nieuws

Hugo Priemus *)

bouwbreed

Nadat de Rijksplanologische Dienst eind 1994 al aan de bel had getrokken in de Ruimtelijke Verkenningen, gewijd aan de balans inzake de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening (Vinex), heeft nu ook minister De Boer in een brief aan de Tweede Kamer (12 januari 1995) gemeld dat er extra bouwlocaties nodig zijn om een oplossing te vinden voor de oplopende woningbehoefte.

De Vierde Nota Extra blijft gehandhaafd en aan een Vijfde Nota wordt niet gedacht. Althans niet op het ministerie van VROM. Wat mij betreft, is de aanzet voor de Vijfde Nota echter al gegeven: de Ruimtelijke Verkenningen 1994 zijn namelijk als zodanig te beschouwen.

Hoewel bezwerende geluiden uit het gebouw van VROM opklinken dat het nu slechts een kwestie is van een goede uitvoering van het Vinex-beleid op regionaal en lokaal niveau, wordt datzelfde Vinex-beleid duchtig geamendeerd in de Ruimtelijke Verkenningen en nu ook in de brief van minister De Boer aan de Tweede Kamer.

“De afgesloten akkoorden en convenanten met andere overheden over de bouwopgave tot 2005 blijven onverkort gehandhaafd”, heet het stoer in de brief van de minister. Maar op dit moment is er nauwelijks sprake van een echt uitvoeringsconcenant. Er zijn convenanten op hoofdlijnen, er zijn protocollen en intentieverklaringen: aan papier met reeksen handtekeningen geen gebrek. Maar overal in Nederland wordt er nog fors gediscussieerd over de randvoorwaarden waarbinnen het Vinex-beleid zal worden uitgevoerd.

Prognoses

Het bouwbedrijfsleven klaagt ach en wee over het nu nijpend wordende tekort aan bouwrijpe grond: het directe gevolg van Vinex. De minister komt aan deze klachten tegemoet. De hoge bevolkingsprognoses van het CBS al sinds december 1993 bekend) vinden eindelijk in de woningbehoefte-ramingen hun doorwerking. En eindelijk wordt er geconstateerd dat het CBS een forse onzekerheidsmarge hanteert (dat doet dit bureau overigens al vele jaren) tussen de scenario’s midden en hoog, die 222.000 woningen verschillen. Dat vraagt een flexibel ruimtelijk beleid. Maar Vinex heeft de flexibiliteit van een blok beton.

Het zou nog aardiger zijn als de minister zou verwijzen naar de woningbehoefteprognoses van het Centraal Planbureau en de ondeugdelijke gebleken, methodologisch verwerpelijke cijfers van het Trendrapport Volkshuisvesting 1992 definitief naar de prullenbak zou verwijzen.

Het Centraal Planbureau, dat ook rekening houdt met de invloed van inkomen en prijsontwikkeling op de huishoudensvorming (het Trendrapport negeert deze invloed), komt enkele honderdduizenden woningen hoger uit dan het Trendrapport. Het ministerie van VROM heeft die behoefte nog steeds niet erkend en is dus nog steeds bezig de woningbehoefte dramatisch te onderschatten.

Politiek signaal

De brief van 12 januari 1995 van minister De Boer is het eerste politieke signaal dat duidelijk maakt dat Vinex in zijn voegen kraakt. Als zodanig valt deze stap zeer te loven.

Er wordt aangekondigd dat het ministerie nu niet op zoek zal gaan naar nieuwe bouwlocaties, want dat blijkt in de praktijk een heel gedoe te zijn. Regionale besturen en provincies zijn nu verantwoordelijk voor de keuze van nieuwe locaties.

Dit is, vanuit het Vinex-denken geredeneerd, eigenlijk een ongehoord zwaktebod. Als het rijk zich niet langer verantwoordelijk acht voor het aanwijzen van nieuwe locaties, waarvoor hebben we dan nog een Rijksplanologische Dienst?

Ik meen dat we de ontstane situatie interpreteren als een overgangs-situatie. Vinex is thans in staat van ontbinding maar het kabinet vindt het nog te vroeg om een Vijfde Nota te sturen. De politieke prioriteit verschuift naar de uitvoering van het ruimtelijk beleid en die is gebaat bij continuiteit.

Ontwikkelaars en beleggers die gronden verworven op Vinex-locaties, willen nu graag oogsten. provincies en regio’s krijgen de vrije hand om nieuwe locaties te zoeken en daarmee de agenda voor de Vijfde Nota te bepalen.

Over enige tijd zal het ministerie van VROM ingrijpen en bepalen welke door de provincies en regio’s gevonden bouwlocaties wel aanvaardbaar zijn en welke niet door de beugel ke. Deze beleidslijn zal worden vastgelegd in een document dat bekend zal worden als de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening.

Het hek is nu van de dam: de voorbereiding van de Vijfde Nota is begonnen. Dit werk is tijdelijk uitbesteed aan provincies en regio’s, waar nu overal fraai gekleurde topografische kaarten aan de muur hangen. Heel Nederland heeft nu de status van zoeklocatie.

Voor onze nieuwe zilveren dart-kampioen breken drukke tijden aan.

*) Hugo Priemus is wetenschappelijk directeur van Onderzoeksinstituut OTB, dat is verbonden aan de Technische Universiteit Delft.

Kaderstuk bij opinie

Hoewel het ministerie van VROM niet aan een Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening zegt te denken, is met de Ruimtelijke Verkenningen 1994 de aanzet voor zo’n nota al gegeven. En ook in de brief van minister De Boer over het ruimtelijk beleid wordt het Vinex-beleid duchtig geamendeerd. Dat stelt Hugo Priemus van het Onderzoeksinstituut OTB. Volgens hem verkeert de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex) in verregaande staat van ontbinding. En feitelijk is met de voorbereiding van een Vijfde Nota begonnen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels