nieuws

Bouwmanagers in Amerika moeten nog heel wat leren

bouwbreed

Amerikaanse bouwmanagers moeten nog heel wat leren! En dat ke ze van hun eigen bouwvakkers, aldus het rapport ‘Construction Site Operations-Perceptions Influencing Productivity’ opgesteld door E. Koehn en R. Cook van de Lamar University in Beaumont, Texas.

Al eerder was op verschillende plaatsen gezocht naar de oorzaken van de steeds dalende produktiviteit in de bouwnijverheid en het verband met communicatie, tevredenheid met het werk en de motivatie. Men was er al langer achter dat bouwvakkers het uiterst onprettig vinden buiten hun schuld verknoeid werk te moeten opknappen. Verknoeid werk als gevolg van slechte informatie of communicatie of door collega-bouwvakkers die voor hen uit gewerkt hebben.

Produktiviteitsverlies treedt altijd op wanneer de communicatie eenrichtingsverkeer is in plaats van in twee richtingen: van boven naar beneden zowel als van beneden naar boven. Maar zou de wijze van denken over elkaars werkzaamheden geen vingerwijzingen ke geven over oorzaken van de dalende produktiviteit?

De medewerkers van de Lamar Universiteit interviewden honderden bouwvakkers en managers door middel van een enquete. Opvallend daarbij was dat de respons van de bouwvakkers bijna 72% was, terwijl de managers niet verder kwamen dan zo’n 30%. Die managers bestonden overigens uit twee groepen: het midden-management dat met de directe uitvoering was belast en het hoger management dat het bedrijf op kantoor runde.

De vragen sloegen onder andere op de mate dat het werk boeit, tevredenheid ermee, invloed van de routine, het respect ervoor van de zijde van de samenleving, de kansen die het biedt, samenwerking met anderen, de frustratie door de hoeveelheid op te knappen werk, de mate van het wachten op beslissingen en instructies en van de beloning, de verdiensten. Naar eigen inzicht konden onderwerpen worden toegevoegd.

Verrassende uitkomsten

De onderzoekers constateerden grote verschillen van opvatting tussen de bouwvakkers en de managers. Zo vonden de bouwvakkers hun werk anderhalf maal fascinerend, de helft minder vervelend, anderhalf keer creatiever, de helft eenvoudiger en van veel groter nut voor de samenleving dan de managers hadden vermeld. In tegenstelling tot de opvatting van de managers bleken de bouwvakkers zeer geinteresseerd in hun werkzaamheden en, zo menen de onderzoekers, daar zouden bouwmanagers veel meer profijt uit moeten trekken. Eveneens opvallend is, bij vergelijking van de afzonderlijke enqueteformulieren, de uitkomst dat het hoger management en de bouwvakkers van mening zijn dat het midden management hun werk minder fascinerend, creatief, produktief, van belang voor de samenleving, minder uitdagend, plezierig en bevredigend vinden dan het midden management zelf heeft aangegeven. De midden-managers beschouwen zichzelf wel als meer tevreden en belangrijk dan het hoger management en de bouwvakkers concludeerden. De onderzoekers verklaren dit door er op te wijzen dat het hoger management veelal moet afgaan op informatie van anderen.

Maar niet alleen beschouwen de midden-managers zichzelf als meer tevreden en belangrijk, zij gaan helemaal op in hun functie als manager.

Daarbij vergeten zij nogal eens, zo concluderen de onderzoekers, dat coordinatie en teamwork onontbeerlijk zijn voor een efficiente uitvoering en dat zij niet onfeilbaar zijn. En dat sluit weer in dat zij niet voldoende aandacht geven aan suggesties van hun bouwvakkers. Daarmee gaan zij voorbij aan mogelijkheden de produktiviteit te verbeteren en de kosten te verlagen.

Het onderzoek wijst uit dat managers nog heel wat moeten leren om de bouwnijverheid uit het produktiviteitsdal te halen en dat dat voor een groot deel kan door te luisteren naar en te praten met hun bouwvakkers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels