nieuws

Vinex-akkoorden over bouwopgave blijven onverkort gehandhaafd Minister De Boer heeft geen behoefte aan vijfde nota RO

bouwbreed

Minister De Boer ziet in de problemen rond de uitvoering van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex) geen aanleiding om nog deze kabinetsperiode het RO-beleid ingrijpend te wijzigen en met een nieuwe, vijfde nota te komen. Het komt nu aan op een goede uitvoering van het Vinex-beleid op regionaal en lokaal niveau “De afgesloten akkoorden en convenanten met andere overheden over de bouwopgave tot 2005 blijven onverkort gehandhaafd.”

Dat blijkt uit een brief die gisteren naar de Tweede Kamer is gestuurd.

De Boer onderschrijft hierin de conclusies, die de Rijksplanologische Dienst begin november 1994 trok in haar Ruimtelijke Verkenningen. Toen werd, op basis van de vijf jaar dat het Vinexbeleid nu in uitvoering is, geconstateerd dat er geen aanleiding is het ruimtelijk beleid op korte termijn te herzien.

De ontwikkelingen en analyses die aan het Vinex-beleid ten grondslag liggen (bijvoorbeeld over de internationalisatie, individualisering, ontwikkeling dienstensector, ontgroening en vergrijzing) zijn nog steeds actueel, zo meende de RPD. En het ruimtelijk beleid als zodanig, met een concentratie van de verstedelijking in en rond de steden en een restrictief beleid in de open ruimten, zoals het Groene Hart, kan inmiddels op veel maatschappelijke steun rekenen.

Verdiensten

De alarmerende berichten die vorig jaar de wereld werden ingestuurd, over een steeds sterker toenemende woningbehoefte, een groeiend gebrek aan betaalbare bouwlocaties en voortdurende stagnaties bij de totstandkoming van de Vinex-uitvoeringscontracten wegen voor De Boer niet op tegen de verdiensten van het Vinex-beleid. En dus heeft zij “geen behoefte in deze kabinetsperiode een vijfde nota over de ruimtelijke ordening uit te brengen”.

Dat betekent niet dat er niets moet gebeuren op het gebied van de RO. Ten eerste moet er nu met voortvarendheid worden gewerkt aan de daadwerkelijke uitvoering van de Vinex-uitvoeringscontracten. De Boer wijst erin haar brief op dat de verantwoordelijkheid hiervoor op het bordje van de lagere overheden is komen te liggen. Regionale besturen en provincies zijn nu verantwoordelijk voor de keuze van nieuwe locaties en voor het op tijd klaarkomen van de bouwopgave, zo meent de minister. De inspanningen van het rijk zijn vooral gericht op het wegwerken van de belemmeringen voor de verstedelijking in de wet- en regelgeving, en op het nemen van maatregelen als mocht blijken dat er structurele problemen zijn.

Ten tweede moet nu worden begonnen met de voorbereiding van het ruimtelijk beleid dat na 2005 moet worden gevoerd. In de actualisatie van de planologische kernbeslissing nationaal ruimtelijk beleid bij de Vinex zullen aanvullende woon- en werklocaties moeten worden aangegeven, om een oplossing te bieden voor de toenemende woningbehoefte.

Overigens is de omvang hiervan nog onzeker. De Boer wijst in dit verband op de prognoses van het CBS voor de periode 2005-2015, waarin tussen twee scenario’s (midden en hoog) een verschil zit van maar liefst 222.000 woningen (451.000 versus 673.000). “Dit stelt hoge eisen aan de flexibiliteit van ruimtelijke planning”.

Voor het voortbestaan van het Groene Hart hoeft ook in de periode na 2005 niet te worden gevreesd, aldus De Boer. Dat zal niet betrokken worden bij de dan geldende verstedelijkingsmodellen.

Actualisatie

In de actualisatie zal worden meegenomen de problemen van de grote steden, de plattelandsvernieuwing en een bezinning over de nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van de RO.

Dit voorjaar nog zal de Kamer inzicht worden verschaft in de voortgang van de woningbouw, waarbij het accent op de stadsgewesten zal liggen.Een dergelijk overzicht was door staatssecretaris Tommel bij de behandeling van de VROM-begroting in de Tweede Kamer al toegezegd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels