nieuws

Bedienen tweedehandsmarkt vereist een aparte aanpak

bouwbreed Premium

Er doet zich momenteel een ruimere vraag voor naar grote dan naar kleine en middelgrote kranen. Klein staat hier voor machines met een hefvermogen tot 50 ton en middelgroot voor een hefvermogen van 50 tot 100 ton. De vraag leeft vooral op de exportmarkt. Het gaat dan om nieuwe en gebruikte kranen. De gang van zaken in de sector gebruikt materieel levert evenwel bepaalde moeilijkheden op. Een feit dat de niet-Europese kopers van Europese kraanfabrikanten mogelijk nog aardig parten kan spelen.

Directeur verkoop F. Bar van Liebherr-Ehingen refereerde in een gesprek met onder meer deze krant aan de verkoop van PPM door Potain. De Franse onderneming kreeg de mogelijkheid een overeenkomst te sluiten met Terex/Clark die met de aankoop de Europese markt wil bedienen. Dat maakt de stelling dat zoiets vanuit de Verenigde Staten nogal wat problemen oplevert erg aannemelijk, ondanks het feit dat Terex over een goede fabrieksstructuur beschikt. Het ligt ook in de verwachting dat Grove de fabricage en de verkoop opnieuw zal analyseren. Temeer omdat de afnemers van autokranen het liefst direct bij de fabriek willen kopen en minder bij de machinehandel.

Liebherr verkocht de autokranen voor de Verenigde Staten vanuit de fabriek. Ook Terex zal zich bij die trend moeten aansluiten.

Vooralsnog staan ze volgens Bar voor twee grote problemen. Het eerste houdt verband met het aanbod van een complete machinelijn van zeg 25 tot 400 ton. Dat vereist een meer dan aanzienlijke investering. Grove is daarin geslaagd door de overname van Krupp en hoeft alleen nog maar het programma bij te houden. Het blijft evenwel een feit dat het aanbod van Krupp niet geheel en al meer overeenkomt met de modernste stand van zaken. Het oplossen van dat probleem vergt een forse investering. Het blijft een vraag of dat geld beschikbaar komt. Grove ressorteert onder een financieel conglomeraat dat liever geen middelen uitgeeft aan onderzoek en ontwikkeling maar de winst wil verrekenen met de aandeelhouders.

Inruilkranen

Het tweede probleem betreft volgens Bar de tweedehandsmarkt. Bijvoorbeeld in Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannie en Spanje schaffen onder meer kraanverhuurders nagenoeg alleen dan nog een nieuwe machine aan wanneer ze die later ke inruilen. De fabrikant zal dan de mogelijkheden moeten hebben om die inruilkranen weer van de hand te doen. Dat vergt eveneens grote investeringen omdat zo’n markt zich uitermate moeilijk laat opbouwen. Hoe minder kranen er van een bepaald type op de markt zijn des te moeilijker valt de verkoop van gebruikte kranen van dat type.

Verbod

Liebherr bouwde onder meer in het Verre Oosten een markt voor ingeruilde kranen op. Tweedehands is volgens Bar echter niet overal welkom. Bijvoorbeeld Korea vaardigde een verbod uit op de import en verkoop van gebruikte kranen. Landen als Taiwan, Thailand, Singapore, Maleisie en China leggen daarentegen geen beperkingen op. Ook dichterbij huis bestaat veel belangstelling voor een tweedehands kraan zoals bijvoorbeeld in de bondsrepubliek. Bedrijven in de oostelijke deelstaten die gebruik willen maken van de investeringssubsidie kopen nieuwe machines om die na drie jaar weer in te ruilen.

Daar mankeert doorgaans weinig aan en ze zijn om die reden zeer gewild bij kraanverhuurders in de westelijke deelstaten. Deze bedrijven hoeven voor de gereviseerde kranen minder uit te geven en ke ze in kortere tijd afschrijven. Dat klinkt eenvoudig maar vereist desondanks een goed functionerende organisatie die in Europa en daarbuiten actief is. Liebherr ging daarbij zover dat het bedrijf in tijden dat zich een grote vraag naar gebruikte kranen voordeed bijvoorbeeld kraanverhuurders bezocht met het aanbod machines over te nemen, ook al waren ze niet bij Liebherr gekocht.

Rusland

Niet alles gaat Liebherr volgens Bar voor de wind. Een sprekend voorbeeld daarvan biedt de gang van zaken in de voormalige Sovjet Unie. Aanvankelijk bood Rusland een goede markt voor autokranen. Het landsbestuur in Moskou bracht het gezamenlijke bedrijf van Liebherr onder in Odessa in de Oekraine. Dat land verklaarde zich evenwel onafhankelijk van Rusland en dat betekende het einde van de gezamenlijke onderneming.

Rusland kocht niets meer van de Oekraine en stelde allerlei douanebeperkingen in. Mede daardoor bleek het onmogelijk geld van Odessa naar Moskou en omgekeerd over te maken. Als gevolg daarvan hield het bedrijf op de bestaan, zonder daarbij schulden achter te laten. De Russische markt bestaat echter nog steeds en bezorgt Liebherr nog steeds inkomsten, zij het dat uitsluitend tegen vooruitbetaling wordt geleverd. In de andere landen van het vroegere Oostblok doet zich op grond van krappe financien geen al te grote vraag naar machines voor. Een situatie waarin in de komende jaren weinig verandering zal komen.

Reageer op dit artikel