en van de programmacommissie van D66 en als secretaris van het hoofdbestuur.

Inmiddels is bepaald dat Jeekel de eerste woordvoerder volkshuisvesting wordt, en dus het stokje overneemt van Machteld Versnel-Schmitz. Zij blijft nog wel tweede woordvoerder, maar gaat zich in de toekomst vooral richten op de ruimtelijke ordening.

Versnel laat er overigens geen twijfel over bestaan deze stap geheel uit vrije wil te hebben gezet. Er is volgens haar geen sprake van dat het woordvoerderschap haar is ontnomen na het bruteringsdebat, waar zij veelvuldig op de lijn van Duivesteijn zat, die weer sterk tegen D66-staatssecretaris Tommel ageerde. “Wat een onzin. Het is mijn eigen vrije keuze geweest. Tommel noch D66 heeft daar niets mee te maken gehad. De ruimtelijke ordening ligt mij gewoon iets nauwer aan mijn hart.”

Moord en brand

Jeekel toont zich in zijn voorbeschouwing van het debat van morgen over de juni-brief van Tommel verbaasd en ook lichtelijk geirriteerd over het optreden van de corporaties van de laatste tijd. Hij begrijpt niet waarom ze sinds de aankondiging van Tommel de regels voor de sector weer aan te zullen scherpen geen gelegenheid onbenut hebben gelaten om moord en brand te schreeuwen. “In tegenstelling tot wat de corporaties beweren, is er geen sprake van een totale wijziging van het beleid dat voormalig staatssecretaris Heerma heeft ingezet. Er worden bepaalde verbeteringen doorgevoerd, en op onderdelen wordt er wat aangescherpt. Geenszins een ommezwaai. De corporaties maken zich iets te vroeg zenuwachtig. Dat blijkt ook wel uit zo’n advertentie.

De sector moet niet vergeten dat de ordening nog lang niet af is. In 1991 zijn er afspraken gemaakt over hoe de verzelfstandigde volkshuisvesting er uit moet komen te zien. Dat is een hele tijd geleden. Het is dus niet meer dan logisch dat er nu dingen aan de orde komen die verder ontwikkeld moeten worden. Dat zal ook in de toekomst zo zijn.” Van de corporaties verwacht Jeekel voldoende wijsheid om hiermee op een volwassen manier mee om te gaan. “Laat de corporaties nu eerst maar eens een goede start maken.”

‘Redelijke basis’

Hij noemt wat dit betreft het Nationaal Programma Volkshuisvesting en de bedrijfstakcode, die de NWR en het NCIV deze zomer hebben gepresenteerd, veelbelovend. “Het zijn aardige documenten. Het komt aan op de uitwerking, maar er ligt nu een redelijke basis.”

Versnel is dat met hem eens. “En het is dankzij de moties dat de corporaties met hun plannen zijn gekomen. Het bruteringsdebat heeft deze actie ‘getriggerd’.”

De houding van D66 is een andere dan die van PvdA-woordvoerder Duivesteijn. Hij heeft afwijzend gereageerd op het plan en de code. “Ja”, aldus Versnel, “maar daar zit nu juist het verschil. Wij pakken het positief op. Je oefent wat druk uit, en ze pakken het op. Dat is een goede zaak.”

D66 zal in het debat met Tommel akkoord gaan met de aanscherpingen die door de bewindsman zijn voorgesteld. Op een punt gaan de democraten echter verder. Zij vinden dat er een nieuw artikel in het Besluit Beheer Sociale Huursector moet worden opgenomen, waarmee kan worden bewerkstelligd dat een duidelijk beeld ontstaat van de omvang van de bedrijfsreserves bij corporaties en de wijze waarop zij dit geld inzetten. “Op dit moment overheerst bij velen het gevoel: ‘hoeveel geld houden ze achter de hand, en wat doen ze er allemaal mee'”, ervaart Jeekel. “Dan zeg ik: maak dat dan inzichtelijk. Ga niet te veel in de verdediging, zo van ‘Laat ons met rust’, maar laat maar eens duidelijk zien hoeveel je hebt en wat je ermee doet. Dat mag van mij als zesde prestatieveld in het BBSH worden opgenomen.”

Achterblijvers

Van belang is ook hoe de corporaties hun mindere broeders meetrekken in de goede richting. “Cruciaal is wat men gaat doen met de achterblijvers”, meent Jeekel. “De corporaties die niet voldoende geld hebben, of weigeren aan de afspraken te voldoen. Als we die groep in algemene regels proberen te vangen dan gaat het mis. Daar moet de sector zich dus zelf druk om maken. Als de corporaties dit zelf goed oppakken, hebben wij geen behoefte aan nieuwe regels. Wij dagen de sociale verhuurders uit zelf met oplossingen te komen. Dat is immers een belangrijk onderdeel van de nieuwe ordening.”

Versnel: “Ze moeten niet denken dat het onze bedoeling is de corporaties tegen ons in het harnas te jaren. Het is slecht eten met onwillige boeren, en ik wil er geen onwillige boeren van maken.” Jeekel erkent dat, om direct op te merken: “Maar we zullen ze wel blijven prikkelen!”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels