nieuws

‘Investeringsnorm infrastructuur is overbodig’ EIB: Nederland loopt niet achter met infrastructuur

bouwbreed

Nederland loopt nauwelijks of niet achter ten opzichte van de andere Europese landen als het gaat om het investeringsniveau voor infrastructuur. Daarnaast blijkt er geen duidelijk verband te bestaan tussen investeringen in de grond-, weg- en waterbouw en de groei van het Bruto Nationaal Produkt.

Dat stelt het Economisch Instituut Bouwnijverheid (EIB) in zijn rapport ‘Investeringen in infrastructuur en economische groei’. Het instituut zegt met dit rapport een nuancering aan te willen brengen op het (door vasthoudend lobbywerk van belangenverenigingen) ontstane beeld dat Nederland een ‘inhaalslag’ moet leveren als het gaat om infrastructuur.

Volgens het EIB is het niet nodig te streven naar een norm voor investeringen in infrastructuur. “Veel organisaties”, zo zegt een woordvoerder van het onderzoeksbureau, “pleiten voor een minimum-investering van 3% van het BNP in infrastructuur. Niks wijst er echter op dat het BNP hierdoor zou stijgen”.

Het aandeel van infrastructuur in het BNP is in ons land gedaald, bekeken over een langere periode. Momenteel ligt het op ruim 2 %. Een vergelijking met de ons omringende landen leert echter dat Nederland qua investeringsniveau niet veel afwijkt van Duitsland, Frankrijk en Belgie.

Neveneffecten

Het EIB ontkent overigens niet dat investeringen in infrastructuur ke leiden tot een verbetering in de economie. Wanneer bijvoorbeeld door het aanleggen van wegen de transportkosten dalen impliceert dit dat andere produktiefactoren als arbeid en kapitaal efficienter ke worden ingezet. Dit kan voordelen opleveren in de concurrentiesfeer. Ook kan een betere infrastructuur positief uitwerken op de economische aantrekkingskracht van een bepaalde regio. Uiteindelijk kan dit leiden tot een toename van investeringen en een groei van de werkgelegenheid. De woordvoerder benadrukt dat het hier in de regel om slecht ontsloten gebieden gaat. Gebieden waar reeds de nodige infrastructuur ligt leveren, bij nieuwe investeringen, vaak aanzienlijk minder rendement op.

Voorts wijst het EIB op allerlei neveneffecten die de aanvankelijk positieve gevolgen van de investering teniet ke doen. De extra vraag naar arbeid die ontstaat als gevolg van de aanleg en het gebruik van infrastructuur kan bijvoorbeeld de loonvoet doen stijgen. De werkgelegenheid kan daardoor op de lange termijn weer afnemen. Daarnaast ke infrastructurele verbeteringen het vestigingsklimaat in de ene regio verbeteren ten koste van andere. Op nationaal niveau zijn de effecten daardoor minder groot.

Boude uitspraken

Beleidsmedewerker infrastructuur drs. F.M. Roest van het AVBB zegt in een eerste reactie overrompeld te zijn en vindt dat het EIB ‘boude uitspraken doet op basis van materiaal dat nou niet echt geweldig is’. “Het EIB geeft zelf aan dat de effecten van investeringen in infrastructuur op de nationale economie moeilijk is te meten. Dat geeft eigenlijk al het manco van dit onderzoek aan. Echt verbaasd zijn we over het feit dat het EIB stelt dat er geen investeringsnorm voor infrastructuur nodig is. Als AVBB zijn wij een fel voorstander van zo’n norm. Deze zou tenminste gesteld moeten worden

3 % van het BNP, gezien de functie van ons land als distributieland”.

Andere onderzoeken

Het AVBB geeft verder te kennen dat er genoeg andere onderzoeken bestaan die aantonen dat investeringen in infrastructuur wel degelijk een positief effect hebben op de economie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels