nieuws

Nieuwe produktinformatie over Nederlands cement

bouwbreed

ENCI NV te ‘s-Hertogenbosch heeft een nieuwe set produktinformatie uitgegeven. Aanleiding is de aanpassing van de Nederlandse cementnorm NEN 3550 aan de Europese voornorm ENV 197-1. De gewijzigde norm geldt vanaf 2 januari.

Frans van Velden

In de set produktinformatie zijn alle gegevens te vinden over de Nederlandse cementsoorten, benoemd volgens de regels van de Europese voornorm. Het gaat om de hoogovencementen (CEM III) van CEMIJ te IJmuiden, ENCI te Maastricht en Robur te Rozenburg, en de portlandcementen (CEM I), het portlandvliegascement (CEM II) en het metselcement van ENCI te Maastricht. Op een apart blad heeft ENCI NV naast elkaar gezet wat de oude en nieuwe benamingen zijn voor de cementsoorten.

De specificaties van de cementen zijn niet gewijzigd, behalve die van het vroegere hoogovencement A. Daarvan is de sterkte iets verhoogd, om het binnen de groep CEM III/B 42,5 te laten vallen.

Het vroegere hoogovencement B heet nu CEM III/B 42,5 PLUS. De toevoeging ‘PLUS’ is om dit cement te ke onderscheiden van het verbeterde hoogovencement A.

Gemakkelijker

In de produktinformatie staat steeds vermeld, aan welke Duitse en Belgische normen de cementsoorten voldoen. Bij een aantal soorten wordt ook een Britse norm genoemd, terwijl metselcement voldoet aan de Europese voornorm 413-1. Deze vermelding is uiteraard niet uitputtend, vaak ke cementsoorten ook toegepast worden binnen de normen van andere Europese landen.

Door de invoering van de nieuwe Nederlandse norm is het gemakkelijker geworden cementsoorten uit verschillende Europese landen met elkaar te vergelijken. De namen beginnen allemaal met ‘CEM’ en er zijn vijf groepen, aangeduid met de romeinse cijfers I tot en met V. De sterkteklassen zijn 32,5, 42,5 en 52,5 N/mm2, een compromis tussen de vroeger in veel landen gehanteerde indeling in 30, 40 en 50 N/mm2 en 35, 45 en 55 N/mm+.

Verwarrend

Heel verwarrend is dat de sterkte van Nederlandse cementen vroeger met A, B en C werd aangeduid, terwijl in de nieuwe norm de letter A, B en C voor de samenstelling van het cement worden gebruikt. De betekenis van deze letters is dus radicaal veranderd.

In Belgie heeft men reeds enige tijd ervaring met de nieuwe, Europese aanduidingen. Volgens R.B. Brouwer van CBR Cementbedrijven NV is het gebruik van de Europese norm heel eenvoudig. “Voor Nederland zijn de groepen CEM I, CEM II en CEM III van belang”, aldus Brouwer. “CEM I is portlandcement, CEM II is portlandvliegascement, met een percentage vliegas en CEM III is hoogovencement, met een percentage hoogovenslak. CEM II met een andere vervanging dan vliegas, CEM IV met puzzolaan en CEM V met puzzolaan en een percentage vervanging zijn voor Nederland nog niet van belang.”

De sterkteklassen werden vroeger met A, B en C aangeduid. Dat is nu 32,5, 42,5 en 52,5. De 28-daagse druksterkte van deze klassen is 2,5 N/mm2 lager dan vroeger. Achter de sterkteklasse staat nu een R van ‘rapid’, als het gaat om een cement met een hoge aanvangssterkte. In Nederland zijn dat de portlandcementen en portlandvliegascement.

De letters A, B en C hebben nu een heel andere betekenis dan voorheen. “A, B en C staan nu voor de samenstelling van het cement”, licht Brouwer toe.

Aanduidingen

“Voor CEM II, portlandvliegascement, betekent een A dat 6 tot 20 % van de portlandklinker is vervangen, een B dat 21 tot 35 % is vervangen door vliegas (V). Voor CEM III, hoogovencement, betekent een A dat tussen 35 en 65 % van het cement bestaat uit hoogovenslak. Een B betekent tussen 66 en 80 % hoogovenslak en een C tussen 81 en 95 %. Tenslotte zijn er nog wat extra aanduidingen, zoals HS voor sulfaatbestendig cement en LA voor cement met een laag alkali-gehalte.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels