nieuws

‘Veel te vroeg voor oordeel over functioneren verzelfstandigde sociale sector’ Corporaties wijzen nieuwe volkshuisvestingsregels af

bouwbreed Premium

De corporatiesector staat sterk afwijzend tegenover een hernieuwd overheidsingrijpen in de de volkshuisvesting. Noch het tempo waarin de sociale sector zich aan de verzelfstandigde volkshuisvesting aanpast, noch de prestaties die zij tot op heden hebben geleverd en in de toekomst zullen leveren geven hier aanleiding toe. De voorstellen voor een aanscherping van de wet- en regelgeving die staatssecretaris Tommel de Tweede Kamer heeft gedaan, worden dan ook met kracht van de hand gewezen. Ze komen veel te vroeg.

Tommel stuurde eind juni van dit jaar een brief aan de Tweede Kamer, waarmee hij reageerde op een groot aantal moties van het bruteringsdebat. Hoewel hij daarin de nieuwe ordening in de volkshuisvesting inclusief de verzelfstandiging van de corporaties nog eens onderschreef, kondigde de bewindsman tegelijkertijd een groot aantal aanscherpingen van de nog vrij verse regelgeving aan.

Tot grote woede van de Nationale Woningraad en het NCIV. Zij laten in een brief aan de Vaste Kamercommissie weinig heel van de kritiek die in het bruteringsdebat door de Tweede Kamer is geleverd op het functioneren van de corporaties en wijzen bovendien de beleidsvoornemens van Tommel van de hand.

In het algemeen vinden NWR en NCIV de vele aandacht voor de ordening zelf overdreven en contraproduktief. Het leidt de aandacht in ieder geval teveel af van problemen die er echt toe doen: de nieuwbouwopgave, de leefbaarheid van wijken en buurten, de stadsvernieuwing, het voorkomen van segregatie en de beperking van de woonlasten.

Ten tweede is er geen aanleiding nu al tot een principiele herziening van de ordening in de volkshuisvesting, zoals geregeld in het Besluit Beheer Sociale Huursector. “Het is naar onze mening veel te vroeg om daar nu al een oordeel over te vellen.”

Het gebrek aan vertrouwen dat de politiek tentoonspreidt als het gaat om het maatschappelijke functioneren van de corporaties noemen de landelijke centrales “teleurstellend”. Er is namelijk geen enkele reden voor: het tempo waarin de sociale sector zich aan de verzelfstandigde volkshuisvesting aanpast ligt hoog, de prestaties die corporaties tot op heden hebben geleverd zijn voldoende, en ook als het gaat om de leefbaarheid van wijken en buurten en de betaalbaarheid van woningen staan de sociale verhuurders voor hun taak.

Vertrouwen waard

“Naar onze mening hebben corporaties laten zien dat zij het vertrouwen waard zijn, ook voor de toekomst, als het gaat om het voortvarend oppakken van de grote volkshuisvestingsopgave in de komende jaren”, schrijven de NWR en het NCIV de Kamerleden.

In dit verband wijzen zij op het Nationaal Programma Volkshuisvesting, waarin de corporaties onder meer verklaren 100.000 betaalbare woningen te zullen realiseren, extra te zullen investeren in de leefbaarheid van wijken en buurten, en een gematigd huurbeleid te zullen nastreven. Daar komt dan nog eens de gedragscode bij, waarmee corporaties hun maatschappelijk functioneren aan banden leggen. En als laatste wordt gewezen op de collegiale financieringen, waarmee rijke corporaties hun bedrijfsreserves tegen gunstige voorwaarden aan arme corporaties lenen.

Reden genoeg om nu geen overhaaste maatregelen te nemen, zo vinden de corporaties, maar juist vast te houden aan de huidige ordening, zo vinden de landelijke cnetrales. Temeer daar de huidige discussie over de ordening en prestaties van corporaties verlammend werkt. “Ons is gebleken dat toon en inhoud van de brief van de bewindsman minder bijdragen tot de motivatie bij corporaties dan mogelijk en wenselijk is.

Kamerdebat

Op 11 oktober spreken de diverse volkshuisvestingsspecialisten in de Tweede Kamer zich uit over de brief van Tommel. Nu al is duidelijk dat met name de de PvdA zich zal uitspreken voor een hernieuwd overheidsoptreden in de volkshuisvesting. Datbleek vorige week nog, toen PvdA-woordvoerder Duivesteijn op een volkshuisvestingsbijeenkomst fel uithaalde naar de corporaties en hun nationaal programma. Volgens hem beloven de koepels aan de ene kant de bouw van meer goedkope huurwoningen, maar halen zij aan de andere kant een groter aantal uit de voorraad weg, door de grootschalige verkoop van woningwetwonmingen. Per saldo gaat het aantal goedkope woningen er dus op achteruit. Hierdoor, en door het uitblijven van harde toezeggingen op andere terreinen is er geen sprake van een echt volkshuisvestingsprogramma, vindt Duivesteijn.

Hij constateert dat “de zelfregulering van de volkshuisvesting is uitgelopen op een eenzame machtspositie van de corporatiesector, en in het bijzonder van de koepelorganisaties. Om de geloofwaardigheid van de sector te herstellen zouden de koepels er goed aan doen een werkelijk nationaal programma volkshuisvesting te presenteren. Als daar geen sprake van is, dan zal het parlement zijn eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de volkshuisvesting inhoud moeten geven.”

Reageer op dit artikel