nieuws

Plannen Terneuzen beperken baggerput

bouwbreed Premium

Gedeputeerde staten van Zeeland willen aanvullende richtlijnen ontvangen voor de zogeheten inrichtings-mer voor de baggerspecieberging Koegorspolder nabij Terneuzen. Deze gemeente werkt inmiddels aan een structuurplan voor de polder waarvan de inhoud niet geheel ongemerkt voorbij zal gaan aan de plannen voor de baggerberging. Het depot kan in de vorm van een put of als omdijkt depot op het maaiveld worden aangelegd.

De plannen van Terneuzen voorzien onder meer in de aanleg van een zogenaamde recyclingzone, voornamelijk oostelijk van de Koegorsstraat. In deze zone zouden zich afvalverwerkende bedrijven ke vestigen. In de schetsen vervalt het noordelijke deel van de Koegorspolder als mogelijke locatie voor een baggerdepot. Een deel van de ruimte gaat hier op aan de wegenstructuur. In het oostelijke deel van de Koegorspolder voorzien de plannen in een groengordel langs de Tractaatweg. Als gevolg daarvan verkleint het beschikbare areaal voor het depot van 300 naar 170 hectare. De inperking staat volgens gedeputeerde staten een goede situering niet in de weg. Het vergt echter naar verwacht wel een zeer kostbare verlegging van de ondergrondse hoogspanningsleiding ter plaatse.

Kosten

De keuze voor aanleg van het hele depot in een keer is niet erg reeel. Temeer omdat deze variant hogere kosten met zich meebrengt. In beginsel is er een verdere graad van fasering mogelijk. In dat geval loopt het ruimteverlies echter dusdanig op dat ook dit alternatief niet haalbaar is. Wanneer de keus op de realisatie van een putdepot valt, zal het gaan om een berging met fasering in de breedte of met fasering in de hoogte. In het eerste geval worden na elkaar twee putten in de breedte aangelegd. In het tweede geval voorziet de eerste fase in de aanleg van een putdepot waar in de tweede fase een dijk omheen komt. Er ontstaat dan als het ware een maaivelddepot bovenop het putdepot.

Compartimentering

De realisatie van alleen een maaivelddepot krijgt in de mer voor de locatiekeuze weinig bijval. Gedeputeerde staten willen evenwel dat dit alternatief aan de orde komt in de inrichtings-mer. De reden daarvoor ligt in de mogelijkheid dat financiele middelen zodanig getrapt ter beschikking komen dat een putdepot niet meer uitvoerbaar is. De opstelling van de gemeente Terneuzen geeft aanleiding te overwegen het maaivelddepot buiten beschouwing te laten. Bestuurlijke kringen noemen het echter nog te vroeg dit alternatief nu al te schrappen. Milieu-organisaties en een deel van de statencommissie milieu zien daarbij belangrijke voordelen in de betere mogelijkheden van compartimentering voor een maaivelddepot. GS lieten eerder weten niet veel waarde hechten aan compartimentering.

Compartimentering trekt temeer de aandacht omdat deze aanpak het, volgens de voorstanders, later eenvoudiger maakt de gestorte specie schoon te maken. Dat lukt echter alleen wanneer de verschillende soorten specie bij het baggeren niet onderling vermengen. Een putdepot biedt evenwel ook mogelijkheden tot compartimentering. In dit geval wordt de meest schone specie onder en boven in de put opgeslagen waarbij de meest vervuilde bagger in het tussenniveau terecht komt. Deze horizontale compartimentering staat niet te boek als realistische variant. De volgorde van vullen loopt dan van klasse 2 naar 3 en 4 terwijl de bagger in de komende 20 jaar in omgekeerde volgorde vrijkomt.

Uit de voorstudie blijkt dat 11 tot 15 procent van de bagger voor verwerking in aanmerking komt. Dat komt neer op een inrichting voor zo’n 50.000 kubieke meter per jaar. Het blijft een vraag of dit doelmatig is. Momenteel vinden studies plaats inzake de bouw van grootschalige scheidingsinstallaties. Een dergelijke voorziening komt in elk geval bij de Slufter op de Maasvlakte te staan. Verwerking van Zeeuwse baggerspecie zal daar doelmatiger ke gebeuren dan op de locatie Koegorspolder. Scheiding van de genoemde hoeveelheid specie verkleint de grootte van het depot niet noemenswaardig.

Reageer op dit artikel