nieuws

Commissie voorstander van bovengrondse Betuwelijn

bouwbreed

Maij heeft werk goed gedaan

Het plan voor de Betuweroute, zoals het door het door het vorige kabinet is voorgesteld, is verantwoord en evenwichtig. Een spoorverbinding naar het Duitse achterland is noodzakelijk. Bovengronds, want een goed ondergronds alternatief is binnen een redelijke termijn niet voorhanden. Voorwaarde van de Betuweroute is wel dat NS-Goederen professioneler en concurrerender gaat werken.

Dat zijn de belangrijkste conclusies van de commissie Betuweroute. De commissie, die werd voorgezeten door commissaris van de Koningin drs. L.M. Hermans van Friesland, presenteerde haar rapport gisteren aan minister Jorritsma in Den Haag.

Volgens Hermans zijn er nauwelijks verbeteringen aan te brengen in het destijds door minister Maij voorgestelde trace, waarvan de kosten in totaal neerkwamen op f. 7,4 miljard, nadat de Tweede Kamer er zich over had gebogen. Wel vindt de commissie dat er tijdens de aanbestedingsprocedures ruimte moet worden geboden voor innovaties. Ondergrondse aanleg is echter niet haalbaar. De commissie constateert dat mede op basis van het rapport ‘Van Engelshoven’, waarin een groot aantal varianten werd getoetst. Ook vindt Hermans dat de situatie rond Arnhem opnieuw moet worden bekeken, omdat de hinder van de Betuwelijn zonder vertakking naar het noorden, te groot wordt.

Integrale aanpak

Hij pleit daarom voor een studie naar een integrale aanpak van de situatie in en rond de Gelderse hoofdstad waarin de Noordtak, de hoge snelheidslijn richting het oosten, de Betuweroute en wellicht zelfs de doortrekking van de A15 worden betrokken.

Volgens de commissie Betuweroute is de aanleg van de Betuwelijn ‘bij uitstek gerechtvaardigd’, gezien de prognoses voor de groei van het goederenvervoer. Het is echter wel belangrijk dat de NS de nodige inspanningen gaat leveren om die prognoses waar te gaan maken. De commissie verwacht dat de onderlinge concurrentie tussen vervoerders zal leiden tot een drastische verbetering van de bedrijfsvoering van de NS, en dus het spoorprodukt. Daarnaast moet de overheid maatregelen nemen om het wegvervoer terug te dringen ten behoeve van spoor en water. Hermans stelt daartoe forse prijsverhogingen en limitering van het wegvervoer in Europees verband voor.

In feite is de commissie compleet voorstander van de PKB-Betuweroute, zoals die door Maij is voorgesteld. Absoluut noodzakelijk vindt ze echter dat Rotterdam worden aangesloten op het spoornet en op Kijfhoek. Met deze aansluiting en een aantal verbeteringen op Kijfhoek zelf, wordt de verwerking van goederen per spoor al veel beter. In het traject daarna zijn er volgens Hermans twee keuzes: een route van Kijfhoek naar Geldermalsen en daarna over bestaand spoor. En de in de PKB-4 neergelegde route (nieuwe spoor over het gehele traject).

De IJzeren Rijn in Belgie is volgens de commissie geen alternatief. De kosten zijn ongeveer even hoog als een complete Betuweroute, de milieubelasting is aanzienlijk en vervoerstechnisch bestaat er groot aantal problemen, zoals het aanhaken van de lijn bij Keulen.

AVBB blij

Het Algemeen Verbond Bouwbedrijf is blij met het rapport Hermans. “De commissie heeft aangetoond dat er wel degelijk een noodzaak is voor de Betuwelijn. De distributiefunctie van Nederland wordt hiermee veiliggesteld voor de toekomst.” Het AVBB zegt verder te hopen dat de door de commissie gestelde randvoorwaarden (ten aanzien van NS en limitering wegvervoer, red.) geen verdere vertraging zal betekenen voor de aanleg van de lijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels