nieuws

Een oogverblindende Isozaki-show in NAi

bouwbreed

Tot 12 maart is in de grote tentoonstellingszaal van het NAi een oogverblindende tentoonstelling te zien over het werk de Japanse architect Arata Isozaki. Prachtige houten maquettes verleiden de museumbezoeker en dwingen respect af, zonder dat men direct inzicht in de architectuur krijgt. Foto’s treft men nauwelijks aan en passende documentatie ontbreekt in het NAi. Maar de expositie is mooi, heel mooi.

De selectie van werk is kritisch en voert terug tot een tentoonstelling in het door Arata Isozaki ontworpen Moca in Los Angeles. Maar ook zijn vroegste werk uit de periode van de ‘metabolisten’ is vertegenwoordigd met een maquette ‘clusters in de lucht’. Rond 1960 werkte Isozaki nog op het bureau van de nestor van Japanse moderne architecten, Kenzo Tange. Hij ontwierp boven het water van de Tokio-baai een net van autowegen met erboven plaatselijk hoogopgaande clusters terraswoningen. Dat ontwerp stimuleerde Van den Broek en Bakema tot hun ‘Plan Pampus’ als uitbreiding van de hoofdstad in het IJmeer.

Isozaki ontwikkelde zelf in die tijd zijn visie ‘cluster in de lucht’ met boomvormige stelsels van een verticale stam en horizontale takken waaraan woningunits werden gehangen. Het waren optimistische toekomstvisies die over heel de wereld ingang vonden bij architecten en kunstenaars. Hier begon Arata Isozaki zijn loopbaan.

Zijn werk heeft daarna enkele keerpunten doorgemaakt. Daarin komen postmoderne elementen naar voren, maar ook thema’s die rechtstreeks aansluiten op het modernisme rond het Nieuwe Bouwen.

Het is een handicap wanneer men het werk van Isozaki voornamelijk uit publikaties kent. Zijn dichtsbijzijnde gebouw staat in Berlijn op een binnenterrein en lijkt niet representatief voor zijn werk. Ook ontbreekt het ontwerp dat de architect ooit heeft gemaakt voor een multifunctionele accommodatie in de Haagse Schilderswijk.

Opvallend is dat de periode van de metabolisten al zo’n kwart eeuw achter ons ligt, maar soms nog in nieuwe ontwerpopdrachten lijkt door te werken. Een spectaculair voorbeeld daarvan vormt zijn ontwerp voor het stadhuis van Tokio. Arata Isozaki ontwierp dit binnen het kader van een architectuurprijsvraag, die overigens door zijn leermeester Tange werd gewonnen. Maar het bijna visionaire ontwerp van Isozaki voorzag in een representatief gebouw dat op nieuwe wijze gestalte gaf aan het begrip stadhuis, als grote overdekte publieke binnenruimte in de stad. Alleen de belangrijkste diensten waren er in ondergebracht, terwijl het gros van de ambtenaren in een toren terzijde werden gesitueerd. De raadzaal in de vorm van een bol was op het dak gedacht, overigens met andere voorzieningen voor ontspanning. Het complex roept herinneringen op aan Wilhelm Holzbauers prijsvraag ontwerp voor het Amsterdamse stadhuis.

Ook daarin kwam een prachtige centrale hal voor als overdekte binnenruimte, een hamerkopvormige opbouw met raadzaal en burgerzaal en in hoogte oplopende dakterrassen aan de Amstel. Het zijn visies die zich kennelijk minder voor realisering lenen.

Maar in vergelijking tot de tweelingtoren van Tange die in Tokio als bekroond ontwerp is gebouwd, wekt het geen verwondering dat Isozaki ontwerp in de prijsvraagfase veel meer bekendheid heeft gekregen dan het gerealiseerde. In Berlijn heeft Arata Isozaki nu terzijde van de Potsdamer Platz een kantooromplex ontworpen, dat vaag associaties oproept met dat visionaire stadhuis. Het is een vorig jaar gemaakt ontwerp dat nu in het architectuurmuseum in Frankfurt te zien is en later dit jaar in het Bauhaus-Archiv in Berlijn. Men mist daarin het visionaire. De prachtige houten maquettes in het NAi en even abstracte zeefdrukken en computersimulaties geniet men als kunstwerken. Alleen de vakman ziet er wat meer achter, voelt wat Isozaki wellicht zou willen bereiken. En de video’s bieden de geduldige museumbezoeker in zekere zin uitkomst met afbeeldingen van de werken. Ook die zijn door kundige fotografen en filmers gemanipuleerd onder optimale weersomstandigheden. Het zij zo, en zo kan iedere bezoeker naar wegen zoeken om toch wat meer van Isozaki’s werk gewaar te worden.

Het NAi geeft zelf een mapje met wat ansichtkaarten uit en een katerntje op hetzelfde formaat, dat relevante teksten van de Japanse bouwmeester in een ongelukkige context aanbiedt.

Opmerkelijk is dat men voor de Amerikaanse catalogus bij de tentoonstelling naar de boekhandel moet. ‘Arata Isozaki architecture 1960-1990’ door David B. Stewart en Hajime Yatsuka verscheen bij Rizzoli in New York en wordt geimporteerd door Nilsson en Lamm. De Duitse vertaling verscheen bij de Deutsche Verlags-Anstalt. De boeken hebben een sterk documenterend karakter en zijn in het NAi de grote afwezigen. Geinteresseerden ke overwegen eerst het boek in de boekhandel te kopen en vervolgens de prachtige tentoonstelling in het NAi (tot 12 maart) te bezoeken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels