nieuws

Corporaties hebben plicht te investeren in leefbaarheid

bouwbreed

Corporaties reageren ten onrechte met gemengde gevoelens op de taken, die hen op het gebied van de leefbaarheid worden toebedeeld. In plaats van te wijzen op de mogelijke kosten, zouden sociale verhuurders er beter aan doen te onderkennen dat ook gemeenten en rijk een aanzienlijke financiele bijdrage leveren. Daar profiteren zij immers ook van.

Dat hield prof.dr.ir. H. Priemus zijn gehoor voor op de tweede dag van het congres ‘Een stad om in te wonen’, van de Nationale Woningraad en het ministerie van VROM.

Dat corporaties niet altijd even enthousiast zijn over de plannen rond de verbetering van de leefbaarheid in de steden, concludeert Priemus onder andere uit een persbericht van de landelijke centrales NWR en NCIV van juni, waarin zij stellen dat het onaanvaardbaar is dat er naar de financiele mogelijkheden van corporaties wordt gekeken indien de gemeente op dit punt haar verantwoordelijkheid niet waarmaakt.

Volgens de Delftse hoogleraar volkshuisvesting trekken de corporaties hier wel erg snel hun conclusies. Immers, uit het Convenant Grote Steden, dat staatssecretaris Kohnstamm met de 18 grootste gemeenten heeft afgesloten, blijkt dat de gemeenten en het rijk wel degelijk bereid zijn te investeren in leefbaarheid.

Priemus: “En dus is het niet meer dan logisch dat ook van de corporaties bijdragen worden gevraagd. Zij doen er goed aan nu niet over mitsen en maren uit te weiden, maar de handschoen op te pakken en naar vermogen hun bijdrage te leveren aan een florissante stedelijke ontwikkeling.”

Belang

Ook staatssecretaris Tommel liet in zijn bijdrage aan het congres blijken veel belang te hechten aan de bijdrage, die corporaties ke leveren aan de leefbaarheid in de stad. Niet voor niets zal daartoe dit onderwerp als vijfde prestatieveld aan het Besluit Beheer Sociale Huursector worden toegevoegd.

Hij merkte wel op dat het resultaat van hun inspanningen niet alleen en zeker niet in de eerste plaats mag worden afgemeten aan de hoeveelheid geld, die zij in leefbaarheid investeren. “Het gaat ook om kennis, ervaring en inzet. Gezamenlijke verantwoordelijkheid betekent gezamenlijke prestaties en gezamenlijke inspanningen.”

Hoewel veel problemen op het vlak van de leefbaarheid een sociale oorsprong hebben, liet Tommel er geen twijfel over bestaan dat de volkshuisvesting een belangrijke bijdrage kan leveren aan de problemen in de steden. Volgens hem is met name een gedifferentieerd woning- en wijkaanbod van belang, waarbij alle categorieen huishoudens aan hun trekken komen. “Ik denk dat een leefbare stad daar eigenlijk mee begint.”

Hij waarschuwde ervoor niet dezelfde fouten te maken, die in het verleden zijn gemaakt. Want juist door het toen gevoerde volkshuisvestings-, stadsvernieuwings- en ruimtelijke ordeningsbeleid zijn in een aantal steden eenzijdige wijken ontstaan. Daarom moet als ‘contramal’ voor de bouwactiviteiten in het kader van Vinex, de bestaande stad niet worden vergeten.

Daar zullen in de eenzijdig opgebouwde wijken vooral dure woningen moeten worden gebouwd. En als er alleen sociale huurwoningen zijn, zal een deel daarvan moeten worden verkocht.

Handschoen

Algemeen directeur Van Velzen van de NWR liet blijken dat de corporaties wel degelijk de handschoen die ze toegeworpen hebben gekregen op willen rapen. “Maar ik merk daarbij wel op dat er geen overdreven verwachtingen moeten worden gekoesterd over de mogelijkheden van corporaties. Met uitsluitend maatregelen op het gebied van de volkshuisvesting ben je er niet. De sociale problematiek is minstens zo belangrijk.”

Bovendien is het volgens Van Velzen van groot belang dat de discussies over de ordening in de volkshuisvesting en over de bestuurlijke inrichting van Nederland op lokaal en regionaal niveau worden afgesloten. “Het is dodelijk voor de aanpak van wijken en buurten als je te maken hebt met corporaties die niet weten waar ze aan toe zijn, en met gemeenten die voortdurend aan het bakkeleien zijn over het binnenlands bestuur.”

En niet in de laatste plaats moet de samenwerking tussen alle betrokken partijen worden verbeterd. Volgens Van Velzen laat in ieder geval de samenwerking tussen corporaties en gemeenten nog danig te wensen over. Maar ook staan andere partijen in wijken en buurten (particuliere verhuurders en eigenaar-bewoners) nog te veel aan de zijlijn. “Dat kan niet”, aldus Van Velzen. “Die moeten er ook bij worden betrokken.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels