nieuws

Bouw musea f. 5,4 mln duurder door vervallen btw-voordeel

bouwbreed

Het teniet doen van oneigenlijk gebruik van btw-constructies heeft voor de provincie Limburg een uiterst onplezierig financieel effect. Voor de bouw van drie musea moet daardoor namelijk totaal bijna f. 5,4 miljoen extra worden uitgetrokken. Dat geld moet uit een algemeen provinciaal reservefonds komen.

Het recent door de Tweede Kamer aanvaarde wetsvoorstel ter bestrijding van btw-constructies heeft volgens GS ingrijpende consequenties voor de bouw van het Bonnefantenmuseum in Maastricht, het Limburgs Museum in Venlo en het Industrion te Kerkrade. Bij de bepaling van de provinciale bijdrage in de stichtingskosten zijn GS destijds uitgegaan van een btw-voordeel. Werd voor het (al gerealiseerde) Bonnefantenmuseum en het Industrion het bouwheerschap van meet af aan gelegd bij de provincie zelf, voor het museum in Venlo werd gekozen voor een extern bouwheerschap.

Besluit herzien

Maar dat gaat de provincie nu herzien, om nog meer financieel nadeel te voorkomen. Betekent het vervallen van de btw-constructie al een strop van bijna f. 2 miljoen, door het bouwheerschap extern te laten uitvoeren zou daar bovenop nog eens f. 1,3 miljoen komen.

“Immers, wanneer de bouwopdracht door het museumbestuur zou worden verstrekt, dan zou de Stichting Limburgs Museum gedurende de bouw eigenaar worden en na de bouw zou het museum dan in eigendom overgedragen worden aan de provincie. Op dat moment is dan 6% overdrachtsbelasting over de economische waarde verschuldigd.”

Om de – ook aantoonbare – financiele voordelen van extern bouwheerschap toch te behouden, willen GS “een zo groot mogelijk deel van de uitvoering van het bouwheerschap” door het museumbestuur laten geschieden.

Voor het Industrion betekent het vervallen van het btw-voordeel een extra kostenpost van ruim f. 1,8 miljoen. Ten aanzien van het Bonnefantenmuseum bedraagt het nadelig effect ruim f. 1,5 miljoen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels