nieuws

Directies Simon Benes en Noppert: Duitsers kijken sceptisch tegen onze snelle bouwwijze aan

bouwbreed

“Duitsers kijken heel sceptisch tegen onze snelle bouwwijze aan. In een dag tijd hebben we de ruwbouw van een woning op de bouwplaats overeind staan. Toen ik hen vertelde dat we in de voorbereiding veel meer werk verrichten, kwamen ze voorzichtig over de brug. Toch hebben ze er moeite mee, want Duitsers hangen heel erg aan hun veel meer traditionele bouwwijze. Ze hebben zich te weinig verdiept in de systematische aanpak van het bouwproces.”

De directeuren van Verenigde Bedrijven Noppert BV in Heerenveen en Simon Benus BV in Stadskanaal hebben ruim een jaar de tijd genomen voor ze aan hun Duitse avontuur begonnen. Ze wisten dat ze niet zo maar over de grens konden stappen en met de mouwen opgestroopt een woninkje konden neerzetten. Inmiddels hebben ze een po van 125 woningen in het forensendorp Lostau bij Maagdenburg met een waarde van f. 30 miljoen, zicht op vervolgopdrachten en – als het zo voortvarend blijft gaan – plannen voor een eigen betonfabriek.

Toch zullen de beide Nederlandse partners bij vervolgpoen nog heel wat massagewerk bij de oosterburen moeten verrichten. Met name de verkopers van CMC GmbH in Munchen hadden de nodige moeite om de woningen die volgens het Tilt-Up-systeem werden gebouwd aan de man te brengen. Ze stonden er wat weifelend tegenover, want ze gingen er van uit dat snelle bouw goedkope bouw is en dus kwalitatief minder goed.

Na enig praten was de Duitse opdrachtgever, de poontwikkelaar Theisling en Stolp Wohnbau Lostau GmbH, zeer te spreken over de snelle bouwwijze. “De lagere prijs was niet eens zo zeer doorslaggevend, maar speelde uiteraard wel mee”, vertellen de directeuren Bareld Bijma van Noppert BV en Jan Benus van Simon Benus BV.

Besparingen

Op de bouwtijd van een woning in het po van Maagdenburg wordt gemiddeld 20 tot 30 procent bespaard, op de inzet van arbeid minstens 30 tot 40 procent. Bijma en Benus noemen het voorbeeld van een po van 200 woningen, waar op het hoogtepunt zo’n 240 mensen rondlopen. Inclusief onderaannemers zal dat in een vergelijkbaar po als in Lostau op hooguit 60 mensen uitkomen. “Maar houdt er rekening mee dat er bij ons veel meer in de voorbereiding gebeurt. Op de werf in Heerenveen wordt een belangrijk deel van het ruwbouwsysteem al kant en klaar gemaakt.”

Simon Benus BV en Noppert BV weten wat ze aan elkaar hebben. Eerder al werkten ze samen in twee poen in Stadskanaal, te weten de Rabobankflat (kantoor, 35 appartementen, f. 10 miljoen) en het Pagecentrum (100 woningen, 50 appartementen; f. 6 miljoen). Noppert BV zorgt voor de aanlevering van de ruwbouwelementen inclusief de technische ondersteuning, Simon Benus BV zorgt voor de infrastructuur en de afwerking, zoals traditioneel metselwerk en aftimmeren.

De beide Nederlandse aannemers, die speciaal voor dit po een VOF hebben opgericht, ke 10 tot 15 procent goedkoper dan hun Duitse collega’s bouwen. Opmerkelijk, omdat het bouwen op afstand extra kosten met zich meebrengt. De ruwbouwelementen van de 125 huizen moeten vanuit Heerenveen per trailer naar Lostau worden vervoerd, een afstand van ruim 400 kilometer.

Duurder

Bovendien maken de Duitse normen het bouwen nogal wat duurder dan in Nederland. Daken mogen bijvoorbeeld niet zonder meer uit prefab-elementen worden opgebouwd, tenzij je omstandig kunt aantonen dat je aan de normen voldoet. Dat betekent dat Duitse certificaten moeten worden geleverd. De controle is streng. Op de werf in Heerenveen krijgt de bouwcombinatie gemiddeld acht keer per jaar bezoek van Duitse controleurs, terwijl ze op de bouwplaats zelf ook zeer regelmatig langskomen. Als gevolg daarvan moest Noppert BV zijn eigen kwaliteitsbewakingssysteem aan de Duitse eisen aanpassen. VOF-partner Simon Benus is sinds dit jaar ISO-gecertificeerd, hetgeen voor de verkooporganisatie een belangrijk pluspunt bleek.

Waanzin

“Het is waanzin om te stellen dat je Nederlandse huizen zo op de Duitse markt kunt neerzetten”, vertelt Jan Benus. Daarvoor verschillen de normen en eisen van onze oosterburen teveel met die in Nederland. “We hebben goede mix gevonden van ons systeem met dat van de Duitse DIN-normen.”

Met name ten opzichte van de constructie zijn er de nodige zaken in het oorspronkelijke ontwerp van de Nederlandse woningen gewijzigd. Zo is de spouw van de Duitse woning nogal wat breder, zijn de binnenmuren dikker (in Nederland minimaal 8 tot 9 cm en in Duitsland 11 tot 12 cm), terwijl bijvoorbeeld ook andere installatietechnieken gelden. De warmte-isolatie wijkt af van de NEN en andere normen, elektradozen hebben andere afmetingen en houten dakconstructies moeten worden verduurzaamd. “En daar komt nog eens bij dat de normen in de verschillende deelstaten van Duitsland onderling ook nog eens verschillen.”

Typisch Duits

De Nederlandse bouwbedrijven krijgen ook nog eens te maken met typisch Duitse consumentenwensen. “De dakkapel moet per se uit de nok van het dak lopen. Dat maakt het allemaal wel weer duurder, maar de Nederlandse smaak wordt niet door de Duitsers geslikt. En zo is er veel meer: in Lostau leveren we bijvoorbeeld geen keuken, omdat dat zo de gewoonte is, maar de vloerbedekking weer wel. Wel spuiten we de plafonds, net zoals in Nederland, maar de verkopers van de woningen komen daar nu toch weer op terug. De mensen willen namelijk behang op het plafond, heel gebruikelijk in Duitsland. Nu, als de koper daar echt een punt van maakt, dan vind ik dat we daar in moeten voorzien”, aldus Jan Benus.

In overleg met de opdrachtgever hebben de beide Nederlandse aannemers uitgebreid de tijd genomen om zich in de Duitse wensen en eisen te verdiepen.

“Als twee middelgrote familiebedrijven wilden we graag de Duitse markt op, maar dan wel zorgvuldig. Voor ons zelf hebben we dat gewild: een aanloopperiode van een jaar. Vooral ten aanzien van juridische en fiscale zaken zijn we conscientieus te werk gegaan. Regelmatig is er overleg geweest met accountants over bijvoorbeeld het detacheren van personeel in Duitsland of de fiscale gevolgen van het opereren van een VOF op Duitse markt.”

“Bovendien wilden we een goede verstandhouding met onze opdrachtgevers. Je moet hun vertrouwen winnen en daar heb je tijd voor nodig. Zo’n lange voorbereidingstijd zal bij een vervolgpo niet weer nodig zijn. Dan ke we het bij wijze van spreken in een paar maand af.”

Meer opdrachten

Benus en Bijma zeggen dat de Duitse opdrachtgever meer opdrachten voor hen in de pen heeft. Het aannemersduo is nog niet zover om – net als ze in Nederland doen – poen voor eigen risico uit te voeren. “In Duitsland willen we het ontwikkel- en verkooprisico in eerste instantie niet lopen. Mogelijk dat we later zelfstandig de markt op gaan.”

Noppert BV en Simon Benus BV krijgen momenteel wekelijks twee tot drie projecten aangeboden. “Daar stappen we niet zonder meer in. Los van het feit dat we dan capaciteitsproblemen zouden krijgen, willen we ook voorzichtig aan de Duitse markt op. We zien onze activiteiten daar louter en alleen als aanvulling op ons werk in Nederland. De thuismarkt blijft voor ons het belangrijkst.”

De bouwcombinatie wil in Duitsland jaarlijks 200 tot 300 woningen bouwen. De eerstkomende anderhalf jaar wordt dat iets minder, omdat het pilotpo bij Maagdenburg tot achter de komma wordt bijgehouden. Niet alleen financieel maar ook voor wat de voortgang betreft.

Op termijn willen Noppert BV en Simon Benus BV grootschaliger poen oppakken. Doel is om maximaal 20 tot 30 procent van de jaaromzet uit Duitsland te halen. Op de Nederlandse markt haalt Simon Benus BV met 220 werknemers – inclusief de wegenbouwpoot – een omzet van f. 60 miljoen. Noppert BV zit in Nederland op f. 45 miljoen en 145 werknemers. Met het po in Maagdenburg van f. 30 miljoen (exclusief de infrastructuur van bijna f. 3 miljoen) is het aannemersduo al een eind op weg.

Als het aandeel in de Duitse markt blijft groeien, willen Noppert BV en Simon Benus BV een eigen bedrijf over de grens beginnen. In eerste instantie wordt gedacht aan de stichting van een eigen betonfabriek. Met de produktie van de prefab-elementen vlakbij de bouwplaats kan namelijk op transportkosten worden bespaard. Die maken 5 tot 10 procent van de totale kosten uit.

Transport

De bouwcombinatie heeft nu een contract met transporteur Jan van ’t Blik in Akkrum, die dagelijks de ruwbouwelementen voor vijf woningen vanuit Heerenveen naar Duitsland transporteert. Speciaal daarvoor heeft het bedrijf elf trailers aangeschaft.

Mocht er een Duitse vestiging komen, dan kan door werving van personeel ter plekke ook worden bespaard op de substantiele buitenland-toeslag voor elke werknemer. Overigens worden momenteel al diensten en produkten in Duitsland ingekocht. De buitenkozijnen en de trappen worden bijvoorbeeld door een Duits bedrijf geleverd.

“Dat ligt soms erg gevoelig. We houden liever zelf de controle over alle werkzaamheden, maar voor bepaalde werkzaamheden en leveranties zoals het storten van beton op het werk, klein installatiewerk, de bewaking en sommige administratieve werkzaamheden huren we mensen uit het dorp in. Dat is niet alleen goedkoper maar als buitenlandse bouwer wordt je dan ook sneller geaccepteerd.”

Samenwerking

Heel bewust werken Noppert BV en Simon Benus BV samen met de Duitse filialen van Nederlandse bedrijven. Voor het installatiewerk wordt bijvoorbeeld Feenstra Installatietechniek te Berlijn ingeschakeld, een dochter van Feenstra Verwarming BV in Lelystad. Alle betonnen vloerelementen komen van de Duitse dochter van VBI in Huissen. De keus voor deze opzet vloeit voort uit de wens van beide bouwers om toch met vertrouwde partners een vreemde markt te betreden.

Op de bouwplaats in Lostau loopt permanent een Oostduitse opzichter, die in dienst van de opdrachtgever is. “,Ze was afkomstig uit de Oostduitse bouwwereld en moest behoorlijk wennen aan onze wijze van werken. De weerzin om mee te denken met het bouwproces is doorbroken. We hebben er behoorlijk tegenaan moeten praten, want snel bouwen in beton is iets waar ze maar moeilijk aan ke wennen. De samenwerking met de eigen poleider van de bouwcombinatie verloopt uitstekend.” Volgens Benus en Bijma is een opzichter op de bouwplaats goud waard. “Ze behoedt ons tijdens het bouwproces voor een hoop problemen waar we in Nederland niet zo gauw tegenaan zouden lopen. Als er bijvoorbeeld een steen in de spouw is gevallen, waardoor bouwfysische problemen ke ontstaan, dan presteren ze het om er pas na de oplevering over te beginnen en rustig 10 procent korting op de prijs te bedingen. Ervaringen van collega’s – in Duitsland leren ons dit soort opleveringsproblemen vaak voorkomen. Ze komen dan met een hele lange opleveringslijst en houden dan rustig een termijn van 5 procent van de aannemingssom gedurende vijf jaar vast. In de praktijk ziet de bouwer ook niets van de termijn terug. Wij hebben dat op onze beurt weer via een internationale borgstelling afgezekerd – zonder dat termijnbetalingen ke worden ingehouden.”

Toch verwachten de beide Nederlandse bouwers wel een wijziging in de starre opstelling de Duitse aannemers. “Ze zaten tot nu toe in een luxe positie omdat de vraag naar woningen gigantisch groot is en er altijd wel geld was. Ze hoefden zich niet in de bouwtechniek te verdiepen omdat er toch wel werd gekocht. Daardoor is de Duitse bouwwijze bijzonder arbeidsintensief gebleven. Besef van efficient bouwen is er amper, maar ze zullen wel moeten. Er bestaat een ontzettende krapte aan vakmensen. En je ziet dat ze met scheve ogen naar de Nederlanders kijken die met hun efficiente bouwwijze een beduidende voorsprong hebben.”

Prefab-woningen bestemd voor het Duitse Magdenburg.

Persbureau Noordoost

Verenigde Bedrijven Noppert BV in Heerenveen en Simon Benus BV in Stadskanaal bouwen in het forensendorp Lostau bij Maagdenburg 125 woningen. Het gaat om vier types, uiteenlopend van 2-onder-1-kap tot rijwoningen in series van vier tot zes die steeds ten opzichte van elkaar verspringen.

De vloeroppervlakte van de woning bedraagt gemiddeld 50,7 m2 en “waag het ook niet om daar een centimeter van af te wijken want dat krijg je later weer op je brood. Op de bouwplaats hameren we daar voortdurend op”, vertellen de beide directeuren Jan Benus en Bareld Bijma.

“De Duitse aannemers maken in de woningbouw gebruik van een heel kort bestek, maar ze verwijzen daarin naar de DIN-normen of de Duitse tegenhanger van de UAV die overigens vier tot vijf keer zo uitgebreid is. Daar zijn ze heel strikt in.”

Speciaal voor het Duitse po is een vennootschap onder firma opgericht. Het financiele risico van het f. 30 miljoen kostende po is voor de opdrachtgever. De bouwkundige risico’s dragen de partners elk voor de helft. De procesrisico’s zijn door pre-fabricage voor 70 procent afgedekt.

Met het po in Duitsland wordt de nodige extra werkgelegenheid gegenereerd. In totaal gaat het om zo’n 25 nieuwe arbeidsplaatsen, terwijl de spin-off in de regio eenzelfde aantal banen oplevert. Noppert BV heeft op het werk zo’n zeven mensen rondlopen, Simon Benus nog eens acht, terwijl momenteel onderaannemer Metselbedrijf Hans Gerdu te Emmen er ook acht mensen heeft.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels