nieuws

Expositie Heart of Darkness sluit beeldenmanifestatie af

bouwbreed

Vijftien installaties van buitenlandse kunstenaars vormen de tentoonstelling Heart of Darkness, die zondag in het Kroller-Muller-museum in Otterlo is geopend. Met de expositie wordt de manifestatie Beelden in Nederland 1994 afgesloten, die dit jaar via een reeks van tentoonstellingen de beeldhouwkunst in haar verschillende verschijningsvormen onder de aandacht van het publiek heeft willen brengen.

De kunstenaars zijn van diverse culturele herkomst, allen niet-westers, en hebben gemeen dat zij in ballingschap in Europa of de Verenigde Staten wonen. Zij hebben een plaats gekregen binnen de westerse kunstwereld, die zij zoals op de expositie blijkt met een kritisch oog bekijken.

De tentoonstelling ontleent haar naam aan de gelijknamige novelle die de Engelse schrijver Joseph Conrad in 1912 publiceerde.

De novelle gaat over de menselijke ontworteling die kolonialisme en imperialisme teweegbrengen en over de angst voor het onbekende en het onbeheersbare.

Op de expositie zijn werken te zien van Vadim Zakharov, Nari Ward, Jana Sterbak, Michael Smith, Roman Singer, Sam Samore, Frederico d’Orazio, Huang Yong Ping, Mona Hatoum, Gu Wenda, Chohreh Feyzdjou, Chen Zhen, Cai Guo Qiang, Christine Borland en Christiaan Bastiaans. De installaties zijn zowel in het gebouw zelf als in de beeldentuin van het museum opgesteld.

Aan de kunstenaars is gevraagd een relatie te leggen met het museum, dat in de Westerse cultuur functioneert als een soort waardevrij kunstreservaat, waar het onbeheersbare veelal wordt buitengesloten.

Een aantal van hen kijkt met ironie naar het representatieve karakter van het museum. Zo verkoopt Michael Smith op een publiciteitsstand de ‘corporate identity’ van het museum aan zakenmensen.

Een voorbeeld van een installatie die rechtstreeks naar het kolonialisme verwijst is die van Huang Yong Ping die voor de ingang van de oudbouw een grote betonnen grafkelder heeft laten bouwen in de traditioneel Chinese vorm van een schildpad. Hiermee wordt een verband gelegd met de T’ang-paardjes en andere Chinese kunstvoorwerpen die binnen in de vitrines worden tentoongesteld.

Het zijn grafgiften die ooit als ballast op de Westerse schepen zijn meegebracht.

De tentoonstelling duurt tot en met 26 maart.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels